Voor telers die vooruit kijken

Gewasopbouw: met juiste teeltstrategie voldoende zijscheuten

Teeltadvies snij-anthurium
488 0
Gewasopbouw: met juiste teeltstrategie voldoende zijscheuten

Bij de aanplant van jonge anthuriumgewassen worden meestal minder planten gepoot dan het aantal koppen dat men uiteindelijk nodig heeft voor een optimale productie. Bij jonge anthuriumgewassen is het daarom van belang om deze in de eerste 1 à 2 jaar goed op te bouwen, om voldoende koppen te krijgen. Het aantal planten of koppen bij anthurium is bepalend voor de productie en de bloemmaat.

Het optimale aantal koppen per m2 is afhankelijk van de geteelde cultivar en varieert van circa 20 koppen tot soms wel 35 koppen. Toch is het zeker niet nodig om een dergelijk aantal planten te poten. Het is veel beter (en goedkoper) om met veel minder planten te starten (maximaal 15 à 16 planten per m2) en gedurende de eerste een of twee jaar de extra koppen er zelf bij te telen. Hoewel dit in het verleden lang niet altijd lukte (altijd werd gesteld dat teruggekopte gewassen onvoldoende stek en/of zijscheuten maken) blijkt dat je met de juiste teeltstrategie op bijna alle gewassen ruim voldoende zijscheuten kunt krijgen.

Zijscheuten bij assimilatenoverschot

Planten gaan pas zijscheuten ontwikkelen als er sprake is van een assimilatenoverschot. Hiervoor zijn drie dingen nodig: voldoende blad, voldoende licht en een relatief laag verbruik.
Om voldoende assimilaten aan te kunnen maken heeft een plant voldoende blad nodig. Een veel gemaakte fout is dat telers proberen zijscheuten te telen, terwijl er nog onvoldoende blad op de plant staat. Zorg ervoor dat elke plant minimaal 3 of 4 grote bladeren heeft, voordat wordt begonnen met het stimuleren van zijscheutvorming. Plant ook zeker niet te veel planten per m2; hoe meer planten er worden gepoot, des te minder licht per plant en hoe moeilijker de zijscheutvorming. Meer planten poten, omdat een soort onvoldoende zijscheuten maakt, is dus een ‘self fulfilling prophecy’.

PAR-sommen van 8 tot 10 mol per dag

Voor een assimilatenoverschot is natuurlijk ook voldoende licht nodig. Streef naar PAR-sommen van 8 tot 10 mol per dag. Dit houdt in dat we nu pas net voldoende licht hebben om de scheutvorming te stimuleren. Vroeger beginnen is dus onzin en ook in het najaar, bij afnemend licht, gaat zijscheut stimuleren niet werken.

Hoge etmaaltemperatuur

Behalve een voldoende grote aanmaak van assimilaten, is ook het beperken van het verbruik belangrijk om voldoende overschot te creëren. In de afgelopen weken is op veel bedrijven een hoge etmaaltemperatuur nagestreefd (23 tot 25ºC), om de bloemproductie te vervroegen. Hierbij is dan zeker nog geen sprake van een assimilatenoverschot. Voor het stimuleren van de scheutvorming moet daarom de gemiddelde etmaaltemperatuur fors worden verlaagd, naar waarden rond 21ºC. Verder kan de assimilatenbehoefte worden beperkt door jong blad te breken.

Voldoende blad ontwikkelen

Laat dus eerst altijd voldoende blad ontwikkelen. Vaak houdt dit in dat er pas in het tweede teeltjaar voldoende blad staat om de scheutvorming te stimuleren. Door vanaf eind maart lagere etmaaltemperaturen aan te houden en jong blad te breken, ontwikkelen de zijscheuten zich snel. Deze zijscheuten geven snel bloemen, waardoor al gedurende de zomer de meerproductie op gang komt.

Tekst: Gert Benders, Tuinbouwadviesbureau van der Ende.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd