Voor telers die vooruit kijken

‘Emoties regeren debat chemische gewasbeschermingsmiddelen’

Maritza van Assen, directeur Nefyto
2.01K 0
‘Emoties regeren debat chemische gewasbeschermingsmiddelen’

De discussie over individuele gewasbeschermingsmiddelen is weer terug in de politiek. De macht van de social media wint het soms van de onafhankelijke toelatingsbeoordeling. Gevolg: werkzame stoffen komen door emoties in het verdomhoekje. Nefyto zoekt nieuwe manieren om hiermee om te gaan.

In een ver verleden praatte de Tweede Kamer keer op keer over individuele werkzame stoffen. Atrazin, bentazon en chloorthalonil zijn bekende voorbeelden. “Vaak gebeurde dat naar aanleiding van incidenten. En de vraag aan de minister was dan: wat gaat u eraan doen? Het ministerie was toen immers nog verantwoordelijk voor de toelating”, haalt Maritza van Assen in herinnering.
Zij is directeur van Nefyto, de brancheorganisatie van de gewasbeschermingsindustrie in Nederland. De organisatie heeft veertien leden (zoals BASF, Bayer, Monsanto, Certis, Syngenta) en vier mensen in dienst voor de belangenbehartiging. “Iedereen vond die oude situatie ongewenst. Daarom is de beoordeling op afstand van de politiek geplaatst met de komst van een onafhankelijk toelatingscollege van deskundigen, tegenwoordig het Ctgb”, zegt ze.

Meerderheid

De onafhankelijkheid moest wel worden bevochten, maar daarna was het lange tijd rustig. Nu is de discussie echter weer helemaal terug. Vanwege de politieke onrust staan neonicotinoïden en glyfosaat onder druk en er is weer politiek draagvlak voor verboden op grond van incidenten. Meest recente voorbeeld is dat de staatssecretaris zelf imidacloprid (merknaam onder andere Admire) zou hebben verboden vanwege aanhoudende overschrijdingen in het oppervlaktewater in tuinbouwgebieden, als het Ctgb niet met een besluit zou komen. Dat zei hij toe op grond van druk uit de Tweede Kamer. Inmiddels heeft het Ctgb de toelating zodanig beperkt dat (zeer waarschijnlijk) vanaf december alleen tuinbouwbedrijven met een gecertificeerde zuiveringsinstallatie Admire nog mogen gebruiken.
Van Assen ziet meerdere ontwikkelingen die tot deze situatie hebben geleid. “Het begin van de hernieuwde discussies is goed aan te wijzen: toen VVD en CDA, samen met LPF en later PVV, de meerderheid in de Tweede Kamer hebben verloren. Dat valt vrijwel samen met de start van de discussie over het effect van neonicotinoïden op bijen.”

Rationeel

Behalve de politiek is ook de maatschappij veranderd. Vroeger had de brancheorganisatie alleen overleg met het ministerie, de Tweede Kamer en LTO. Later kwamen daar maatschappelijke organisaties en belanghebbenden bij: Natuur & Milieu, FNV, Vewin, supermarkten. Nu is er een nieuwe groep bijgekomen die je niet rechtstreeks kunt aanspreken: “We leven in het social media tijdperk en social media lenen zich heel goed voor campagnes”, zegt ze.
Een slim gekozen hashtag (#bijengif of #savethebees) brengt onvrede van organisaties en individuen onder één noemer, zodat ze gemakkelijk bundelen tot een beweging. “De situatie bij glyfosaat is een goed voorbeeld. Er is aversie tegen het middel, omdat het wordt toegepast bij gmo-gewassen. Inmiddels is er een wereldwijde anti-beweging tegen producent Monsanto ontstaan met ‘marches against Monsanto’ en zelfs een tribunaal dat in oktober in Den Haag wordt gehouden. Hier gaat een enorme kracht van uit en het effect is dat het vertrouwen in het toelatingssysteem afneemt”, vertelt Van Assen. Het is voor alle betrokken partijen lastig om daar het rationele verhaal – een goed toelatingsbeleid – tegenover te stellen.

De emotie regeert

Want dat is de derde ontwikkeling: de emotie regeert. Of iets aantoonbaar waar is, doet minder ter zake. De politiek ziet dit soort ontwikkelingen en speelt erop in. In het verkiezingsprogramma van GroenLinks bijvoorbeeld staat letterlijk een verbod op neonicotinoïden en glyfosaat genoemd.
Voor Nefyto is het lastig met de woordvoerders van verschillende linkse partijen in gesprek te komen: “Ze houden de boot af, omdat ze denken dat ze de boodschap al kennen. Er bestaan veel verbindingen tussen politieke partijen, milieuorganisaties en media. LTO heette vroeger de groene lobby die veel zou bepalen. Voor zover dat ooit het geval is geweest, is die situatie nu omgeslagen naar een nieuwe groene lobby. Iedereen laat zich gijzelen door de beeldvorming die door de maatschappelijke organisaties wordt neergezet.”
Tot slot een vierde ontwikkeling: bijna niemand maakt zich nog zorgen over de voedselvoorziening. Dat de zekerheid daarvan ooit belangrijk is gestegen door de opkomst van gewasbeschermingsmiddelen, is ver weggezakt. En ook een snel groeiende wereldbevolking zet weinigen op het spoor dat we de stoffen gewoon nodig hebben.
De belangenorganisatie staat er vaak alleen voor om de boodschap te verkondigen. Land- en tuinbouworganisaties hebben lange tijd gedacht dat weggevallen middelen wel door andere zouden worden vervangen. Supermarkten halen overal ter wereld producten vandaan. Overheden en consumentenorganisaties branden hun vingers liever niet aan het onderwerp bestrijdingsmiddelen.

‘In communicatie over belang van chemie kan de teler een belangrijke rol spelen’

Boodschap

De brancheorganisatie zoekt naar nieuwe manieren om met al deze ontwikkelingen om te gaan. Tot voor kort reageerde de organisatie met een stevig onderbouwde argumentatie, maar dat sloeg te weinig aan. De boodschapper was verdacht en dus de boodschap. Nu is het zaak om slogan-achtige formuleringen te vinden die ook landen. Zoals: ‘Risico = Gevaar x Blootstelling’. Dat is de verkorte uitleg van bijvoorbeeld: natuurlijk is een insecticide giftig voor insecten, zoals bijen, maar het gaat erom of ze eraan worden blootgesteld. Of: er zitten wel residuen op groenten, maar dat is zo extreem weinig dat het geen risico’s geeft.
En komt de boodschap aan? Van Assen: “Bij degene die het wil horen wel. Maar we moeten echt bewustzijn creëren, want ook voor mensen zonder vooringenomenheid is dit al een denkstap. De eerste reactie is toch vaak: maar de stof is toch giftig? De discussie is meestal gericht op een verbod, niet op verantwoord gebruik van een middel, waarvan de veiligheid is bewezen in een zeer uitgebreid traject.”

Dialoog met veel partijen

Eind 2015, begin 2016 heeft de brancheorganisatie vier dialoogsessies georganiseerd met ketenpartijen, wetenschap, media en maatschappelijke organisaties. “Zo zijn we in gesprek geraakt met mensen die we anders niet zouden spreken, bijvoorbeeld uit de wetenschap en de media. Dat waarderen we heel erg. Datzelfde geldt voor ketenpartijen. De maatschappelijke organisaties bleven vriendelijk, maar hebben hun eigen doelstelling”, vertelt de directeur.
Ze benadrukt dat het toelatingsbeleid met al zijn verschillende trajecten zeer gedegen is. Middelen worden soms wel tien keer tegen het licht gehouden. “Maar in de toepassing vallen nog steeds slagen te maken. In de buitenteelt is erfafspoeling een belangrijk punt. In de glastuinbouw zijn we bezig met zuivering. Als dat lukt, hebben we een hele stap gemaakt. Tot nu toe wordt er geloosd op de sloten en zijn de glastuinbouwgebieden op kaarten met normoverschrijdingen duidelijk herkenbaar. Dat kan niet meer. Ik heb bewondering voor LTO Glaskracht Nederland dat ze de achterban mee weet te nemen in dit proces”, geeft ze aan.

Draagvlak

In de communicatie over het belang van een voldoende breed middelenpakket kan de individuele teler een belangrijke rol spelen, zegt ze. Kom in de Kas en open dagen trekken veel belangstellenden. “Vertel het verhaal dan eerlijk; dat kan helpen om het maatschappelijke draagvlak voor chemie te behouden. Nu ligt de nadruk heel erg op de inzet van natuurlijke vijanden. Dat is heel goed, maar dan moet je wel erbij zeggen dat je ook de chemie nodig hebt. Dat kan op een eenvoudige manier, bijvoorbeeld: ‘als u hoofdpijn hebt, neemt u toch ook een aspirientje’. Zo kweek je begrip.”
Ze roept een excursie voor Europarlementariërs bij wijlen Tiny Aerts in herinnering, de LTO-voorman die twee jaar geleden plotseling is overleden. Hij vertelde uitgebreid over biologische bestrijding bij komkommer die chemie overbodig maakt. Van Assen zat zich te verbijten; waarom noemde hij de chemische inzet niet? “Toen de parlementariërs helemaal op zijn hand waren, begon Aerts pas over de chemische component. Dat insecticiden en fungiciden ook nodig zijn. Dat het een samenhangend systeem is. En dat er daarvoor ruim voldoende middelen voorhanden moeten zijn. Op die manier landde de boodschap ook bij mensen die op voorhand kritisch waren.”

Samenvatting

Lange tijd discussieerde de politiek niet meer over individuele middelen, maar die situatie is veranderd door vier tendensen: de veranderde politieke verhoudingen, social media, de afname van het belang van rationele argumenten en het lage besef van kwetsbaarheid bij de voedselzekerheid. Nefyto zoekt meer contact met belanghebbenden en brengt de boodschap op een meer toegankelijke manier.

Tekst: Tijs Kierkels. Foto: Studio G.J. Vlekke.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd