Voor telers die vooruit kijken

‘Biologische bestrijders exact op de ‘plaats delict’ in het gewas’

Wijnen Square Crops test automatisch verdelen roofmijten
211 0
‘Biologische bestrijders exact op de ‘plaats delict’ in het gewas’

Tot vorig jaar verliep de inzet van biologische bestrijders in de hogedraadteelt komkommer van Wijnen Square Crops niet optimaal. Afgelopen jaar werd daarom ervaring opgedaan met het automatisch verdelen van roof- en voermijten over het gewas. Hierdoor kunnen de bestrijders precies op de juiste plek worden ingezet, wat de efficiency verbetert en met name trips beter onder de duim houdt. Ook is minder arbeid nodig.

Net zoals op de meeste glastuinbouwbedrijven is biologische bestrijding een ‘hot item’ bij Wijnen Square Crops. Dit geldt zowel voor de locatie in Grubbenvorst, waar de broers Pieter en Twan op 32 ha paprika’s telen, als voor het bedrijf in Egchel. Hier wordt, verspreid over drie kassen, 18 ha komkommers geteeld. Daarvan is 15 ha hogedraadteelt (waarvan 2 ha belicht) en 3 ha traditionele teelt.

Kop van de plant

“Bij het onder controle houden van ziekten en plagen zetten we zoveel mogelijk in op biologie”, zegt Roy Joosten. Hij is assistent-bedrijfsleider op de locatie in Egchel. “Het aantal beschikbare gewasbeschermingsmiddelen loopt immers terug, ook worden residunormen verder aangescherpt. We zetten onder meer biologische bestrijders in tegen trips, wittevlieg, spint en luis.”
De inzet van biologie verliep aanvankelijk niet zonder problemen. Tot begin vorig jaar werden zakjes met roofmijten handmatig bovenin het gewas gehangen. “Maar doordat een hogedraadkomkommer hard groeit en bladplukken regelmatig moet gebeuren, lagen de zakjes in no-time op de grond en konden de biologische bestrijders niet optimaal hun werk doen. Problemen manifesteren zich immers meestal in de kop van de plant”, vertelt Johan Bentvelsen, die op de komkommerlocatie verantwoordelijk is voor de biologische bestrijding. “Daarnaast moesten we regelmatig nieuwe zakjes ophangen, wat veel arbeid vergde.”

Techniek op buisrailkar

Vanwege de geschetste problemen besloten Joosten en Bentvelsen vorig jaar te gaan testen met de Bioslider van Royal Brinkman. Dit apparaat werd aanvankelijk ontwikkeld voor het automatisch en gelijkmatig verdelen van roofmijten in chrysant. “Vervolgens zijn we gaan kijken in welke teelten deze uitzetmethodiek nog meer voordelen zou kunnen bieden”, vertelt Michael Visser, productspecialist Mechanisatie bij Royal Brinkman. “We kwamen al snel uit bij de hogedraadteelt van komkommers.”
Wordt de verdeler bij chrysant gekoppeld aan de horizontale spuitboom, voor de komkommerteelt is deze bevestigd op een elektrische buisrailwagen. Hij bestaat uit twee voorraadbakken, met daaraan twee doorzichtige strooibuizen. “Op deze manier kunnen we twee rijen planten in één werkgang behandelen. De dosering stellen we in via het digitale display op het apparaat.”

Roofmijten en voermijten

Wijnen zet het apparaat voornamelijk in voor de verdeling van de roofmijten Transeius montdorensis en Amblyseius andersoni. “De montdorensis werkt preventief tegen wittevlieg en trips en heeft een nevenwerking op spint”, licht Roy Verlinden toe. Hij is productspecialist gewasbescherming bij de toeleverancier. “Bij de andersoni is het precies andersom: deze werkt preventief tegen spint en heeft een nevenwerking op trips. Daarnaast worden speciale Power Food-voermijten van fabrikant Agrobio meegestrooid, die dienen als voedsel voor de roofmijten.”
“De inzet van voermijten was nieuw voor ons. Hier zijn we mee gestart sinds we de verdeler inzetten”, zegt Joosten. “Je weet immers nooit of er in het gewas voldoende voedsel aanwezig is voor de roofmijten. Daarom voeren we ze, afhankelijk van de hoeveelheid voeding die beschikbaar is, in meer of mindere mate bij. Zo kunnen de roofmijten beter hun werk doen.”
In de belichte teelt gaat Bentvelsen tweewekelijks rond met de automatische verdeler, in de onbelichte teelt is een driewekelijkse ronde meestal toereikend. De teeltman geeft toe dat de inzet niet meteen vlekkeloos verliep. “In het begin was het materiaal te vochtig, waardoor dit bleef plakken en de tandwielen dichtslibden. Hierdoor kwamen de mijten er niet gelijkmatig uit. Sindsdien gebruiken we mijten uit een verpakking, die meer ademt. Hierdoor is het materiaal beter droog en horen de geschetste problemen tot het verleden.”

Effectievere inzet

Al met al heeft het apparaat, na een jaar testen, een duidelijke meerwaarde volgens Bentvelsen en Joosten. Zij geven aan dat ze de biologie effectiever kunnen inzetten, waardoor met name trips beter onder controle te houden is. “De strooibuizen kun je precies boven op het gewas richten, zodat de mijten op de juiste plaats in de kop van de planten komen. Veel meer dan voorheen brengen we het biologisch materiaal dus precies op de ‘plaats delict’. Ook kunnen de mijten meteen aan het werk; bij de zakjes duurde het vaak een week voordat de mijten eruit kwamen lopen. Dan was het zakje meestal al naar beneden gezakt”, zegt Joosten.
De assistent-bedrijfsleider ziet dit met name terug in een afname van de tripsdruk. Doordat er vroeger paprika’s in de betreffende kas stonden, waren er jarenlang grote problemen met trips. “Met roofmijten in zakjes kregen we dit niet gereguleerd. Sinds we de Bioslider inzetten, hebben we de trips voor negentig procent onder controle.”

Spintbestrijding

Wel blijft het volgens Joosten nog zoeken naar een juiste spintbestrijding. “Phytoseiulus persimilis is de meest effectieve roofmijt tegen spint, maar het probleem is dat je deze niet kunt bijvoeren met voermijten. Daarom strooien we deze alleen mee als de druk té hoog wordt. Voor de rest proberen we spint onder controle te houden met de andere roofmijten. Dat lukt in de ene periode beter dan in de andere.”
Dankzij de inzet van de nieuwe techniek bespaart het teeltbedrijf ook zo’n 20 tot 30% op arbeid. “We hoeven immers geen zakjes meer bovenin het gewas te hangen en er is maar één man nodig op de elektrokar. Bovendien hebben we minder werk doordat het ophangen van kaartjes met sluipwespen – bedoeld om wittevlieg tegen te gaan – niet meer nodig is; de montdorensis-roofmijten houden deze plaag goed onder controle. Een nadeel van de nieuwe werkwijze is overigens wel dat medewerkers – wanneer ze tijdens het strooien aan het werk zijn in het gewas – dikwijls strooisel in de nek krijgen.”

Rijen om en om strooien?

Vanwege de positieve ervaringen schafte Wijnen onlangs een tweede exemplaar aan. Het prototype waarmee afgelopen jaar werd gewerkt, wordt daarnaast verbeterd naar de definitieve versie. “We hebben wat kleine aanpassingen gedaan”, zegt Visser. “Zo is de motor nu compacter en zijn de strooibuizen voorzien van een stevigere behuizing.”
Bentvelsen benadrukt dat hij de inzet van de verdeler de komende tijd verder wil optimaliseren. “Nu moeten we nog iedere rij in; dat is niet ideaal. We testen daarom of het voldoende is om de rijen om en om te strooien. We doseren dan wel een dubbele hoeveelheid, met de gedachte dat de beestjes zelf naar de andere rijen lopen. Op deze manier zouden we nog meer arbeid kunnen besparen, maar het is afwachten hoe dit uitpakt. Ik kan me voorstellen dat dit in de eerste teelt – wanneer de plaagdruk nog laag is – wel een optie is, maar dat je in latere teelten toch iedere rij afzonderlijk zult moeten behandelen.”

Samenvatting

Wijnen Square Crops testte afgelopen jaar een automatische verdeler van roof- en voermijten in hogedraadkomkommers. Dit apparaat brengt de mijten direct in de kop van het gewas. Door deze aanpak kunnen die beter hun werk doen. De broers Wijnen kunnen de trips – voorheen het grootste probleem – nu voor 90% onder controle houden. Ook besparen ze op arbeid, onder meer omdat het niet langer nodig is om zakjes op te hangen.

Tekst en foto’s: Ank van Lier.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd