Voor telers die vooruit kijken

‘Opbouwen van weerbare wortels vraagt tijd en geduld’

Weerbaarheid moet chrysant beschermen tegen ziekten
503 0
‘Opbouwen van weerbare wortels vraagt tijd en geduld’

Micro-organismen en biostimulanten meegeven in het perskluitje, dat is het vroegste stadium waarin je een evenwicht kan opbouwen en jonge wortels weerbaar kan maken. Tot dit inzicht kwamen proefnemers bij Beyond Chrysant nadat zij in eerdere teelten alleen een laagje aanbrachten op de bodem in de kas. De resultaten zijn nog erg wisselend, maar een product op basis van biochar lijkt perspectief te bieden. De initiatiefnemers zijn voorzichtig positief.

Voor chrysantentelers is het bestrijden van ziekten en plagen zo langzamerhand vergelijkbaar met horden lopen. Het chemisch gewasbeschermingsmiddelenpakket versmalt, waardoor zij soms gecompliceerde toeren moeten uitvoeren om de ziektedruk laag te houden. De laatste in het rijtje weggevallen middelen is AAterra, dat vorig jaar verdween. Zwakteparasieten als Pythium zijn daardoor steeds moeilijker te bestrijden.
Weerbaar telen moet het antwoord zijn op deze situatie, zodat planten minder vatbaar zijn voor ziekten. Die kant gaat het zeker op, maar de weg is lang en heeft veel bochten. Martijn Duijvesteijn van Beyond Chrysant weet er alles van. Samen met zijn broer Wouter teelt hij jaarrond ‘Zembla’, ‘Baltica’ en ‘Baltica Yellow’ voor de Oost-Europese markt. De kwaliteitslat ligt hoog bij dit bedrijf. Het eindproduct moet aan hoge eisen voldoen. Grondgebonden risico’s die hij wil uitsluiten zijn wortelknobbelaaltjes, Pythium en Rhizoctonia.

Praktijkproef

Toeleverancier Van Iperen doet praktijkonderzoek naar micro-organismen, biostimulanten en hulpstoffen bij hun klanten, in de teelt van freesia, lelie, lisianthus en chrysant. Op het chrysantenbedrijf startte de proef in de derde teelt na het stomen in de zomer van 2017 (zie ook Onder Glas februari 2018) en loopt een jaar door. De proef bestond in eerste instantie uit de toepassing van een eigen samengesteld product op de vollegrond in de kas (een vak van één poot lang en drie bedden breed). Deze proef is later verlengd naar de opkweek, omdat het accent vooral ligt op de start van de teelt. Is deze goed, dan ontwikkelt het wortelstelsel zich voldoende voor de rest van de teelt.
Beyond Chrysant heeft een speciale opkweekafdeling boven de bedrijfshal, waar de onbewortelde stekken in veertien dagen uitgroeien tot het uitgangsmateriaal voor de teelt. Het bedrijf is dus bij uitstek geschikt voor deze proef, omdat de middelen al kunnen worden toegevoegd aan het perskluitje. Naast het samengestelde product is nog een aantal andere biostimulanten getest. In totaal waren er zeven behandelingen.
“Het succesvol toevoegen van biostimulanten in de perskluitjes was nog niet makkelijk”, vertelt Marianne Hoogmoed, die onderzoek doet bij de toeleverancier. “We hebben gezien dat sommige middelen de structuur van het perskluitje beïnvloeden en die luistert nauw. Hierdoor vonden we bij sommige behandelingen meer uitval door broeipoten en meer variatie in taklengtes. We denken dat dit puur een fysisch effect is op de structuur van de perskluitjes en niet een negatief effect van de biostimulanten zelf.”

Metingen

Hoogmoed beoordeelde de proef op twee momenten. Aan het einde van de stekperiode nam ze een aantal planten, waste de wortels uit en telde ze. Aan het einde van de teelt deed ze metingen aan de takken, bepaalde ze het takgewicht en beoordeelde ze visueel. In de proefvakken zijn geen fungiciden gebruikt. Deze zouden de groei van de toegevoegde micro-organismen negatief kunnen beïnvloeden.
Door de problemen met de kluitjesstructuur stonden verschillende behandelingen er aanmerkelijk slechter bij dan het gewas buiten het proefvak. Het was lastig om daar een conclusie aan te verbinden. “We hebben in het proefvak Rhizoctonia aangetroffen”, vertelt Duijvesteijn. De teler stoomt zijn grond eens per vijf teelten en voert na het planten een bespuiting uit. Alleen in de eerste teelt na het stomen laat hij de fungiciden weg.

Verrijkte biochar

Halverwege de proef is het bedrijf Carbon Cold ingestapt. Commercieel manager Europa Cor-Jan van der Elzen is nauw betrokken bij het project. Het Engelse bedrijf is gespecialiseerd in de productie van biochar uit FSC-hout en voegt aan deze poreuze drager trichoderma, mycorrhiza, wormenmest en zeewier toe.
De biochar, een poreuze houtskoolsoort, is op zich al een bijzonder product. Net als kleideeltjes heeft het een hoge CEC-waarde (negatief geladen oppervlak) en is daarom in staat om voedingselementen (positief geladen deeltjes) te binden. Bovendien houdt het vocht vast. De open structuur is geschikt om het bodemleven te huisvesten. Sinds het ontstaan van de landbouw maken mensen al gebruik van dit principe, door gewassen te verbranden, waarna de grond vruchtbaar is (terra preta). De deeltjes breken niet snel af en doen jarenlang hun werk in de bodem.
In de proef is 7 kg Biology Blend toegevoegd aan iedere m3 potgrond voor perskluitjes. Daarnaast heeft het bedrijf ook de kasgrond behandeld met 2 kg Soil Improver. Al snel bleek dat deze behandeling het beter deed ten opzichte van andere behandelingen van perskluitjes, er traden geen broeipoten of ongelijke taklengtes op. Van der Elzen: “Kennelijk zorgde het voor een verbetering van de structuur en het vochthoudend vermogen, maar mogelijk zijn het ook de micro-organismen en andere toevoegingen die een positief effect geven.”

Proces op gang brengen

De resultaten met de verrijkte biochar stemt de onderzoekers positief en motiveert hen om deze behandeling verder te ontwikkelen. De verschillen in takgewicht zijn echter nog niet significant, maar het resultaat is hoopgevend. Duijvesteijn merkte op dat de takken iets vaster stonden en dat zou duiden op een beter wortelstelsel, maar hij beseft dat dit wel een subjectieve waarneming is.
Van der Elzen: “Onze producten hebben bewezen plantgezondheid en weerbaarheid te verbeteren. Ze bevatten biostimulanten die de groei bevorderen.” Hij geeft wel aan dat dit nog maar een eerste stap is. Met de toevoeging van verrijkte biochar wordt een proces op gang gebracht dat iedere teelt een stukje verbetering moet geven.
Biochar met toevoegingen is voor de chrysantenteler een handig product. Hij kan het zonder problemen toevoegen aan de perskluitjes, omdat het een positief effect heeft op de structuur. “Het voordeel van zo’n behandeling is dat je niet steeds na het planten hoeft te spuiten. Dat is veel makkelijker”, vindt Duijvesteijn.

Opbouwen evenwicht

De chrysantenwereld toont belangstelling voor weerbaar telen en volgt de proeven om de weerbaarheid te verhogen met grote interesse. Kennis opbouwen over bodemweerbaarheid is echter een moeizaam maar interessant proces. “De effecten zijn bijvoorbeeld veel moeilijker meetbaar dan die van chemische bestrijding”, legt Hoogmoed uit.
“We verwachten van biostimulanten vaak hetzelfde als van gewasbeschermingsmiddelen, maar de materie is veel complexer”, vult Van der Elzen haar aan. “Weerbaarheid opbouwen via de bodem is het opbouwen van een evenwicht. Dat vraagt tijd.”
“Ik volg de proef met interesse”, zegt Duijvesteijn die zichzelf aanmeldde voor deze proef. “Maar dat betekent niet dat ik het nu al op het hele bedrijf zal toepassen. Ik hoop dat het in de toekomst iets moois gaat brengen.”

Samenvatting

Bij Beyond Chrysant in Hoek van Holland zijn proeven gedaan met biostimulanten in de teelt en opkweek. Het toevoegen van biostimulanten aan perskluitjes blijkt moeilijk vanwege de fysieke effecten op de structuur van het perskluitje. Toevoeging aan de perskluitjes van een product op basis van verrijkte biochar, lijkt een kleine voorsprong te nemen. Het opbouwen van weerbaarheid in de bodem is niet alleen moeilijk, maar vraagt ook tijd en geduld.

Tekst: Pieternel van Velden. Foto’s: Studio G.J. Vlekke.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd