Voor telers die vooruit kijken

Streven om over een lange periode productie in evenwicht te houden

Onderzoek LED-belichting aardbei beweegt in goede richting
85 0
Streven om over een lange periode productie in evenwicht te houden

Kunnen LED’s van meerwaarde zijn voor de jaarrondteelt van aardbeien onder glas? Die vraag houdt aardbeientelers al ruim vijf jaar bezig. Nieuw in het onderzoek is de samenstelling van het lichtspectrum en het gebruik van doordragers in plaats van junidragers. En dan speelt ook nog de vraag of je nu beter gekoelde minitrayplanten kunt gebruiken of verse stekken. Gelukkig zit er behoorlijk schot in het onderzoek.

Het belichtingsonderzoek met LED’s bij aardbeien bij het Delphy Improvement Centre in Bleiswijk is een nieuwe fase ingegaan. Na drie jaar onderzoek met junidragers groeien nu voor het tweede jaar doordragers in de 1.000 m2 grote afdeling. In vier jaar tijd hebben de betrokken aardbeientelers al veel opgestoken van het energiezuinige belichtingssysteem dat bij uitstek is geschikt voor zo’n koele teelt.

“Eigenlijk hebben we al een vijf jaar lange zoektocht achter de rug naar dit belichtingssysteem”, vertelt Delphy adviseur Remco van Endschot. Samen met aardbeienteler Peter van den Eertwegh van Brookberries en onderzoeker Lisanne Helmus-Schuddebeurs van het IC, geeft hij opening van zaken.

Lichtbehandelingen

In de eerste jaren lag de aandacht op de teelt van junidragers met productie in de maanden december, januari en februari. Dit is een verschuiving van het seizoen ten opzichte van de traditionele doorteelt. Steeds is gewerkt met een rood-blauw spectrum (95%-5%). De onderzoekers hebben in deze fase van het onderzoek gekeken naar de optimale lichtintensiteit. De conclusie uit dit onderzoek was dat de productie nog maar weinig toeneemt boven een lichtniveau van 170 µmol/m2/s. Bij een intensiteit van 240 µmol/m2/s nam de brixwaarde wel toe.

In het jongste onderzoek ligt de nadruk op jaarrondproductie met doordragers, want deze hebben een stabiele productie gedurende een lange periode. De afdeling is uitgerust met 190 µmol/m2/s en vier lichtbehandelingen. Dit zijn rood-blauw met 10% verrood, rood-blauw met 20% verrood, rood-blauw met 6% groen en 10% verrood en een referentie met alleen rood-blauw.

Twee soorten planten

Kwaliteit en een stabiele productie van 0,5 kilo per week is het doel waar de proefnemers zich op richten. Ze hebben daarbij gekozen voor de rassen Favori en Murano. Van Endschot: “Niet ieder doordragend ras leent zich voor een belichte winterteelt. Van deze rassen verwachten we het meest, gebaseerd op eerder onderzoek.”

Er zijn twee planttypen gebruikt, namelijk minitrayplanten en verse stek. De minitrayplanten zijn in december ingepakt en acht maanden onder het vriespunt bewaard. Daarnaast zijn ook verse planten gebruikt, die begin juli zijn gesneden en beworteld op het trayveld. Een deel is direct in week 34 geplant, gelijktijdig met de bewaarde minitrayplanten. De rest heeft een koudebehandeling gehad (boven het vriespunt) van twee weken en van vier weken.

De koudeperiode kan van invloed zijn op de hormoonbalans. Planten groeien dan goed weg met voldoende strekking van het gewas. De plantdata in de kas zijn daardoor week 34, 36 en 38 geworden. “We willen dus naast de verschillende lichtspectra onderzoeken wat de invloed is van deze koudebehandeling en hoe lang deze moet duren”, legt de adviseur uit. “In principe geeft een langere koeling meer strekking.”

Voldoende balans

Voorafgaand aan de belichtingsperiode kregen de planten tijd om gewas te maken. Vervolgens ging de belichtingsinstallatie in week 39 aan. De proefnemers kozen voor een belichtingsstrategie waarbij op het einde van de dag werd belicht om de daglengte minimaal op twaalf uur te houden. De weken daarna steeg het aantal belichtingsuren naar maximaal veertien. De planten kregen minimaal 800 en maximaal 1.000 joule/cm2 per dag.

“We sturen daarbij sterk op lichtsom, om voldoende balans te houden”, legt Helmus uit. Boven 250 W/m2 gaan de LED’s uit en onder 150 W/m2 schakelen ze weer aan. De belichtingsperiode eindigt dus als er weer voldoende natuurlijk licht is. De installatie geeft minder warmte af dan een SON-T installatie, waardoor het koude minnende gewas met name in het voorjaar weinig hinder heeft van temperatuurstijging.

Verschil koudebehandelingen

De start van de teelt met doordragers is veel rustiger verlopen dan vorig jaar. Dit heeft onder andere te maken met een rustige opbouw van de belichting en het temperatuurregime. Vorig jaar piekte de productie te vroeg, waardoor geen vlakke productielijn is gehaald. Dit jaar is de plantbelasting stabieler gebleven, maar begin april is de gewenste productie nog niet gehaald. Toch is het gevoel bij het verloop van deze teelt beter.

Het gewas bleek in balans bij alle lichtbehandelingen. Opvallend is dat de verschillen tussen de koudebehandelingen van de verse planten groter zijn dan van de verschillen tussen lichtspectra. Zo bleven de planten die in week 38 zijn geplant in eerste instantie korter dan die in week 34 zijn geplant. Dat lijkt tegenstrijdig aan het principe dat planten die meer koude hebben gehad beter zouden strekken. De vraag is nu wat hiervan de oorzaak is. Is de plant wel ontvankelijk geweest voor de koudebehandeling of ligt het aan de kortere of langere periode tussen planten en de start van het belichten? Bovendien is het niet uitgesloten dat de daglengte de strekking beïnvloedt.

Strekking

Nadat dit verschil werd opgemerkt zijn de proefnemers gestart met het aanschakelen van de normale gloeilampen. Dit gaf geen zichtbaar effect. Vervolgens hebben zij een uur langer belicht met verrood, nadat de normale assimilatiebelichting was uitgeschakeld (15 uur verrood totaal). De planten strekten het sterkst bij 20% verrood licht, gevolgd door 10% verrood licht. In de behandeling zonder verrood licht bleef de strekking duidelijk achter. Uiteindelijk zijn gedurende de teelt de verschillende koudebehandelingen in strekking weer naar elkaar toe getrokken. Om dit fenomeen in de beginfase van de teelt nog eens goed te bestuderen vonden er in april spectrumproeven plaats in de klimaatcel van het IC.

In deze fase van de teelt vinden de proefnemers dat er zeker verbeterpunten zijn. Maar ten opzichte van vorig jaar gaat het al een stuk beter. “Vorig jaar vielen de resultaten tegen, maar een proef mislukt nooit”, vindt Van den Eertwegh. “We zitten in een positieve flow die ons nieuwe inzichten geeft. Nu gaan we werken aan een concept dat praktijkrijp is. De productie is nog niet helemaal vlak, maar het gaat inmiddels de goede kant op.”

Vlakke productie met doordragers

De aardbeienteler is positief over de nieuwe belichtingstechnieken. Hij heeft inmiddels op zijn eigen bedrijf al LED’s aangeschaft. “Wij zien de meeste kansen in een vlakke productie met doordragers. Proefondervindelijk moeten we nog veel leren”, vindt hij.

Er zijn plannen om na deze proef nog één teelt in augustus te planten. Daarna moet het teeltrecept grotendeels praktijkrijp zijn. Het project is tot stand gekomen door bijdragen van het programma Kas als Energiebron, een vaste groep aardbeientelers en toeleveranciers, Signify, Van der Avoird, Flevo Berry en Legro.

Samenvatting

Het onderzoek naar LED-belichting bij aardbei heeft in vijf jaar tijd veel informatie opgeleverd. Na drie jaar testen met junidragers is vorig jaar gestart met doordragers. De tweede teelt doordragers verloopt veel rustiger dan die van vorig jaar. De productie is meer verdeeld over het winterseizoen, maar mag nog wat omhoog. Een goed teeltrecept voor de praktijk laat niet lang meer op zich wachten.

Tekst en beeld: Pieternel van Velden.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd