Voor telers die vooruit kijken

‘Overschakeling naar weerbaar telen heb je niet in één keer voor elkaar’

Voor Peet Kester is grond de motor van een vitale plant
165 0
‘Overschakeling naar weerbaar telen heb je niet in één keer voor elkaar’

In de winter staat de kas van Peet Kester vol met chrysanten. Vanaf april tot eind september komen daar drie soorten zomerbloemen bij. Vijf jaar geleden draaide hij serieus de knop om met het idee om op een andere manier te gaan telen met een gezonde bodem als basis voor weerbare planten. Hij brengt humus op en geeft een wisselend scala aan middelen gedurende de teelt om zijn planten beter weerbaar te maken. Het afgelopen jaar heeft hij voor zijn gevoel pas de eerste grote stappen gezet.

In 1993 startten Peet en zijn broer Gertjan met een chrysantenbedrijf in Schipluiden. In 2006 is het oude bedrijf afgestoten. Ze bouwden 3 ha nieuw in ‘s Gravenzande. Een van de bijzonderheden van deze kas is dat er insectengaas in de luchtramen zit. Daardoor zijn er minder problemen met invliegende insecten.

Om problemen met een reductie van ventilatievoud en lichtinval te voorkomen, hebben ze gekozen voor een bovenmodaal luchtraam en het insectengaas geïntegreerd onder de stijl, zodat het minder licht wegneemt. “Natuurlijke vijanden zoals de tripsbestrijder Amblyseius montdorensis en de roofmijt Phytoseiulus persimilis tegen spint doen het beter, omdat het klimaat door het luchtgaas toch iets vochtiger is.”

Telen in de grond

Op dit moment is er op het chrysantenbedrijf 0,8 tot 0,9 ha ingeruimd voor witte eupatorium, die ze ook al in Schipluiden teelden en voor de violieren en celosia’s, die er respectievelijk in 2015 en 2018 bij kwamen. Reden voor die keuze van de extra bloemen was de wens om meer seizoensmatig te gaan telen. “De eupatorium was een goed product om er ‘s zomers bij te nemen. Net als chrysant is het een korte dag plant. Het is eigenlijk een product voor nichetelers. Je moet niet groter willen zijn, want dan ben je je eigen concurrent. Daarom hebben we er nog twee zomerbloeiers bij genomen.”

Alle gewassen worden in de grond geteeld. “In Schipluiden teelden we op zware klei. Wortelduizendpoot was daar een probleem. De snelheid waarmee we de stoom door de grond omlaag kregen, was te langzaam. De wortelduizendpoten konden gewoon weglopen. We moesten daarom chemische middelen gebruiken”, schetst de teler de situatie op het eerste bedrijf.”

Compost

Op het huidige bedrijf ligt een laag zanderige klei en daaronder zand. “Met de nieuwbouw hebben we gelijk 10 cm compost op gereden. We hebben hier geen last van wortelduizendpoot, terwijl onze voorganger dat wel had.” Op een huurtuin van 1,5 ha, die de broers vijf jaar lang hadden aan de andere kant van ‘s Gravenzande, reden de broers eveneens 5 cm compost in. “De chrysanten groeiden er ‘als een tierelier’.”

Kester koos bewust voor een kwalitatief goed product. “Geen zachte compost die snel verteert, waardoor er een hoge EC ontstaat en veel kalium. Wij hebben gekozen voor een duurder houtachtige compost, die er lang over doet om te verteren. In die tijd kunnen alle voedingselementen rustig vrijkomen.”

Na zeven jaar was het weer tijd om compost in te rijden. De tweede keer bracht hij maar 5 cm op. Omdat hij uit ervaring weet dat het kaliumgehalte toeneemt na het compost inrijden, stopt hij voor de toediening al met de kaliumbemesting. Nu overweegt hij om slechts 2 à 3 cm in te rijden. “Beter wat vaker, waardoor er nog meer regelmaat is. Dat is een leerproces.”

Rijk bodemleven

Volgens Kester heeft de compost een goede werking op het bodemleven. “Om de compostdeeltjes zit een krans aan schimmels en bacteriën. Deze gaan ook om de wortel leven. Ze gebruiken de suikers van de plant die door de wortels worden uitgescheiden en zorgen voor de omzetting van de voedingsstoffen in de bodem naar een vorm die de plant gemakkelijk op kan nemen.” De teler merkt dat aan de afgenomen hoeveelheid kunstmest die hij zijn planten mee geeft. “In het verleden vulde ik mijn A-, B- en C-bak iedere twee weken. Nu is eens per 1,5 à 2 maanden voldoende.”

Door het rijke bodemleven krijgen ziektes minder kans. Hij wijst aan wat hij bedoelt. “Deze plant is met Rhizoctonia van de plantenkweker gekomen. In het verleden zouden ook de planten er omheen ziek zijn geworden. Nu blijft de ziekte beperkt tot die ene plant.”

Wie optimaal profijt wil hebben van de compost, moet er echt voor kiezen. “Het heeft geen zin om het in te rijden als je van plan bent om pesticiden te gaan gebruiken. Die maken het leven in de compost voor een bepaald gedeelte dood.” Toch wil het niet zeggen dat hij helemaal zonder gewasbeschermingsmiddelen kan. “Als we toch last hebben van Rhizoctonia, gebruiken we Rhizolex. Dit jaar is dit voor het eerst niet nodig geweest.”

Minder stomen

Ook met stomen gaat Kester anders om. “Vijf jaar geleden zijn we daarmee gestopt. Door het stomen gaan ook alle goede organismen dood. Ziekten zoals Rhizoctonia, die mee kunnen komen van de plantenkweker, hebben dan vrij spel.” Toch was stomen op een gegeven moment weer nodig om het onkruid onder de knie te krijgen evenals de celosiaplanten, die tijdens de chrysantenteelt opkomen vanuit zaad uit de voorgaande celosiateelt.”

Kester stoomt nu één keer per jaar en lichter dan voorheen. Hij gebruikt daarvoor slechts 2 m3 gas per m2. “We hopen dat we daarmee wel het onkruid doden, terwijl er in de tweede steek nog voldoende schimmels en bacteriën zitten die weer omhoogkomen. Ook dit was weer een leerproces.”

Omschakelen kost vijf jaar

Voor chrysantentelers die net als hij het avontuur met weerbaar telen willen aangaan, heeft hij nog wat adviezen. “Je krijgt zoiets niet in één jaar voor elkaar. Het duurde hier zeker vijf jaar voordat de grond echt goed op orde is. Als je het traject instapt kost het geld, omdat het systeem dan nog niet op orde is. Je moet gewoon vier jaar investeren en je verlies nemen, omdat er nog geen goed evenwicht is. Uiteindelijk is weerbaar telen goedkoper.”

Zijn tweede raad: “De grond is de motor van de vitaliteit van de plant. Wanneer de grond in orde is, is de plant in orde. Je merkt dan dat het gewas minder vatbaar is voor ongedierte. Dat wil overigens niet zeggen dat je helemaal geen gewasbeschermingsmiddelen meer nodig hebt. Er blijven altijd plagen op de loer liggen. Maar een aantasting zal minder explosief verlopen. In plaats van een vierkante meter met luis heb je nu één of hooguit een paar planten met luis.”

Regelmatig switchen

Kester bindt zich niet aan een vast productenpakket. Voor iedere ronde kijkt hij aan de hand van een grond- en bladmonster wat de grond nodig heeft. Eens per jaar neemt hij een bodemmonster om te bekijken wat er aan de gronddeeltjes gebonden zit. Afhankelijk van de behoefte kiest hij de producten uit.
“Regelmatig switchen is belangrijk. Ieder product geeft zijn eigen specifieke verbetering. Meestal mix ik een paar producten. Als je met natuurproducten werkt, zit daar een heel scala aan elementen in. Het klopt allemaal wanneer het bodemleven op orde is. Het is goed om diversiteit te hebben. Ik geloof niet in één biostimulant of fabrikant. Ze hebben allemaal hun goede dingen. Gedurende de teelt giet ik soms nog stoffen met het gietwater mee, bijvoorbeeld bladbemesters.”

Samenvatting

Peet Kester draaide vijf jaar geleden de knop om op zijn chrysantenbedrijf met het idee om weerbaar te gaan telen. Hij stoomt alleen nog tegen onkruid, maar minder diep dan voorheen, zodat het bodemleven onder de gestoomde laag weer omhoog kan komen. Hij brengt met een zekere regelmaat compost op met bodemleven dat de plant helpt bij de opname van voedingsstoffen en met antagonisten tegen bodemziekten. De teler gebruikt geen vast productenpakket maar bekijkt voor iedere ronde wat de bodem nodig heeft.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd