Voor telers die vooruit kijken

‘Op een groot tuinbouwbedrijf ben je alleen aan het managen’

Bewuste keuze voor een klein en divers bedrijf
281 0
‘Op een groot tuinbouwbedrijf ben je alleen aan het managen’

Ad en Wilma van der Voort van kwekerij De Woerd hebben bewust gekozen voor een kleinschalige kwekerij. Ze werken nu met z'n tweeën op een bedrijf van ‘slechts’ 6.700 m2 glas en een breed pakket aan seizoensproducten: snij- en sperziebonen, spekbonen, bloemkolen, komkommers, aardappelen, meloenen, kersen, aardbeiguave, eenjarige zomerbloeiers, viooltjes, vetplantjes en sierfruit. Deze verkopen ze deels aan huis.

De geschiedenis van het bedrijf start bij de opa van Ad van der Voort die vanuit Hoek van Holland kwam en een klein tuinbouwbedrijf begon op een stuk grond van 1,5 ha bij een boerderij in Naaldwijk. Toen de verbindingsweg tussen Naaldwijk en Monster werd aangelegd, ging er een stukje van het land af en bouwde zijn vader Jan 6.700 m2 nieuw op een stuk land van nog maar 9.000 m2.
“Mijn vader begon met snijbonen en sperziebonen als nieuwe teelt in plaats van tomaat, komkommer of sla, zoals indertijd gebruikelijk was. Dat bracht in het voorjaar leuk geld op, voordat deze producten ook uit Spanje kwamen. In de zomer ontsmette hij de kas en in het najaar had hij dan chrysanten.”

In 1990 namen Ad en Wilma het bedrijf over. “In die tijd heb ik wel rondgekeken en heb verschillende bedrijven bezocht van 15 tot 20 ha. Alle bewondering voor degenen die het leiden, maar ik voel me op zo'n bedrijf niet thuis. Als eigenaar ben je dan eigenlijk geen teler, maar vaak alleen mensen aan het aansturen. Dan zou je net zo goed een ander beroep kunnen kiezen”, is de mening van de teler.

Veel verschillende producten

Ze stapten over op Spaanse pepers en hebben deze tien jaar geteeld. “Dat was een mooie, maar wel behoorlijk intensieve teelt. Vier jaar geleden zijn we ermee gestopt, omdat het prijstechnisch lastig werd en we veel personeel nodig hadden. Dat wilden we niet meer zo.” Ze besloten om veel verschillende producten met de seizoenen mee te gaan telen, met het oog op de huisverkoop. Verder leveren ze aan handelsbedrijf Hoogendoorn De Lier.

Achter die huisverkoop zit een verhaal. “Het eerste maaltje snijbonen hier ging weg naar een man die bij het GEB werkte toen de ‘nieuwe’ kas 44 jaar geleden werd gebouwd. Dat was onze klant van het eerste uur. Zijn zoon komt nog steeds langs. De volgende klant was zijn buurvrouw. Door mond-tot-mond reclame hebben we nu gemiddeld ongeveer honderd klanten. En mensen die hier wonen, nemen ook weer mee voor anderen. Bijvoorbeeld een hanger met viooltjes voor een verjaardag ergens anders in het land.

Met de seizoenen mee

Kwekerij De Woerd heeft verschillende afdelingen, al dan niet in de vollegrond of bedekt met gronddoek. Het seizoen start met bloemkolen. In maart zaait de teler de eerste sperziebonenplanten. De andere bonen volgen snel. Zes weken na het planten worden de eerste bonen geoogst. Na afloop van de teelt versnippert Van de Voort het gewas en freest hij de resten onder.
In een andere afdeling met gronddoek staan kersenbomen. Dat gronddoek lag er al eerder en was bestemd voor de teelt van eenjarige zomerbloeiers. De bomen krijgen bovendoor water met de regenleiding en staan met hun wortels in het grondwater dat op 70 à 80 cm diepte zit. “Ze zijn geënt op een traag groeiende onderstam. Het waren al behoorlijke bomen toen we ze drie jaar geleden kochten. We kunnen er al aardig van oogsten.”
De aardbeiguaves zijn vooral bijzonder. De vruchten zijn volgens de teler en zijn vrouw wat aan de zure kant. Daarom maken ze er jam en sap van. Ook hebben ze viooltjes en vetplantjes, zowel los als in wandhangers. Viooltjes in wandhangers zijn inmiddels een bekend product. Van der Voort experimenteert ook met wandhangers met daarin verschillende soorten vetplantjes.

Buitenbeentjes zijn ook lekker

De teler ziet duidelijke voordelen van de huisverkoop, zoals de leuke contacten en extra's die hij kan leveren, zoals eigengemaakte jam en sap. Maar ook omdat hij thuis zijn kwalitatief goede en gezonde producten met een schoonheidsfoutje kan verkopen. Het is hem een doorn in het oog dat zulke producten weggegooid moeten worden, omdat ze niet voldoen aan esthetische eisen. “Onze klasse 2 bonen zijn kwalitatief goed, maar niet te verkopen in het normale handelsverkeer. Dan kopen ze liever – goedkopere – Spaanse bonen. Er is nu zelfs een tendens dat het bij klasse 2 om een afgekeurd product gaat”, vertelt hij verontwaardigd. “Tussen rechte en kromme snijbonen die op het juiste moment zijn geoogst, is geen kwaliteitsverschil.”

Iets vergelijkbaars speelt bij bloemkool. “De wereld houdt niet op bij zesjes (zes bloemkolen in een kistje). Ze worden bepaalde perioden van het jaar in de handel maar moeilijk verkocht, terwijl het heerlijk is om in het voor- en najaar Hollandse bloemkool te eten”, vult Wilma haar man aan. Gelukkig vinden er tegenwoordig steeds meer initiatieven plaats, om zogenaamd ‘afgekeurd’ product toch nog een zinvolle bestemming te geven.

Waterzuivering

Het klinkt heel idyllisch om met zijn tweeën een klein bedrijf te runnen, maar ook kleine bedrijven moeten voldoen aan de diverse milieueisen, zoals de per 1 januari 2018 geldende verplichte zuivering van restwaterstromen.
“De onderbemaling ligt hier al vijftien jaar stil. We lozen geen water op het oppervlaktewater. We lozen alleen wanneer we bijvoorbeeld de grond aan het einde van een teelt door willen spoelen, omdat deze te droog of te zout is”, geeft Van der Voort aan. Het bedrijf is lid van LTO Glaskracht en zit in een gebied waar de restwaterzuivering collectief wordt aangepakt. “LTO biedt maatwerk aan, ook wanneer er maar een keer per jaar 10 tot 50 m3 restwater is. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om het weinige water dat je jaarlijks loost op te vangen in een mobiele tank en vervolgens te zuiveren.”

Plantgezondheid

Gezonde planten zijn weerbare planten. “Hoe beter de plant het naar de zin heeft, des te beter is de weerbaarheid”, is de achterliggende gedachte van Van der Voort. Vanuit dit idee rouleert hij de teelten om de ziektedruk vanuit de bodem zo laag mogelijk te houden.
Zijn voornaamste aandachtspunt zijn de bonen. Als hij al chemie inzet dan is dat hooguit aan het begin van een teelt om de planten te beschermen tegen insecten. De roofmijten krijgen op de nog jonge planten te weinig bescherming om te overleven. In een vol gewas met een hogere luchtvochtigheid gaat dat allemaal veel gemakkelijker.
Toch wil hij liever van de chemie af. “Normaal zetten we pas drie weken na de start van de teelt de roofmijt swirskii uit. Dit jaar hebben we dat, als experiment, gelijk aan het begin van de bonenteelt gedaan en de roofmijt over de kleine bonenplantjes gestrooid. Daarna volgen we op de vangplaten wat er gebeurt. Ons voordeel is wel dat we in de grond telen. Dan slaat de biologie net wat gemakkelijker aan dan op substraat.”
In de bloemkool doet hij verder niets. Het is een koude teelt, waarin nauwelijks problemen zijn, hooguit wat koolvlieg. De viooltjes en eenjarige zomerbloeiers zijn korte teelten. Ze zijn al weg voordat er problemen komen.

Samenvatting

Ad en Wilma van der Voort hebben een kwekerij van 6.700 m2 in Naaldwijk met een breed pakket aan seizoensproducten. De afzet gaat deels via huisverkoop en deels naar een handelsbedrijf. De ondernemers kozen voor kleinschaligheid in plaats van het leiden van een groter bedrijf. Maar ook kleine bedrijven moeten voldoen aan nieuwe richtlijnen. Het bedrijf loost incidenteel een kleine hoeveelheid restwater. Hij wil dit opvangen in een mobiele tank en vervolgens zuiveren.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd