Voor telers die vooruit kijken

‘Als je doet waar je goed in bent, volgt de boterham vanzelf’

Aardbeienteler Jan van Genderen, Royal Berry
172 0
‘Als je doet waar je goed in bent, volgt de boterham vanzelf’

De aardbeienteelt onder glas zit flink in de lift. Illustratief voor deze ontwikkeling is het bedrijf Royal Berry van Jan van Genderen. De ondernemer uit Bemmel heeft inmiddels drie bedrijven opgezet, die op verschillende locaties autonoom opereren. Afgelopen voorjaar kwam er nog een nieuwe kas bij van 6 ha. Wat drijft deze jonge teler, die bedrijfsomvang op zichzelf totaal onbelangrijk vindt. “Ik vind het mooi om samen een wedstrijd te spelen.”

Voor de schoolbanken is de ondernemer niet geboren, zegt hij zelf. Aan leervermogen ontbreekt het hem echter niet. Vooral niet als het om ondernemen en aardbeien gaat. Het succes dat de laatste jaren van zijn bedrijf Royal Berry afstraalt, is hem echter niet komen aanwaaien. “Ik ben vooral mijn vader ontzettend dankbaar”, blikt de self made man terug. “Hij gaf me de kans en het vertrouwen om van zijn hobby mijn beroep te maken. Omdat ik heel klein begon, kon ik zonder al te veel consequenties fouten maken en daarvan leren. Dat is in beide gevallen gelukt.”

Moeizame start

De jonge ondernemer startte in 2002 op 17-jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Poederoijen. De liefde voor aardbeien kreeg hij met de paplepel ingegoten. “Mijn vader was carrosseriebouwer, maar teelde uit liefhebberij – en als bijverdienste – aardbeien in een oud kasje van mijn opa. Ik wist al heel vroeg dat ik teler wilde worden, maar een gespreid bedje lag er niet echt.”
Vader en zoon vormden een maatschap en lieten een tweedehands kas bouwen van 4.000 m2. Hoewel het teeltoppervlak daarmee in een klap werd verviervoudigd, vielen de bedrijfsresultaten aanvankelijk zwaar tegen.

Nieuw businessplan

“Het was allemaal te weinig professioneel”, zegt Jan van Genderen over de eerste twee jaar. “Ik moest nog heel veel leren. Voorlichter Ad van Laarhoven bracht uitkomst. Samen stelden we een nieuw businessplan op, met als verrassende rode draad dat de teeltkosten flink werden opgeschroefd. We kochten betere en duurdere planten, gingen zwaarder stoken, namen de eigen opkweek ter hand en investeerden in een bescheiden uitbreiding. Hoewel ik natuurlijk nog steeds fouten maakte, werden de resultaten duidelijk beter. Het kwartje was gevallen.”

Keerpunt

In 2007 wilde de buurman het perceel overnemen en begon het ondernemersduo na te denken over bedrijfsverplaatsing. Een jaar later overleed Jan’s vader plotseling. “Dat was voor mij echt een keerpunt”, blikt Jan terug. “Ik moest mij opnieuw oriënteren en had behoefte aan coaching. Bedrijfsbegeleider Thijs van Giessen heeft mij daarbij heel goed geholpen. Ik denk dat ik toen van teler ondernemer ben geworden. Daarmee bedoel ik dat een teler voornamelijk denkt vanuit het gewas en zijn tuin, terwijl een ondernemer vanuit een bredere, zakelijker invalshoek bezig is met bedrijfsontwikkeling. Het gewas is daaraan feitelijk ondergeschikt.”
In 2010 verkaste Van Genderen naar de huidige hoofdlocatie in Bemmel. “Het bedrijf was 5 jaar oud en 6,5 ha groot. Te mooi om niet te bekijken, zogezegd. Dat hebben we gedaan en zowel Thijs als de bank was erg enthousiast. Er waren slechts twee problemen: mijn jonge leeftijd en het beperkte eigen vermogen. Thijs was toen 52 en wilde wel vennoot worden. Dat zette het licht op groen.”

Investeren in mensen

De vestiging in Bemmel maakte de weg vrij voor verdere professionalisering en schaalvergroting. De ondernemer realiseerde zich dat hij daarvoor mede was aangewezen op anderen. “Ondernemen in de glastuinbouw is een teamsport”, zegt hij. “Ik heb mij omringd met gedreven en capabele mensen, zowel binnen het bedrijf als daarbuiten. Plezier hebben staat voorop, want dat houdt mensen gemotiveerd. Wij organiseren alles heel bewust zelf en werken niet met uitzendbureaus. Dat kost weliswaar veel tijd en energie, maar het betaalt zich uit in loyaliteit en betrokkenheid. Ik geef mensen graag de ruimte voor eigen initiatief. Als iedereen doet waar hij goed in is, volgt de boterham vanzelf.”

Tweede bedrijfsleider

In 2013 nam Royal Berry een bedrijf van ruim 5 ha over in Huissen, dat onder de naam VG Berry een zelfstandige status kreeg. De zoon van de voormalige eigenaar werd bedrijfsleider. Begin dit jaar werd het bedrijf met 6 ha uitgebreid. “Een jaar daarvoor waren we op een derde locatie ook gestart met 7,5 ha buitenteelt op stellingen onder foliekappen”, vult Van Genderen aan. “De naam Summer Berry verwijst natuurlijk naar de periode waarin dit bedrijf aardbeien op de markt brengt.”
Met de toename van het areaal en het aantal vestigingen groeide ook het besef dat het management versterking nodig had. Elke locatie heeft inmiddels een tweede bedrijfsleider. Hoewel de taken goed zijn verdeeld, kunnen de bedrijfsleiders elkaar tijdens vakantie of ziekte volledig vervangen.

Leuke wedstrijd spelen

Het was een bewuste keuze om de verschillende bedrijven onder te brengen in aparte BV’s. “Het geeft iedereen nog meer het gevoel deel uit te maken van een hecht team”, licht de ondernemer toe. “De bedrijven, werkomstandigheden en resultaten lopen natuurlijk uiteen, maar dat is geen enkel probleem. Waar het om gaat is dat iedereen zijn beste beentje voorzet en probeert om het vandaag nog net iets beter te doen dan gisteren. Ik vergelijk ondernemen vaak met samen een leuke wedstrijd spelen. Winnen of verliezen is niet aan de orde; het draait om het spelplezier, om het gevoel dat je samen iets moois neerzet. Fouten maken is niet erg, zolang je er maar van leert. Dat geldt voor iedereen binnen dit bedrijf. En wanneer we samen succes hebben, wordt dat natuurlijk ook samen gedeeld. Zonder delen kun je niet vermenigvuldigen.”

Afzetparagraaf

Van Genderen realiseert zich dat hij veel profijt heeft gehad van de gestaag groeiende vraag naar kasaardbeien buiten de zomermaanden. “Het heeft ons zeker geholpen om te komen waar we nu staan. Ook enkele van mijn naaste collega’s hebben een sterke ontwikkeling doorgemaakt dankzij de aanhoudende vraag en goede prijzen. Wij hebben samen met afzetcoöperaties Fruitmasters en Veiling Zaltbommel hard gewerkt om de juiste handelspartners te vinden.”
Dat heeft geresulteerd in een aantal hechte relaties, waarmee Royal Berry op basis van gelijkwaardigheid nauw samenwerkt. “Ook in een groeimarkt blijft er behoefte aan zekerheid en continuïteit. Als wij geen tijd en energie hadden gestoken in onze afzetpositie, zou dat zeker tot vertraging hebben geleid in de bedrijfsontwikkeling. Banken zijn kritischer dan ooit en eisen een goed onderbouwd bedrijfsplan. De afzetparagraaf mag daar niet in ontbreken.”

Gewascoöperatie

De ondernemer zegt blij te zijn met de gewascoöperatie voor aardbei die enkele jaren geleden is opgericht. Hij constateert wel dat deze minder actief is dan hij graag zou zien. “Misschien moet ik de hand eerst in eigen boezem steken, want mijn bedrijf, de studieclubs én mijn gezin met jonge kinderen slokken al mijn tijd op. Er liggen genoeg thema’s en onderzoeksvragen die collectief aandacht vragen, zoals Erwinia, de Suzukivlieg en de stellingenteelt. Om die goed op te pakken is een ervaren kartrekker nodig en die heeft zich nog niet aangediend.”
Met de ontwikkeling van nieuwe rassen zijn de afgelopen jaren al wel de nodige stappen gezet. Elsanta is echter nog steeds een topper en dat is ook het hoofdras van Royal Berry. “Daarnaast telen wij Furore”, vult Van Genderen aan. “Volgend jaar krijgen we er met Sunsation een derde ras naast.”
Verbetering van de aardbeienplant heeft zijn constante aandacht. “Zijn er goede nieuwe rassen verkrijgbaar via onze telers, dan zetten we een aantal planten op kweek. We bekijken hoe de aardbeien groeien, hoe ze smaken en of het een mogelijke verbetering zou kunnen zijn voor de toekomst.”

Samenvatting

Geholpen door een willige markt hebben kwekerij Royal Berry en haar zusterbedrijven een sterke ontwikkeling doorgemaakt. In het personeelsbeleid staan zowel zelfstandigheid en eigen initiatief als teamgeest en samenspel centraal. Ondernemer Jan van Genderen hoopt dat de gewascoöperatie de komende jaren actiever en slagvaardiger wordt, zodat een aantal onderzoeksvragen collectief kan worden opgepakt.

Tekst: Jan van Staalduinen. Foto: Wilma Slegers

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd