Voor telers die vooruit kijken

Onderzoekers vinden doorbraak in tripsbestrijding chrysant

Omslag in denken, begint met biologische start
398 0
Onderzoekers vinden doorbraak in tripsbestrijding chrysant

De roofwants Orius wordt al jarenlang succesvol ingezet voor de bestrijding van trips in paprika, maar in de sierteelt vielen de resultaten tot nu toe tegen. Onderzoekers Marjolein Kruidhof en Gerben Messelink denken nu een oplossing te hebben gevonden. Met een nieuwe methode voor inzet en bijvoeren kan trips succesvol worden bestreden in chrysant.

Voor sierteelttelers is trips de grootste bedreiging van hun teelt. Al jarenlang is er onderzoek gaande om te werken aan biologische bestrijding van deze plaag. Er zijn goede resultaten behaald met roofmijten, maar toch bleef het vaak een knelpunt, omdat de roofmijten alleen de jonge larven bestrijden. Orius roofwantsen zijn wel zeer goede bestrijders van larven en volwassen trips, maar vestigen zich moeilijk in sierteeltgewassen. Allerlei manieren zijn onderzocht, van bankerplanten tot voerstations, om dit probleem te verhelpen, maar een echte doorbraak bleef uit. Tot nu.
Wageningen University & Research business unit Glastuinbouw begon in het voorjaar van 2017 met een nieuwe aanpak voor tripsbestrijding in de chrysantenteelt. In plaats van een start met chemische gewasbeschermingsmiddelen, zetten de onderzoekers nu al direct in de stekfase biologische bestrijders in. De bestrijders worden bijgevoerd met goed voedsel, zodat ze een sterke populatie oftewel een ‘standing army’ kunnen vormen om een uitbraak in de kiem te smoren.
“Het resultaat dat nu is behaald, is te danken aan een goede afstemming tussen twee projecten: het project PPS Trips, waarin we zoeken naar goed alternatief bijvoer, en het project Green Challenges waar we de functie van biodiversiteit in gewasbescherming optimaliseren en systeemsprongen realiseren”, zegt onderzoeker Marjolein Kruidhof.

Biologische opstart

Doorgaans blijft er in de chrysantenteelt maar een kort tijdsbestek over om met biologische bestrijding aan de gang te gaan, stelt Kruidhof. “Bovendien vertraagt de aanwezigheid van chemische residuen de opbouw van populaties van natuurlijke vijanden.”
De onderzoekers experimenteerden met een biologische opstart met gebruik van Orius roofwantsen. Ze bestelden stekken met nagenoeg geen residuen van pesticiden, bewortelden de stekken zelf en voegden enkele dagen voordat de planten de kas in gingen, de wantsen toe. “Een biologische start is echt een omslag in het denken”, zegt collega Gerben Messelink. Belangrijk aspect bij deze strategie is het bijvoeren, benadrukt hij. “Na een serie proeven, waarin we verschillende soorten voedsel hebben vergeleken, is de keuze gevallen op artemia. Dit zijn de cysten van de pekelkreeft. Het is een potentieel goede voedselbron en lang houdbaar.”
Eerder zijn hiermee onderzoeken gedaan als bijvoer voor de roofwantsen, maar tot nu toe met matig resultaat, bevestigt hij. “De kwaliteit van de artemia die op de huidige markt te koop is, blijkt voldoende voor het bijvoeren van bijvoorbeeld Macrolophus roofwantsen in tomaat, maar niet geschikt voor Orius.”

Aanzienlijk effect

De onderzoekers hebben daarom samenwerking gezocht met de Universiteit van Gent voor het maken van een kwalitatief goede voedselbron. Inmiddels is ook het Israëlische bedrijf Biobee aan de slag gegaan met kwaliteitsartemia, die de onderzoekers konden gebruiken in hun vervolgexperimenten.
De resultaten overtroffen de verwachtingen. Het aantal Orius wantsen nam door de toevoeging aanzienlijk toe. Begonnen de onderzoekers met minder dan een wants per stek, aan het eind van de teeltfase was dat aantal uitgegroeid naar veertig wantsen per plant. Daarnaast bleek de bestrijder heel sterk te reageren op de beschikbaarheid van voedsel. “Het bleek dat ze erg mobiel zijn”, zegt Kruidhof. “Dit biedt perspectieven, want hierdoor kan je de biologische bestrijding beter managen. Daarnaast betekent dit dat de wantsen waarschijnlijk hergebruikt kunnen worden. Als je met veertig wantsen per plant eindigt, is het zonde om ze dood te spuiten. Dat is kapitaalvernietiging. Wellicht kan je de volwassen exemplaren met gericht bijvoeren naar nieuwe stekken lokken.”

Effectiever dan roofmijt

De effecten op tripsschade waren aanzienlijk. “In het controlevak waar geen Orius en artemia was ingezet, was de helft van de jongere bladeren beschadigd door trips”, vertelt Kruidhof. “Voor de planten met de wantsen was dit minder dan 2%.” De roofmijten deden het minder goed dan de roofwantsen qua tripsbestrijding, terwijl ze toch een goede populatie hadden opgebouwd met de gekozen voedselbron. Op planten met inzet van deze biologische bestrijders troffen de onderzoekers toch nog zo’n 20 tot 25% tripsbeschadiging aan. “Orius roofwantsen zijn dus echt effectiever dan roofmijten, omdat ze ook volwassen trips aanpakken”, zegt Messelink.
“Hiermee hebben we bewezen dat het systeem werkt”, zegt Kruidhof. “We kunnen door een biologische opstart en een goede kwaliteit voer de populatie wantsen opbouwen én deze populatie zorgt, ook in de aanwezigheid van voer, voor een goede tripsbestrijding.” Maar dat betekent niet dat het zomaar te kopiëren is in de praktijk. “We moeten nog zaken optimaliseren”, geeft ze aan. “Wat is bijvoorbeeld het juiste moment om de wantsen in te zetten? Moet dat al in de bewortelingsfase of kan dat later? Hoeveel wantsen zet je in? Wat is je voerstrategie? Hoeveel voer dien je toe?”

Mooie ontwikkeling

En de bestrijding leunt op één generalist. Wat doe je als je als teler tevens te maken krijgt met mineervliegen of bladluizen? “Mineervliegen zal een teler aanvullend biologisch of met selectieve chemische middelen moeten bestrijden. Bestrijding van bladluis kan een probleem worden, maar de verwachting is dat hoge dichtheden van de roofwants ook deze plaag onder controle zullen houden. Aanvullende bestrijding van bladluis kan bovendien met sluipwespen, galmuggen of misschien met andere roofwantsen. We willen daarom testen of andere soorten wantsen zijn te combineren met Orius om problemen met bladluis tegen te gaan.”
Helma Verberkt van LTO Glaskracht geeft aan dat dit een mooie ontwikkeling is. “Het is een goede aanvulling op de ontwikkelingen in de praktijk, waar de laatste jaren positieve ervaringen zijn opgedaan met de inzet van roofmijten. Voor de praktijktoepassing is het van belang dat er voldoende betaalbare goede kwaliteit artemia beschikbaar is en Orius inpasbaar is met andere biologische bestrijders en toegepaste correctiemiddelen.”

Pesticidenvrije stekken

Ook is het de vraag in hoeverre stekleveranciers en -producenten hierin mee willen. Stekken met weinig of geen residu van chemische gewasbeschermingsmiddelen zijn nu nog beperkt voor handen. “Dat is een beetje het kip- en eiverhaal, maar ik denk dat we daar wel uitkomen”, zegt Messelink. “Ook bij stekleveranciers is een omslag in het denken gaande. Steeds meer telers willen vroeger starten met biologische bestrijding en vragen om stek met minder of geen chemische residuen. De stekleveranciers zoeken ook naar alternatieve uitwegen. De biologische is volgens mij de oplossing.”
“We hebben nu laten zien dat het werkt en dat is best wel een doorbraak”, voegt Kruidhof eraan toe. “We gaan dit jaar nog een kasproef uitvoeren en we verwachten dat bedrijven zelf aan de slag zullen gaan om de strategie door te ontwikkelen. Daardoor wordt de markt voor pesticidenvrije stekken alleen maar groter en vraag gestuurd. Telers zullen daar meer om gaan vragen, dus de producenten en leveranciers zullen die vraag moeten beantwoorden.”
Beide projecten zijn gefinancierd door de Topsector T&U en worden uitgevoerd binnen de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmateriaal met financiering van overheid, diverse gewascoöperaties en Koppert. LTO Glaskracht Nederland is penvoerder voor deze projecten.

Samenvatting

Onderzoekers in Bleiswijk stellen een doorbraak te hebben gevonden in het bestrijden van trips in chrysant. Door te starten met een biologische bestrijding en een goede kwaliteit voer kan een goede populatie Orius roofwanten worden opgebouwd. Deze populatie zorgt, ook in de aanwezigheid van voer, voor een goede bestrijding.

Tekst en foto’s: Marjolein van Woerkom.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd