Voor telers die vooruit kijken

Grenzen van dimmen van verlichting in phalaenopsis zijn bereikt

Onderzoek naar robuuste sensoren voor meten lichtbenutting
412 0
Grenzen van dimmen van verlichting in phalaenopsis zijn bereikt

Bij de phalaneopsisteelt is intensief belichten in de winter gebruikelijk. Een langlopend onderzoek zoekt een antwoord op de vraag of minder belichten in die periode mogelijk is. Proeven in de eerste drie jaar toonden aan dat op- en afschakelen ruim 30% elektra bespaart zonder verlies aan kwaliteit of productie. De resultaten van het vierde onderzoeksjaar met praktijkproeven bij Ter Laak Orchids in Wateringen laten zien dat op gebied van kwaliteit de grens is bereikt. Zeker voor het topsegment.

De afgelopen jaren berichtte Onder Glas over de resultaten van dit onderzoek, dat Kas als Energiebron en de gewascoöperatie Potorchidee samen betalen. De proeven van Plant Lighting en Plant Dynamics onder begeleiding van telers in de periode 2014-2016 leverden verrassende inzichten op. Zo blijkt in de op- en afkweek timing belangrijker dan de lichtsom. Verder geeft een lange dag van 16 uur meer CO2-opname dan een dag van 11,5 uur. Dimmen aan het begin en eind van de belichtingsperiode blijkt zonder productie- en kwaliteitsverlies te kunnen. Dat levert een elektrabesparing op van ruim 30%.

Dimmen in koelingsfase

Met die resultaten als uitgangspunt vonden in de winter van 2016/2017 twee vervolgonderzoeken plaats. De eerste in klimaatkamers uitgerust met daglichtsimulatoren en SON-T van Plant Lighting in Bunnik. Daarin werd de dimbehandeling – die voor 30% elektrabesparing kan zorgen – voor het eerst eveneens in de koelfase uitgevoerd. In een andere ruimte werd belichting volgens het bioritme uitgevoerd: de start was om 05.00 uur in plaats van 01.00 uur. De elektrabesparing kan dan oplopen tot 43%, omdat je gratis daglicht beter benut.
Onderzoeker Sander Hogewoning licht toe: “De CO2-opname was gelijk in alle drie de behandelingen. Toch zagen we iets opvallends: de CO2-opname eindigde relatief laat, pas 2,5 uur na de start van belichting. Het plantritme is dus niet altijd gelijk; we hebben nog geen idee hoe dat kan. Het geeft aan dat continu meten met sensoren belangrijk is, want anders neem je een risico. Verder was opvallend dat we in de dimbehandelingen een week vertraging opliepen. Dat is te verklaren door de gemiddeld 0,5°C lagere planttemperatuur, als gevolg van minder inzet van SON-T. In de praktijk compenseer je dat met stoken. Hoewel het percentage tweetakkers even hoog was, was het percentage vertakten lager. In de kwaliteit loop je bij deze behandelingen tegen de grens aan.”

Vier rassen in praktijkproef

Ook in de tweede proef werden de grenzen opgezocht én gevonden. Dat onderzoek vond plaats in de proefkassen van Ter Laak Orchids tijdens de opkweek en koeling. De afkweek gebeurde in de productiekas. De onderzoekers en telers kozen voor vier rassen: Sacramento, Donau, Jewel en Las Palmas. Martin van Dijk van Ter Laak over deze keuze: “In de praktijk telen we meer dan honderd rassen, dus we wilden weten welk effect een andere belichting heeft op verschillende rassen. De kwaliteit en het aantal tweetakkers moet gelijk blijven. Dat is voor ons essentieel.”
In de ene proefkas van 80 m2 werd op de traditionele manier 16 uur belicht. In de andere proefkas ook 16 uur, maar volgens de dimbehandeling uit de eerdere proef. Verschil was wel dat de start werd verlaat tot 03.00 uur voor een betere benutting van het daglicht. Om de kwaliteit te toetsen werd drie keer het wortel- en bovengronds gewicht gemeten. Aan het eind van de afkweek telden de onderzoekers het percentage tweetakkers en aantal bloemen.

Vergelijkbaar of net iets minder

De resultaten? De kwaliteit van de planten was gelijk of van een net iets mindere kwaliteit. Bij de dimbehandeling waren bij drie van de vier rassen de wortels lichter dan bij de controlebehandeling, hoewel het gewicht van blad en bloem vergelijkbaar was. Het aantal bloemknoppen was ook hetzelfde.
Een andere indicator van de kwaliteit is het percentage meertakkers. Aan het eind van de afkweek was dat bij de dimbehandeling alleen bij Jewel significant lager. Bij twee andere soorten was dat iets lager, maar statistisch niet significant. De verschillen zijn niet groot, maar laten zien dat ook in deze proef de grens van dimmen is bereikt.
Hogewoning: “Mijn conclusie na deze proeven is dat dimmen veel elektra bespaart en een gelijke of net iets mindere kwaliteit geeft. Wij raden telers in het topsegment aan om niet de grens van de besparing op te zoeken, maar daar wat verder vandaan te gaan zitten. De kwaliteitsverschillen zijn echter klein. Voor telers die minder lampen hebben hangen, biedt het later starten met belichten voordelen. Door het gratis daglicht beter te benutten komen zij makkelijker aan hun lichtsom in de voor de plant belangrijkste periode van de dag. En als laatste: vergeet niet dat eventuele verschillen in kwaliteit sterk worden uitvergroot, omdat we de winter dertig teeltweken lang simuleren. Het is in de praktijk niet altijd december.”

Verschillende keuzes

Met de kennis van nu maken de betrokken phalaenopsistelers verschillende keuzes, afhankelijk van de capaciteit van lampen, maar ook of ze een WKK hebben of elektra moeten inkopen, die aan het eind van de dag duur is. Ter Laak Orchids maakt even een pas op de plaats. Van Dijk: “Door het resultaat van het onderzoek en onze eigen ervaringen van afgelopen jaar, wachten we eerst de resultaten van het sensorenonderzoek van komend jaar af. Wij kiezen er deze winter wel voor trapsgewijs op- en af te schalen, maar starten gewoon om 01.00 uur”, vertelt Van Dijk.
Levoplant uit Honselersdijk start sinds vorig jaar de belichting later. Teeltmanager Erwin van Vliet, die ook al jaren in de begeleidingscommissie zit: “Vroeger startten we om 01.00 uur en stopten we abrupt om 16.00 uur, soms zelfs eerder. Nu starten we in oktober om 04.00 uur en stoppen we om 19.00 uur. In november en december starten we om 03.00 uur om de lichtsom te halen. We schakelen bovendien stapsgewijs op en af. Dat bevalt heel goed, want daarmee hebben we ook een gelijkmatiger klimaat in de kas. Een bijkomend voordeel vorig jaar was dat we minder last van voortakken hadden. De kwaliteit is zeker zo goed als daarvoor.”

Gezamenlijk kennis ontwikkelen

Leiden de inzichten tot energiebesparing? Van Vliet: “We besparen niet zoveel als in het onderzoek. De belichtingstijd bij ons is langer, maar door het dimmen besparen wij wel energie. Zonder onderzoek was de trend doorgezet naar 16 uur lang 100% belichten. Dit laat zien dat dat echt niet nodig is. We moeten daarom doorgaan met ontwikkelen van kennis. Met z’n allen.”
De gewascoöperatie Potorchidee investeert volgend jaar in de ontwikkeling van robuuste en betaalbare sensoren, die continu inzicht geven in de lichtbenutting van de plant. Van Dijk en ter Laak zien daar zeker heil in. “In de nieuwe Daglichtkas die wij bouwen, leggen we een draadloos netwerk aan. We houden er rekening mee dat we in de toekomst met draadloze sensoren gaan werken.”

Samenvatting

Het vierde jaar van het onderzoek naar belichting van phalaenopsis in de winter bevestigde de eerder gevonden resultaten. De orchidee heeft een lange dag nodig, maar dat kan door trapsgewijs op- en af te schakelen, zowel in de opkweek, koeling als afkweek. Later starten met belichten bespaart extra elektra. De kwaliteit van de planten is in de dimbehandelingen vergelijkbaar of soms net iets minder. De grenzen van de besparing lijken daarmee bereikt.

Tekst: Karin van Hoogstraten. Foto’s: LD Photography.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd