Voor telers die vooruit kijken

‘Duurzaamheid glastuinbouw verdient een koopargument te worden’

Vincent Deenen, directeur marketing Grodan
688 0
‘Duurzaamheid glastuinbouw verdient een koopargument te worden’

De glastuinbouw gaat zeer efficiënt om met water en grondstoffen en is bovendien hoogproductief: noodzakelijk om een groeiende wereldbevolking te voeden. “Maar de consument weet er vrijwel niets van. Wij gaan ons inzetten om dat verhaal beter te vertellen. In de supermarkt, want daar komt iedereen.”

Zelfs een kleine supermarkt verkoopt al snel vijftien soorten tomaten. Ruime keus dus. “Maar de consument die wil kiezen op grond van de manier van telen tast in het duister. Het maakt nogal wat uit of voor de productie van een kilo tomaten zestig liter water is gebruikt of vijftien. In de VS is ‘hydroponically grown’ een aanbeveling. In de Nederlandse supermarkt zie je nooit zulke aanduidingen. Terwijl er duidelijk vraag is naar duurzaam geteeld”, zegt Vincent Deenen, marketingdirecteur van Grodan.

Groeiende vraag

Hij is voorzitter geweest van NIMA Food & Agrimarketing, de beroepsvereniging van marketeers. Onderling hebben de marketeers vaak gepraat over de vraag waarom het duurzame verhaal van de Nederlandse tuinbouw zo moeilijk doordringt. Nu pakt Deenen de handschoen op: “We gaan als Grodan tijd en energie investeren om het geweldige verhaal van de tuinbouw beter te vertellen aan de consument. Daarvoor gaan we in overleg met retailers, organisaties en opinieleiders. We hebben al met grote internationale partijen gepraat die concluderen: jullie hebben een goed verhaal. Maar het is gewoon niet goed bekend. Als marktleider hebben we een maatschappelijke verantwoordelijkheid en die pakken we op deze manier op.”
Het past bij de nieuwe strategie die de steenwolproducent enkele jaren geleden is ingeslagen om alle duurzaamheidsinspanningen onder één noemer te brengen. “We hebben de wereldwijde ontwikkelingen in kaart gebracht: een groeiende wereldbevolking die moet worden gevoed, de trek naar steden, het toenemende welvaartsniveau. De Voedsel- en Landbouworganisatie FAO legt de nadruk vaak op de problemen, maar de groeiende markt geeft natuurlijk ook grote kansen, mits we verstandig omgaan met water, energie, land en meststoffen”, zegt hij.
Zijn bedrijf heeft op alle vlakken geïnvesteerd in duurzame oplossingen: bij de eigen productie, in de teelt en de recycling van substraat na gebruik. “We maken steenwol van basalt dat we winnen in Duitsland. Wanneer de groeves uitgeput zijn, worden ze opnieuw ingericht, om uiteindelijk een beschermd natuurgebied te worden. In de fabriek is energiebesparing een voortdurend aandachtspunt en bij het vervoer van het eindproduct maken we zoveel mogelijk gebruik van energiezuinige extra lange vrachtwagens”, vertelt hij.

Op elk aspect perfect

De ondersteuning van de telers valt onder de noemer Precision Growing: maximaal resultaat met een minimale inzet van water en meststoffen. Daarbij hoort de voortdurende verbetering van steenwolmatten en -blokken, advies aan de teler en ondersteuning met technische apparatuur zoals de GroSens. Met dat apparaat kan de teler op alle plekken in de mat het vochtgehalte en de EC meten om daarmee het watergeefregime en het watersysteem te optimaliseren en zo te komen tot efficiënter en lager gebruik van water en meststoffen.
“We stellen in onze benadering niet meer het product centraal, maar de manier van telen. Het is een samenspel van de juiste rassen, watermanagement en klimaatbeheer. Alles moet tot in de kleinste details in orde zijn”, vat Deenen de relatie met de teler samen.
Na de teelt faciliteert zijn bedrijf de recycling van de matten. Het plastic krijgt een tweede leven, de wortels worden gecomposteerd en de steenwol zelf wordt gebruikt als kleivervanger voor de baksteenindustrie. Dat spaart kleiwinning uit en bovendien kan de oventemperatuur bij het maken van de bakstenen lager worden ingesteld, het resultaat is een duurzamere baksteen.

Minimaal watergebruik

Zo is er over de hele linie vooruitgang geboekt op het gebied van duurzaamheid. Alleen: de consument weet dit allemaal niet. “Voor de productie van een kilo tomaten in de vollegrond is 60 liter water nodig. Als je er een kas overheen zet, daalt het verbruik naar 22 liter. Bij recirculatie kun je met 15 liter toe en bij proeven in een gesloten kas met terugwinning van het condenswater was 4 liter zelfs voldoende. Dat is een heel mooi verhaal wanneer je meer mensen moet voeden met minder hulpbronnen.”
De consument wil gezond en duurzaam voedsel; daar heeft de glastuinbouw een oplossing voor. “Als je het gewas precies geeft wat het nodig heeft en op het juiste moment, krijg je een hogere productie zonder verspilling van water en meststoffen. Maar in het winkelschap zie je dat niet terug en kiest dus bijna niemand op grond van duurzaamheid”, zegt hij.

De nieuwe supermarkt

Een open vraag is nog hoe en waar je het verhaal vertelt. Jaarlijks trekt Kom in de Kas ruim 200.000 bezoekers. Daar laten telers al hun inspanningen voor een schone, gezonde en duurzame teelt zien. Maar op het moment van aanschaf van de producten laten maar weinig consumenten dat meewegen, bijvoorbeeld door consequent voor Nederlands product te kiezen. Dus lijkt het voor de hand liggend om de consument aan te spreken op de plek waar hij de producten koopt.
Niet voor niets is de locatie voor dit interview Beej Benders in Venlo, een revolutionair versmarktconcept, te vergelijken met Marqt in Amsterdam. Op het eerste gezicht lijkt het op een mengeling van speciaalzaken – bakker, slager, groenteman, visboer, koffiebrander – gecombineerd met een restaurant. Allemaal gericht op beleving, verleiding en ambachtelijkheid. Bij de groenten is veel aandacht voor informatie waar de producten vandaan komen. Op zo’n plek past ook informatie over de manier van telen, denkt Deenen.

Romantische verhalen

Maar Beej Benders is veel meer gericht op emotie. Dat is nog iets wat de tuinbouw moet leren. “Je moet iets vinden om de consument te raken. En misschien moeten we het helemaal niet zelf vertellen. Wij zijn toch vaak erg gericht op technische uitlegverhalen.”
Er is één categorie in de winkel waarvoor mensen wel duidelijk op grond van de productiewijze kiezen, namelijk biologische producten. Ook raakt ‘biologisch’ duidelijk een gevoelige snaar bij de consument. Misschien valt daar wel iets van te leren, geeft hij aan.
Een valkuil kan zijn om een al te romantisch verhaal neer te zetten. Het tv-programma Keuringsdienst van Waarde heeft bijvoorbeeld de reclames van Bertolli met Italiaanse grootmoeders vakkundig doorgeprikt. Ook bierreclames die ambachtelijkheid benadrukken, maar nooit de hoogtechnologische, zeer hygiënische productie laten zien, zijn sindsdien kwetsbaar.
Toch zal het voor het grote publiek een omslag zijn om te beseffen dat juist hightech glastuinbouw – dat er een beetje clean uitziet – duurzamer is dan (geromantiseerde) vollegrondsproductie onder de Mediterrane zon.

Publieke opinie

Zijn bedrijf heeft inmiddels enige ervaring met de consumentenmarkt: een mooi voorbeeld is het teeltsysteem van IKEA, waarmee iedereen zijn eigen slaplantjes en kruiden kan telen. De plantjes staan in steenwolpluggen en worden belicht met LED’s. Het teeltsysteem is ontwikkeld als product voor een nieuwe markt, maar positief bij-effect is dat de consument op een speelse manier kennismaakt met hightech telen onder LED’s op steenwol als groeimedium met een minimaal gebruik van water en mest.
“Als je de tijd krijgt om het uit te leggen, is 95 procent gevoelig voor het goede duurzame verhaal”, is Deenens ervaring. “We staan nog aan het begin van dat proces en het is de vraag hoe je het moet vertellen; informatie in de winkel of via de publieke opinie. Het mooiste is dat de consument ernaar gaat vragen, het is toch altijd de massa die bepaalt.” Hij roept iedereen op mee te denken: “Bel me gerust: elk idee is welkom.”

Samenvatting

Vincent Deenen gaat zich inzetten om de consument meer bewust te laten worden dat de Nederlandse glastuinbouw een duurzame aanpak kent en dat die duurzaamheid een overweging kan zijn bij de aankoop van groenten, fruit en bloemen in de winkel. Dit voornemen past bij de MVO-strategie van het steenwolbedrijf. Het eerste overleg met grote partijen over de insteek verloopt positief. Het is nog een open vraag hoe de communicatie het beste kan worden aangepakt.

Tekst: Tijs Kierkels. Foto’s: Wilma Slegers

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd