Voor telers die vooruit kijken

Consortium werkt aan weerbaarheid met waterzuivering en ontsmetting

Slechts een kleine stap van mouterij naar substraatteelt
49 0
Consortium werkt aan weerbaarheid met waterzuivering en ontsmetting

Het zou heel goed kunnen dat de biersector, in het bijzonder mouterijen, de glastuinbouw verder helpt op weg naar weerbaar telen. Brouwers hebben immers al ruim een eeuw ervaring met microbiële sturing in een aquatisch milieu. Met Fusarium als gemeenschappelijke deler en zuiveringsinstallaties als stuurinstrument willen onderzoekers de komende twee jaar concrete vooruitgang boeken. Drie bedrijven werken aan dit onderzoek mee.

Biochemicus en directeur Freddy Dekkers van Water IQ mag op zijn tijd graag een pintje pakken. Hoe kan het ook anders, wanneer je jarenlang in de biersector werkzaam was. Ook in zijn huidige job keert hij er vaak terug, want het Nuenense bedrijf ontwerpt en installeert waterzuiveringsinstallaties voor mouterijen, voedingsindustrie, groenteverwerkers (snijderijen) en tuinbouwbedrijven.

“De zuiveringsplicht heeft onze werkzaamheden voor de glastuinbouw in een stroomversnelling gebracht, maar ik ken de sector al langer”, zegt Dekkers. “Er vindt een enorme ontwikkeling plaats in het denken en doen rond verduurzaming. De noodzaak om restwaterstromen te zuiveren en de wens van veel telers om meer grip te krijgen op zowel de waterkwaliteit als een gezonde rhizosfeer die de weerbaarheid van gewassen ondersteunt – twee belangrijke uitgangspunten voor écht duurzaam telen – deed me terugdenken aan mijn eerdere carrière. Net zoals telers houden bierbrouwers niet van Fusarium.”

‘Gushing’ bier en Fusarium

De biochemicus legt uit dat een verkeerde microbiële balans het moutproces kan verstoren, met nadelige gevolgen voor het eindproduct. “Soms open je rustig een flesje en komt het bier er spontaan en met veel schuim uit. Dit verschijnsel heet ‘gushing’. Wanneer het zich voordoet, heb je grote kans dat er Fusarium in het spel is.”

In de afgelopen eeuw leerden technologen om de achterliggende processen te doorgronden en meer grip te krijgen op de samenstelling en balans van de microflora tijdens het mouten. De kwaliteit van de grondstoffen, inclusief water, is daarbij net zo belangrijk als het beheersen van omgevingsfactoren zoals de temperatuur. “De glastuinbouw heeft nog weinig kennis en ervaring met microbiële sturing in het wortelmilieu”, stelt Dekkers vast. “Om te zien hoe we een brug zouden kunnen slaan, nam ik vorig jaar contact op met André van der Wurff.”

“Het was een heel leuk gesprek”, zegt de teamleider van Groen Agro Control (GAC). “En nuttig, want samen met onze partners KWR, Stichting Control in Food & Flowers (SCFF) en enkele gewascommissies binnen LTO Glaskracht is er vervolgens een onderzoeksvoorstel opgesteld. Het kreeg onlangs groen licht en wordt financieel ondersteund vanuit de topsectoren T&U en Water.”

Tweejarig project

Het project omvat twee stappen, waarvoor telkens ruwweg één jaar wordt uitgetrokken. Van der Wurff: “In eerste instantie willen we ons fundamentele inzicht vergroten in de microbiologie binnen waterstromen op glastuinbouwbedrijven en op de microbiologie in het wortelmilieu, oftewel de rhizosfeer.”

KWR focust zich op de waterstroom, terwijl GAC en SCFF zich concentreren op de rhizosfeer. “Naast de vraag welke organismen daar zoal voorkomen, willen we meer weten over de interacties tussen micro-organismen onderling en tussen micro-organismen en planten”, vervolgt Van der Wurff. “En over de mechanismen waarmee de teler de microbiologische balans kan beïnvloeden en vertalen in een verhoogde weerbaarheid van zijn gewas. Daarbij kun je onder andere denken aan het toedienen van organische stoffen aan de voedingsoplossing, die gunstige micro-organismen en de biodiversiteit in het algemeen bevorderen. Schimmelproblemen tijdens een teelt zijn vrijwel altijd gekoppeld aan een geringe biodiversiteit in de rhizosfeer.”

In de tweede fase van het project willen de onderzoekers de nieuw verworven inzichten vertalen naar de praktijk. Dan zal blijken of telers op basis van specifieke metingen en acties hun grip op waterkwaliteit, bodemleven en weerbaarheid daadwerkelijk kunnen verstevigen.

Getrapte waterzuivering

Drie bedrijven met respectievelijk gerbera, phalaenopsis en tomaat werken al mee aan de eerste fase door watermonsters beschikbaar te stellen en experimenten te faciliteren. Niet toevallig beschikken deze bedrijven over zuiveringsapparatuur van Water IQ.

“Een weerbaar wortelmilieu is niet los te zien van gezond water en een efficiënte waterhuishouding”, zegt business development director Jeroen Krosse. “Via het drainwater verdwijnen al veel goede stoffen uit het wortelmilieu, zoals suikers, aminozuren en andere wortelexudaten. Bovendien kan de manier van ontsmetten grote invloed hebben op deze stoffen. Door verhitting en UV-licht gaat veel daarvan verloren en dat is zonde. Wij hebben daarom een getrapte zuiveringstechniek ontwikkeld die dit nadeel ondervangt en ook andere voordelen biedt.”

Zuiveringstechniek

In de Opticlear Diamond zuiveringstechniek, waarop Krosse doelt, stroomt het retourwater eerst door een filterbed met geladen keramische korrels. Deze binden de aanwezige organische vervuiling (adsorptie).

“Zo raak je op een efficiëntie manier al veel oxideerbare stoffen kwijt die ongewenste micro-organismen kunnen voeden”, vult Dekkers aan. “Bovendien zijn er nu minder oxidanten nodig in de tweede zuiveringstrap, die gebaseerd is op geavanceerde oxidatie met behulp van een katalysator, waterstofperoxide en geïoniseerde zuurstof uit de lucht.”

“Ditzelfde principe passen we toe in de zuiveringsinstallaties voor restwaterstromen, waarin de afbraak van gewasbeschermingsmiddelen centraal staat”, merkt Krosse op. “Daarbij gaat het meestal om veel lagere volumes dan bij een installatie die de hele drainwaterstroom moet verwerken. De techniek is gelijk, maar de benodigde capaciteit en de setpoints voor toe te voegen oxidanten en stroomsnelheid zijn heel anders. Idealiter moet één installatie beide taken kunnen vervullen.

Integraal benaderen

Dekkers wijst er op dat een sluitend, op weerbaar telen ingericht watersysteem niet altijd overeenkomt met de huidige denkbeelden. “Veel telers vinden het vanzelfsprekend om vuil water op te slaan”, zegt hij. “Toch is dat niet handig, want vuil water blijft doorgaans in kwaliteit achteruit gaan. Veel beter is het om drainwater eerst te reinigen en ontsmetten en het pas dan op te slaan. Wat slecht is moet zo snel mogelijk uit het systeem, wat goed is wil je graag houden. Voor een structureel weerbaar wortelmilieu zul je het watersysteem integraal moeten benaderen.”

Meerdere voordelen

Vanwege de beperkte capaciteit en leeftijd van de al aanwezige ontsmettingsinstallatie – een gasgestookte verhitter – zocht de directie van Batist Gerberakwekerij in Made naar een waardige opvolger. “In overleg met onze teeltvoorlichter hebben we een shortlist opgesteld, waar de Opticlear Diamond deel van uitmaakte”, zegt Patrick Batist. “Op basis van testresultaten en de ervaringen in andere teelten leek ons dat uiteindelijk de beste keuze. Wij zien meerdere voordelen in onze nieuwe installatie. De ontsmettingscapaciteit van 15 m3 water per uur is bijna twee keer zo hoog als die van de verhitter, maar voorlopig is 12 m3 per uur ruimschoots voldoende. Naast de goede ontsmettingsresultaten vinden we het prettig dat de mogelijkheid om te lozen bij deze installatie behouden blijft, hoewel we daar in principe geen gebruik van willen maken.”

De teler is benieuwd of de proef waaraan hij medewerking verleent de verwachtingen waar kan maken. “Het klinkt best aannemelijk, maar of het in de praktijk echt gaat werken, moeten we afwachten. Een betere waterkwaliteit en een wortelmilieu dat de weerbaarheid van ons gewas bevordert, klinken ons natuurlijk als muziek in de oren. Als dat in de loop van volgend jaar wordt bevestigd, dan is dat een opsteker voor de gerberasector.”


Laboratoriumwerk

Drie teeltbedrijven werken mee aan het breed opgezette project, dat zich vooralsnog voornamelijk afspeelt in laboratoria.

Luc Hoornstra coördineert de inbreng van KWR, dat de microbiologie in de waterstroom analyseert en monitort, onder andere met behulp van DNA-analyse. Teus Luijendijk en Jolanda Korteland zijn betrokken namens de Stichting Control in Food & Flowers. “Ik richt mij in hoofdzaak op het isoleren en groeperen van wortelexudaten”, licht Luijendijk toe. “Die worden vervolgens onderworpen aan allerlei testen.”

“Dat laatste mag ik doen”, vult Korteland aan. “Ik breng de verschillende fracties in contact met de microbiologie van de drie gewassen en moet vaststellen welke effecten dat heeft op de verschillende organismen. Diezelfde fracties voegen we ook afzonderlijk toe aan individuele planten, die we voor een deel opzettelijk besmetten met pathogenen zoals Fusarium of Rhizobium rhizogenes, de veroorzaker van crazy roots. We zijn erg benieuwd welke effecten we zien op zowel de microbiologische gemeenschap als op de weerbaarheid van de planten.”


Samenvatting

De komende twee jaar wordt onderzocht hoe telers via hun watersysteem (layout, zuivering/ontsmetting en voeding voor gunstige micro-organismen) kunnen sturen op een meer gevarieerde rhizosfeer, die resulteert in een verhoogde weerbaarheid van het gewas en een lagere ziektedruk in de wortelomgeving. Drie bedrijven met gerbera, phalaenopsis en tomaat werken aan dit onderzoek mee.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd