Voor telers die vooruit kijken

HNT geeft betere kwaliteit door minder bladproblemen en minder gele koppen

365 dagen per jaar schermen in alstroemeria
168 0
HNT geeft betere kwaliteit door minder bladproblemen en minder gele koppen

Sinds vorig jaar werkt teeltmanager Ton de Geus bij alstroemeriakwekerij Together2Grow volgens de gedachtegang van Het Nieuwe Telen. Hij schermt dagelijks, ook al gaat het soms maar om een paar uur. De voornaamste winst is niet de energiebesparing, waar het in het begin vooral om ging, maar meer inzicht in het klimaat waardoor hij in de wintermaanden bladproblemen voorkomt en in het voorjaar gele koppen door uitstraling.

Alstroemeriakwekerij Together2Grow is een samenwerkingsverband van de twee eigenaren Bernhard Zuidgeest en Fedor van Veen. Van Veen Alstroemeria uit Schipluiden is 4,6 ha groot en BZ Alstroemeria uit Poeldijk meet 2,8 ha. Acht jaar geleden besloten ze samen te gaan werken op het gebied van teelt en afzet. Een jaar geleden kochten ze er een derde bedrijf van 1,3 ha bij in Kwintsheul. Bij elkaar telen ze 20 rassen. Het doel is om een compleet assortiment grootbloemige alstroemeria’s en Florinca’s te kunnen leveren. Het bedrijf heeft een eigen verkoper in dienst en is aangesloten bij telersvereniging Decorum. Ton de Geus is teeltmanager op de locaties Schipluiden en Poeldijk.

Drie verschillende locaties

De drie moderne locaties hebben belichting, grondkoeling, een WKK en scherminstallaties. Ze verschillen op een aantal punten van elkaar. Op de eerste plaats de ligging van het bedrijf ten opzichte van de zee. In Poeldijk is het 's zomers 1 à 2 graden koeler en in de winter wat minder koud.
In Schipluiden hangt een doorzichtig scherm om energie te besparen, in Poeldijk een donker scherm om de lichtuitstoot te beperken waardoor langer belichten mogelijk is en om energie te besparen. Dit doek isoleert beter, waardoor het de temperatuur 's nachts beter vasthoudt. In Kwintsheul hangen beide doeken, maar dan op één dradenbed.
De locatie Kwintsheul heeft ventilatoren; de andere twee niet. De hoeveelheid assimilatiebelichting verschilt eveneens: 135 µmol in Kwintsheul, 90 µmol in Poeldijk en 100 µmol in Schipluiden. Ton de Geus: “Omdat de belichting in Kwintsheul wat te zwaar is qua warmteafgifte, kunnen we minder lang doorgaan met belichten in het voor- en najaar. Daarom doen we ook proeven met aanvullende LED-belichting.”

Dilemma's

Alstroemeria is een gewas apart. Deze snijbloemen hebben een lage warmtebehoefte. De bodemtemperatuur die nodig is voor de inductie van takken en de bloemaanleg ligt tussen de 14 en 16,5°C. Tegelijkertijd moet er voldoende licht zijn voor de aanmaak van assimilaten en een goede knopontwikkeling. Voor de dissimilatie – de verspreiding van de voeding naar de juiste plekken in het gewas – mag het niet te koud zijn. Te veel dissimilatie is ook niet goed: de kwaliteit gaat omlaag, omdat zich slappe, dunne takken vormen.
“De combinatie van het actief houden van het gewas, voldoende licht en temperatuur en tegelijkertijd een lage etmaaltemperatuur in de zomermaanden is een uitdaging”, omschrijft De Geus zijn speelveld. Bij te veel schermen wordt het in combinatie met de belichting te warm onder het doek. Bij te weinig schermen ontstaan er koude koppen door uitstraling.
Sinds 2006 is Piet Smal, expert alstroemeria bij Delphy, de teeltadviseur. “Wij laten ons regelmatig informeren en denken mee in de ontwikkelingen binnen Het Nieuwe Telen. In de praktijk betekent dit vaak een gefundeerde discussie, omdat het niet altijd gesneden koek is. Ik denk ook dat het begrip Het Nieuwe Telen is veranderd van puur energie besparen naar een paraplubegrip voor nieuwe ontwikkelingen.”

Cursus Het Nieuwe Telen

Al voordat De Geus anderhalf jaar geleden bij de alstroemeriakwekerij ging werken, wilde hij de cursus Het Nieuwe Telen volgen om meer te leren over klimaat regelen, vocht beheersen en het gebruik van schermen. Zijn werkgevers stonden er positief tegenover. “Ik loop iedere week een teeltronde met mijn werkgevers. Dat levert discussie op. Met hun ervaring erbij zetten we steeds stappen en bij hen leeft het ook.”
Gedurende tien bijeenkomsten kreeg hij inzicht hoe hij in de verschillende seizoen met het klimaat om moest gaan. “Het leuke is dat er per teelt verschillen en overeenkomsten zijn. Er komen allerlei problemen op tafel. Dit leidde tot leuke discussies.”
En stap voor stap ging hij aan de slag. “Je verandert de instellingen in de computer, bijvoorbeeld de maximum raamstand. Ik kan dan op de computer volgen wat er gebeurt. Stel je verandert om 20.00 uur de maximum raamstand, dan zit je natuurlijk gelijk om 20.15 uur achter de computer om te zien wat er gebeurt.”
“Doordat er drie locaties zijn, heb je altijd een referentie”, voegt Smal toe. Bij elk bezoek bekijkt hij samen met De Geus grafieken van twee weken geleden om te zien hoe de etmaaltemperatuur op schermen reageert. “De temperatuur laten zakken, was onze grootste uitdaging”, vertelt de teeltvoorlichter.

365 dagen schermen per jaar

Tijdens de cursus leerde de teeltmanager vooral anders nadenken over het schermgebruik. “Voorheen stuurden wij het scherm aan op temperatuur en was het gebruik gericht op energie besparen. Nu schermen we tegen uitstraling en gebruiken we het doek 365 dagen per jaar, ook in de zomer.”
Hij doet het scherm niet altijd meer 100% dicht, maar met een vaste kier die hij bepaalt door de temperatuur boven en onder het scherm te meten. “Deze moet gelijk zijn. Als er verschillen zijn, is de kier te groot of te klein. Op de kwekerij in Schipluiden heb ik door meting bepaald dat ik een kier van 15% aan moet houden. Dit heb ik gekopieerd naar de twee andere bedrijven.”
Als het buiten warm is gaat het scherm vlak voor zonsondergang op 85% dicht. Hierdoor koelt de kas gewoon af en gaat de etmaaltemperatuur niet of nauwelijks omhoog. Een voorbeeld is de warme avond van 26 mei 2017. “Het was toen 23 à 24°C buiten. Dan lijkt het moeilijk om de temperatuur in de kas te verlagen. Door de ramen te knijpen naar 10% aan de luwe zijde en dicht aan de windzijde, kon er minder warmte van buiten naar binnen. Het doek was 85% dicht. Het gewas koelde de ruimte tot 2°C onder de buitentemperatuur.”

Actiever gewas

De teeltmanager is blij met de nieuwe inzichten en ziet aan het gewas dat het dankzij het schermen actiever is. “De verdamping bovenin het gewas is hoger en daarmee de opname van voedingstoffen. In de wintermaanden hebben we minder bladproblemen, in de zomermaanden minder last van gele koppen door uitstraling. Met name bij rassen die gevoelig zijn voor chlorose, zoals het ras 'Bali', blijft het blad beter op kleur. We hoeven minder takken weg te gooien en als het blad beter is, bespaar je op arbeidskosten.”

Dubbel scherm op twee dradenbedden

Hij past zeker nog niet alles wat hij hoort gelijk toe. Het gaat hem vooral om de gedachtegang. De Geus introduceert de nieuwe aanpak stap voor stap. “Je begint op één bedrijf met een experiment. Als dat naar de zin is, zet je het over naar een volgend bedrijf. Ik ben hier in Schipluiden bijvoorbeeld begonnen met het luchten aan de windkant. Nu doe ik het op alle drie de bedrijven.”
Op de vraag wat hij bij nieuwbouw zou adviseren, is hij duidelijk. “We hebben geen LBK met slurven nodig in de alstroemeriateelt. Wel zou ik graag een dubbel scherm hebben op twee dradenbedden om nog meer op maat te kunnen schermen en energie te besparen.”

Samenvatting

Sinds vorig jaar wordt er op de drie alstroemeriabedrijven van Toghether2Grow gewerkt volgens de principes van Het Nieuwe Telen. Een belangrijk verschil is dat ze nu 365 dagen per jaar schermen, ook al is het maar een paar uur per dag. Teeltmanager De Geus houdt tijdens het schermen in de zomermaanden een vaste kier aan van 15%. Voornaamste winst is een actiever gewas, een betere kwaliteit en een meeropbrengst, omdat ze minder takken hoeven weg te gooien.

Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd