Voor telers die vooruit kijken

‘Bij aanpak galmijt is het van groot belang dat je er vroeg bij bent’

Tomatenteler Vereijken zet digitale microscoop in
368 0
‘Bij aanpak galmijt is het van groot belang dat je er vroeg bij bent’

Door de inzet van een digitale microscoop weet tomatenteler Eric Vereijken uit Aarle-Rixtel galmijt sneller op te sporen en aan te pakken. “Hierdoor weten we of een bespuiting werkt of niet.” Goed scouten en kort erop zitten staan bij hem dan ook hoog op het prioriteitenlijstje.

In 2017 was het een ramp. Niet alleen in zijn kassen, maar ook andere tomatentelers kampten met een uitbraak van galmijt. Landelijk gezien was het letterlijk een plaag. Vorig jaar ging het stukken beter. Bij Vereijken Kwekerijen leerden ze ermee om te gaan, zoals teler Eric Vereijken zelf stelt. Ze zaten er bovenop, gingen meer preventief spuiten.

Weer veel last

Dit jaar lijkt het tij weer ten nadele te keren. De teelten die in september en oktober zijn opgestart, lijken het beestje, dat niet met het blote oog te zien is, weer behoorlijk aan te trekken. “Het is gewoon niet altijd te zeggen waar het aan ligt. In de belichte teelt hebben we nu veel last van galmijt. In de onbelichte teelt weinig. Ligt het aan het kasklimaat, aan de hoeveelheid gewas? Zeg jij het maar. Het enige wat ik weet is dat de plantvitaliteit ermee te maken heeft. Hoe gezonder een plant groeit, hoe sterker en weerbaarder hij is, hoe minder last van beestjes. In de slechte hoeken zie je ze altijd als eerste.”

Plantvitaliteit is dan ook een van de belangrijkste aandachtpunten. “Als een plant niet vitaal is, dus niet goed groeit, nemen ziektes en plagen de boel over en laat je productie liggen. Dat kost geld”, stelt de teler.

Er vroeg bij zijn

Goed scouten en kort erop zitten, staan dan ook hoog op het prioriteitenlijstje. “We hebben hier op onze locatie in Beek en Donk een bioloog die elke week een half uur komt scouten. Daarnaast scouten de teeltman en enkele anderen nog zo’n acht uur per week naast hun gewone werk in de kas.” Verder doet Vereijken een groot beroep op zijn medewerkers. Als ze iets zien, dienen ze dat te melden.

“Het is van groot belang dat je er vroeg bij bent”, gaat hij verder. “Het liefst wil je het eerste plekje meteen zien, zodat je je biologische bestrijding daar adequaat op kan inzetten. Wanneer de plekken al te groot zijn, kan je het vaak biologisch niet meer oplossen. Of je moet heel veel biologische bestrijders uitzetten, maar dat kost een hoop geld en je krijgt problemen met je andere biologische bestrijding.”

Als hij Nesi (Nesidiocoris tenuis) te hard afdoodt, dan krijgt Tuta (Tuta absoluta) weer de ruimte (zie ook artikel pagina 32). “Het gaat om het vinden van de balans. Dat is een van de grootste uitdagingen voor een teler.”

Digitale microscoop

In rampjaar 2017 zaten alle tomatentelers te springen om een oplossing. Vereijken, die lid is van de landelijke commissie Tomaat, werd benaderd door Annelies Hooijmans van Glastuinbouw Nederland. Na lang zoeken op internet had zij een hulpmiddel gevonden en vroeg de teler of hij bereid was een demonstratie te organiseren op zijn teeltlocatie in het Westland. Het ging om de Dino-Lite, een digitale en handzame microscoop. Je zet ‘m op een blad of stengel, stelt scherp en ziet het beeld 50 tot 200 keer vergroot terug op je tablet of smartphone verschijnen. Je kan er een foto van maken of een filmpje. “Ik heb er meteen een gekocht”, zegt de tomatenteler.

Hoogte bespuitingen

“Een uitbraak van galmijt kan je alleen maar constateren aan de hand van beschadigingen op blad en stengel. Het beestje zelf is met een loepje zelfs niet te zien. In theorie zou je je microscoop mee kunnen nemen de kas in, maar dat is arbeidstechnisch onmogelijk. Dus dit is een uitkomst. Het werkt heel efficiënt. We ontdekten ineens hele groepen galmijt in de plant. Zelfs planten die er goed uitzagen, naar onze mening, bleken enkele tientallen beestjes te huisvesten.”

Op die manier kwam hij er ook achter dat de galmijt vaak al veel hoger in de plant zit dan waar de beschadiging zich laat zien. “We spoten altijd tot halverwege de plant, omdat we daar de beschadigingen zagen, maar wat blijkt? Het beestje is daar dan allang vertrokken en zit veel hoger in de plant. We hebben dus de hoogte van onze bespuitingen aangepast. Uiteindelijk hebben we door dit microscoopje de uitbraak in 2017 onder controle weten te krijgen.”

Verfijning strategie

Vereijken gebruikt de microscoop, in tegenstelling tot sommige andere telers, niet om te scouten, maar juist om te kijken of bespuitingen werken. “Voor medewerkers die nog moeten leren hoe een galmijt, dan wel beschadiging van de galmijt, eruitziet, is dit een handig hulpmiddel. Met de digitale microscoop maak je een foto en stuurt ‘m naar een collega ter verificatie. Maar voor mij is vooral de nacontrole belangrijk: is de galmijt dood of levend. Is de bespuiting effectief geweest?”

De teler denkt met dit hulpmiddel zijn gewasbescherming te kunnen verfijnen. “Nu er steeds minder middelen en minder effectieve middelen op de markt zijn, wordt er vaak al snel geroepen dat een toegestaan middel niet meer werkt, maar ik denk dat het ook heel erg draait om het tijdstip van toediening en om de betreffende spuittechniek. Zo spoten wij ook veel te laag in de plant. Logisch dat het dan geen effect heeft.”

Fluorescerend

Het enige nadeel is dat het contrast tussen galmijt en blad niet altijd goed te zien is via de microscoop. Zeker in de onderste lagen van de plant, waar veel blad zit en het donker is, is het lastig een galmijt op te merken. Dat heeft de fabrikant ook terug gehoord van gebruikers. Vandaar dat Dino-Lite vorige zomer heeft meegewerkt aan een onderzoek van Glastuinbouw Nederland en studenten van de HAS Hogeschool, waaruit blijkt dat galmijten auto-fluorescent zijn.

“Nu gebruiken we wit licht in de microscoop, maar met fluorescerend licht is galmijt beter en sneller te detecteren”, zegt productmanager Danielle van Duijvendijk. “Dus dat gaan we aanpassen in de nieuwe versie. Daarnaast blijken eitjes van de witte vlieg ook auto-fluorescent. Dus dit hulpmiddel is voor meerdere plagen inzetbaar.”

De handzame microscoop is pas sinds 2017 op de markt voor de glastuinbouw. Bedwantsen werden er al veel langer mee opgespoord, maar de fabrikant en de tuinbouwsector hebben elkaar pas twee jaar geleden gevonden. “Ik was verbaasd dat er in de sector niet eerder al een oplossing was voor dit probleem”, zegt Van Duijvendijk. “Een digitale microscoop op locatie is de oplossing.”

Samenwerking belangrijk

Het is voor de fabrikant een gat in de markt. “We hebben onder andere ook al contacten met orchideeën-, chrysanten- en komkommertelers. Ze lopen allemaal tegen dezelfde problemen aan.”
Vereijken is ook blij met de samenwerking. “Wij weten als teler niet wat voor technieken er beschikbaar zijn en de leverancier wist niet dat wij hiernaar zochten. Het is dus heel belangrijk dat je met de goede mensen in contact komt, dat je van elkaar kan leren. Daarom vind ik mijn betrokkenheid bij de landelijke commissie en bij de werkgroep gewasbescherming zo van belang. Je moet elkaar opzoeken als er iets is. Alleen op die manier kom je verder met je bedrijf.”

Samenvatting

Door de inzet van een digitale microscoop wist tomatenteler Eric Vereijken in 2017 de uitbraak van galmijt onder controle te krijgen. Het is voor hem en zijn medewerkers een nieuw hulpmiddel geworden in de kas. Op een tablet of smartphone kan hij na een bespuiting zien of een galmijt nog leeft of niet. Met die kennis kan hij zijn gewasbeschermingsstrategie verfijnen.

Tekst: Marjolein van Woerkom.
Beeld: Vidiphoto.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd