Voor telers die vooruit kijken

Home Posts Tagged "TNO"

TNO

,
239 0

Op 12 december vond in het World Horti Center het 'Future Trends & Innovations in Horticulture Technology' event plaats. Keynote speaker Drs. Bob Ursem van TU Delft en diverse andere sprekers lieten zien welke innovaties de tuinbouw drastisch zouden kunnen veranderen. Van hydrocultuur in zee tot oprolbare zonnecellen, van printbare sensoren tot lichtgevende folies.

Zo schetste Ursem, wetenschappelijk directeur van de Botanische Tuin van TU Delft, dat hydrocultuur in zee zeker geen utopie is. De constante temperatuur, de constante beschikbaarheid van zoet water (in de vorm van damp) en CO2 en het niet nodig hebben van gewasbescherming of energie maakt deze techniek zeer interessant voor droge kustgebieden. Ursem beschreef ook een fijnstof reductietechnologie, nu al toegepast in zogenaamde 'clean rooms' en kippenstallen, waarmee niet alleen fijnstof maar ook schimmelsporen en bacteriën uit kaslucht gefilterd kunnen worden. De techniek is al in de praktijk getest bij een orchideebedrijf. Ook zou deze techniek gebruikt kunnen worden voor gewasbescherming, door zeer kleine druppels te ioniseren, zodat die zich veel beter verdelen en hechten aan geaarde oppervlakken, zoals planten. Hierdoor zou veel minder middel nodig zijn.

'Melken' van planten

Via EHDA elektrospray technologie is het mogelijk om waardevolle stoffen te 'melken' uit planten. Dit gebeurt al met anti-tumormiddelen, zoals taxol, en antioxidanten als rozemarijnzuur. De planten kunnen na een herstelperiode opnieuw worden gebruikt. Ook kunnen plantenvezels worden gebruikt in allerlei industriële producten. Vaak wordt hiervoor vlas gebruikt, maar Ursem doet momenteel onderzoek naar een andere, veelbelovende vezelcomposiet. Planten kunnen ook in de vorm van biocomposieten een rol spelen bij het voorkomen van betonrot en worden gebruikt in biofilters. Maar ook dienen als inspiratiebron voor ontwerpers. Mogelijkheden te over, wilde de bevlogen wetenschapper maar zeggen. ”We zullen bereid moeten zijn om nieuwe technologieën op korte termijn in de bedrijfsvoering te implementeren, anders raken we onherstelbaar achter op de omringende landen en opkomende economieën”, zei Ursem en doelde op vertical farming en op hydrocultuur op zee, dat hij binnen twee jaar in de praktijk verwacht. “Opschalen en samenwerken zijn hierbij noodzakelijk als we onze voorsprong als BV Nederland willen behouden."

Lichtgevende oppervlakken

Herman Schoo van TNO Holst Centre liet enkele baanbrekende innovaties in de elektronica zien van de High Tech Campus Eindhoven, voorheen Philips NatLab. Het gaat hier om het ontwikkelen van nieuwe productietechnologie in opdracht van bedrijven, zoals het inmiddels - in tv-schermen en smartphones - veel gebruikte oled. "U kent leds inmiddels goed, die bestaan uit puntbronnen. Wij kunnen nu met oleds ook oppervlakken maken die lichtgeven. Zonnecellen: zelfde verhaal. Die kun je afrollen als je ze nodig hebt en oprollen als je ze niet meer nodig hebt, en zou je bijvoorbeeld kunnen gebruiken in een scherm in de kas." Hoewel dit nog wel in de praktijk moet worden getest, simpelweg omdat de ontwerpeisen in een kas anders zijn dan in een kantoor of huiskamer. Maar met de integratie van oleds in folies, kunnen bijvoorbeeld ook lichtgevende gordijnen worden gemaakt, zei Schoo. "De efficiëntie van de lichtgevende folies is vergelijkbaar met gewone led-verlichting maar heeft een veel betere lichtverdeling tot gevolg, wat de plantengroei kan stimuleren. Ook heb je in verticale teeltsystemen geen ruimte meer nodig voor armaturen."

Printbare sensoren

Printen van sensoren is een andere interessante ontwikkeling, waardoor je ze kunt integreren in textiel of rubber. Elektronica wordt zo rekbaar en waterbestendig. Voor de tuinbouw zijn vooral folies met geïntegreerde netwerken van geprinte sensoren interessant, denkt Schoo. "Die sensoren kunnen bijvoorbeeld temperatuur, vocht en ethyleen meten en kunnen eenvoudig met een telefoon worden uitgelezen, vergelijkbaar met rfid. Denk ook aan het meten van infectiedruk in de kas of het meten van ionen in afvalwater." Revolutionair is vooral de productiemethode: "We beginnen met een leeg stuk folie en kunnen daarop allerlei cellen met verschillende functies printen, inclusief bedrading. Je kunt het systeem dus eenvoudig uitbreiden. Een silicium-chip ontwikkelen en produceren is veel duurder."

Innovatieagenda

Volgens Harm Maters, voorzitter van de koepel PPS en een van de gastheren van het event, neemt de vraag naar tuinbouwtechnologie nationaal en internationaal toe, wat zich bij de AVAG-leden uit in een sterke groei in omzet en vacatures. Met de Stichting Hortivation wil hij een focus aanbrengen op de innovatieagenda, door middel van een roadmap met vijf innovatielijnen: digitalisering, robotisering, klimatisering, optimalisatie van teeltsystemen en innovatieve kasconstructies en omhullingsmaterialen. Die vormen de weg naar innovatieve geïntegreerde teeltsystemen voor flowers en food, aldus Maters.

Innovatieprojecten

Op de agenda van het event stonden diverse concrete innovatieprojecten, zoals SIOM, data driven integrated growing systems en CASTA greenhouse structural design & GPS. De bezoekers werden ook geprikkeld met innovaties met een implementatietermijn van vijf tot tien jaar, zoals phenotyping, precisietuinbouw, printbare elektronica (zie hierboven) en vertical farming. Al met al een inspirerende middag in het World Horti Center, zowel voor de aanwezige 'techneuten' als de ondernemers die verder vooruit willen kijken.

Het 'Future Trends & Innovations in Horticulture Technology' event werd georganiseerd door AVAG, Stichting Hortivation, Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, TNO en Wageningen Universiteit & Research.

Tekst: Mario Bentvelsen. Foto's: Stichting Hortivation/Mario Bentvelsen.

,
335 0

Volgens Arie Draaijer van Sendot Research BV uit Bunnik valt er met hun sensortechnologie nog heel wat winst te behalen in het wortelmilieu. "Wij denken dat een productiestijging van 3 tot 5% in bedekte teelten mogelijk is. Maar minstens even belangrijk, zal ook de gevoeligheid voor ziekten afnemen. Het wortelmilieu was tot nu toe in de tuinbouw een beetje blinde vlek."

Arie Draaijer is de CTO en business manager van Sendot Research BV, dat op 16 januari 2015 is opgericht. Zijn jullie nog een start-up? "We voelen ons nog wel zo. Het eerste jaar is vooral gewerkt aan de ontwikkeling van ons platform, en dat is nog lang niet klaar. Wel zijn we zo langzamerhand onze producten in de markt aan het zetten. Dan heb ik het vooral over onze zuurstofsensor. Die is het verst in de ontwikkeling en die zijn we nu bij verschillende bedrijven in de praktijk aan het testen. Eigenlijk zijn we een scale-up, want we hebben net twee nieuwe mensen aangenomen: een voor de verdere ontwikkeling van onze software en een voor de hardware-kant."

Sensorspecialist

Arie Draaijer is een van de oprichters van Sendot. Investeerder is de Delft Research Groep, algemeen directeur is Bert van Tol van Groen Agro Control. "Die heeft mij leren kennen toen ik nog bij een ander bedrijf werkte. Toen dat failliet ging zei hij: die technologie, daar geloof ik wel in. Wij zagen en zien dat er in de tuinbouw meer sensoren en minder analyseapparatuur gebruikt zullen worden voor het on site meten van chemische parameters. Daar wilde ik bij zijn."
Wij zijn een analyseclub, vervolgt Arie. "Ik ben eigenlijk een sensorspecialist, maar ben hier CTO en heb zo'n beetje de dagelijkse leiding. Bert van Tol is de echte directeur. Alles wat we op het gebied van strategie en markt beslissen doen we samen. Daarnaast hebben we ook nog wat adviseurs rondlopen, die ons helpen om van het bedrijf een succes te maken. Hiervoor was ik ontwikkelaar bij TNO."

Businessmodel

Sensortechnologie is sterk in opkomst, bevestigt Arie. "De elektronica wordt steeds kleiner en slimmer en de behoefte aan allerlei directe meettechnieken wordt groter en groter, of dat nou op het lichaam is, in de medische sfeer, in auto's of bij planten... Je kunt het zo gek niet bedenken of sensortechnologie krijgt steeds meer voet aan de grond."
Hij vervolgt: "Ons businessmodel bestaat uit twee delen: wij ontwikkelen onze eigen sensoren en verkopen die ook, maar wij doen ook ontwikkeling voor derde partijen. Wij werken op dit moment voor twee bedrijven, het gaat ons voornamelijk om de sensorplatforms. Wij werken niet alleen voor de agrosector, maar ook voor de industrie, voor de milieumarkt zeg maar. Voor een bedrijf in Brabant houden wij ons bezig met biomonitoring, waar ze met levende materie - bacteriën in dit geval - een early warning-systeem maken voor de watermarkt. Als de bacteriën dood gaan dan weten ze dat er iets mis is met de waterkwaliteit, vergelijkbaar met het kanariepietje van vroeger in een steenkolenmijn. Voor dat bedrijf hebben wij de detectietechnologie ontwikkeld om e. coli-bacteriën op een laag niveau te detecteren in drinkwater, proceswater et cetera. Dit was eerst een patent van een Oostenrijks bedrijf, dat failliet is gegaan. Dat was niet zo verwonderlijk, want het apparaat dat zij hadden ontwikkeld was te duur en te groot en ze hadden teveel mensen. Wij hebben dat apparaat veel kleiner en een factor 4 goedkoper gemaakt, met dezelfde performance", zegt Arie trots.

Wortelmilieu

Wij kennen de tuinbouw heel goed, vervolgt Arie. "Vanuit TNO, maar ook via Groen Agro Control. Ik heb zelf ook een tijdje - tussen 2007 en 2012 - gewerkt bij Fytagoras, een spin-off van TNO, aan de ontwikkeling van sensortechnologie. Toen zagen wij al dat het wortelmilieu in de hightech tuinbouw een onderontwikkeld gebied is. Wij verwachtten toen al dat er in het wortelmilieu significante verbeteringen mogelijk waren, niet alleen qua productie, maar ook qua ziektegevoeligheid."
Wij maken zuurstofmetingen in het wortelmilieu mogelijk, zegt Arie. "Toen ik 15 jaar geleden begon met sensoren waren er nog geen bedrijven bezig met zuurstofsensoren die zijn gebaseerd op het optochemische principe. Dat zijn sensoren met een speciale coating die “van kleur veranderen” als gevolg van je meting. Wij hebben nu een zuurstofsensor die met ditzelfde principe ook temperatuur meet. Die temperatuur moet je meten voor een nauwkeurige zuurstofmeting. De meeste sensoren die volgens dit principe werken hebben een temperatuurcompensatie met een 'ouderwetse' elektronische sensor. Wij hebben die twee functies dus gecombineerd in een coating, daar zit onze knowhow in."

Watergeefstrategie

Maar voor wie is zo'n zuurstofsensor nou interessant? Arie: "Wij weten dat er in het wortelmilieu nog veel winst valt te halen. Wortels vragen veel zuurstof, maar ook de bacteriën en het hele bodemleven er omheen. Op het moment dat je zuurstofloos bent, krijgen anaerobe bacteriën een kans te gaan groeien. Die veroorzaken wortelziektes, dat is wetenschappelijk breed onderzocht en bekend. Maar een zuurstoftekort in het wortelmilieu constateren en er iets aan doen zijn wel twee verschillende dingen. Maar zolang je het niet kan constateren kan je er ook niets aan doen, meten is weten."
Op het gebied van watergeefstrategie kun je al belangrijke stappen maken, vervolgt Arie. "Bijvoorbeeld door het aanpassen van watergeefbeurten. Ook het moment van watergeven heeft invloed: stel dat de zon schijnt, het is buiten 35 graden en de plant is volwassen en groeit. Dan dendert de hoeveelheid zuurstof bij de wortels overdag gewoon naar nul. Er zijn ongetwijfeld tuinders die het wortelmilieu op dit moment redelijk goed voor elkaar hebben, maar niet onder alle omstandigheden. Er zijn ook tuinders die het waarschijnlijk niet goed voor elkaar hebben, maar dat zelf niet weten. Puur omdat ze dat zuurstofdeel niet meten of niet goed kunnen meten."

Teeltmaatregelen

Als ik een specifiek gewas teel, geven jullie daar dan ook teeltadvies bij? "Wij zijn geen teeltadviseur, maar een sensorbedrijf. Wij hebben wel wat algemene richtlijnen. Er zijn ook adviseurs bij Groen Agro die daarbij kunnen helpen. We zijn ook mensen om ons heen aan het verzamelen die ervan overtuigd zijn dat dit invloed heeft en tot verbeteringen willen komen bij de individuele tuinder. Een aantal van die dingen moeten gewoon nog uitgezocht worden. Wij willen aan de ene kant tuinders bewust maken van het feit dat er mogelijkheden zitten, dat hij kan signaleren: hier gaat wat mis, ik roep een adviseur erbij, we gaan er samen naar kijken en langzaam proberen bij te sturen. Bijvoorbeeld: moeten we grotere of kleinere beurten geven, dichter op elkaar of juist niet, moeten we naar een hogere EC et cetera", aldus Arie.
Welke algemene richtlijnen hanteren jullie? "Als je een mat bekijkt en je hebt daar 5 cm water in staan en dat water gaat niet weg... In zo'n steenwolmat is alle zuurstoftransport zoals dat heet 'diffusiebeperkt', er is geen stroming. Op het moment dat de diffusie beperkt wordt in dat water gaat het zuurstoftransport tergend langzaam. Je moet dan het water verdringen, want dan breng je nieuwe zuurstof in. Maar in water zit maar heel weinig zuurstof. Algemeen gesteld kun je met de watergeefbeurten maar 20% van de zuurstofbehoefte van een volwassen plant dekken. Dus als je voldoende water geeft met voldoende EC en nutriënten, dan nog geef je maar 20% van de zuurstofbehoefte van het wortelsysteem. Extra zuurstof toevoegen aan het gietwater zou een strategie kunnen zijn, maar als je 100% O2 in het water gaat bijmengen is dat een extra kostenpost." Is dat financieel interessant? "Dat moet je dus uitrekenen. Wij vinden dat moeilijk in te schatten, maar er zijn getallen van 3 tot 5% productiewinst in de tomaat. Dat is de worst die wij tuinders voorhouden. Ook zouden steenwolleveranciers een andere mat kunnen ontwikkelen die voorkomt dat er een zuurstoftekort ontstaat."

Real-time sturen

Hoe staat het met de belangstelling tot nu toe? "Wij hebben al zuurstofsensors verkocht aan plantenkwekerij Gitzels en aan veredelaar Anthura. We hebben het Max Planck Instituut in Duitsland als klant, en ook contacten met Engelse bedrijven, maar dat zijn vaak Nederlandse telers die daar achter zitten."
Hoeveel sensoren heb je eigenlijk nodig? "Wij beginnen altijd met een sensor, en zeggen: prik die op een representatieve plaats en ga daar eens meten. Maar als je het goed wil doen adviseren wij 2 tot 3 sensoren per hectare. Voor een standaard zuurstofsensor betaal je al gauw 3.000 tot 3.500 euro. Voor een gemiddelde tuin van 5 hectare kostte dat vroeger al gauw 50.000 euro. Wij hebben die een factor 2 goedkoper gemaakt."
Hij vervolgt: "Je begint natuurlijk met meten en kijken, maar uiteindelijk wil je ook de sturing er op gaan baseren. Dan moeten de sensoren op de klimaatcomputer worden aangesloten, dat is sinds kort mogelijk. Dan kun je real-time gaan meten en sturen."
Wat zijn de resultaten van tuinders die er mee werken? "Wat wij al verwachtten, namelijk: dat het zuurstofgehalte in het wortelmilieu regelmatig te laag is, al varieert dat per substraat. Als er veel microbieel leven is en het substraat lang nat blijft, bijvoorbeeld bij plantenkwekers, kun je al heel gauw last hebben van een zuurstoftekort."

Marketingstrategie

Wat is jullie marketingstrategie? "Wij zien de Nederlandse markt niet als een proeftuin, maar als een launching markt. Alles wat Nederland doet daar wordt goed naar gekeken door het buitenland. Als een Nederlandse teler zegt: dit gaan we doen en in onze teeltstrategie inbedden, dan volgt een aantal landen daarna vanzelf. Dat is onze insteek. De agrarische markt ontwikkelen wij als eerste, maar wij kijken ook naar de laboratoriummarkt, de biochemiemarkt, de food-industrie... Daar zijn zuurstof- en pH-metingen heel belangrijk. Er is eigenlijk nog geen sensor waarmee je in een voedselstroom pH kan meten. Een bedrijf als Masterfoods die dagelijks grote hoeveelheden sauzen en dergelijke produceert, die willen eigenlijk in line - tijdens de productie dus - de pH kunnen meten. Dat kan nu niet, want in een conventionele pH-meter zit een glaselektrode. En glas en voedsel is een no-go. Dus wat doen ze nu: de proces operators klimmen een trap op, nemen een monster, laten dat afkoelen en bepalen handmatig de pH-waarde en sturen daarna het proces bij. Veel te ingewikkeld. Eigenlijk is onze pH-sensor - die nog in ontwikkeling is - daar zeer voor geschikt. Die kan de pH goedkoop, snel en zonder glas continu en betrouwbaar meten."
Is Vertical Farming voor jullie een interessante markt? "Ik denk het wel. Ik denk dat VF en de digitale kas ontzettend goed bij elkaar passen en ik denk dat wij daar ook een rol in kunnen gaan spelen. We hebben daar nog geen contacten in. Wij denken wel al internationaal en zijn op zoek naar netwerken in sales die ons met de verkoop willen helpen."

Toekomstplannen

Wat zijn jullie toekomstplannen? "We willen een groot sensorbedrijf worden. De behoefte aan sensortechnologie is groot. Wij willen nieuwe producten blijven ontwikkelen, kleinere en goedkopere zuurstofsensoren, idem voor chlorofyl fluorescentie. De eerstvolgende sensor die wij gaan maken wordt waarschijnlijk een sensor voor het meten van CO2 in water, een hele belangrijke parameter. Maar ook in de kas zijn CO2 en de CO2-verdeling belangrijk. Ik heb zelf low cost CO2-sensoren voor de ventilatiemarkt ontwikkeld. Die hoeven niet zo duur te zijn als nu vaak in de tuinbouw het geval is. Er zijn heel veel sensoren die nu voor de CO2-sturing van gebouwen zijn ontwikkeld. Zo'n ding kost maar 35 euro. De tuinbouw is met dat zwavel en heel veel vocht in de lucht misschien een beetje ingewikkelder, maar ik denk dat er door heel veel spelers nog op safe wordt gespeeld. Daar worden gewoon de dure sensoren die al lang geleden zijn ontwikkeld, nog steeds gebruikt. Daarna gaan we ons richten op het ontwikkelen van sensors voor het meten van macronutriënten."
Waar staan jullie over vijf jaar? "Wij verwachten dat wij dan in een ander pand zitten met fors meer medewerkers, niet meer op een industrieterrein in Bunnik - op zich niks mis mee want ik woon nu op fietsafstand van mijn werk - en een redelijke productie van sensoren draaien en meer markten bestrijken..", aldus Arie Draaijer.

Tekst en foto's: Mario Bentvelsen.

,
164 0

Fertinnowa heeft een databank gelanceerd met technologieën voor duurzaam gebruik van water en meststoffen in groenten-, fruit- en siergewassen in verschillende klimaatzones.

De lancering van de databank is één van de eerste resultaten van FERTINNOWA (Transfer of INNOvative techniques for sustainable WAter use in FERtigated crops), een driejarig onderzoeksproject met Europese funding. De databank bevat informatie over een brede waaier aan technologieën. De technologieën hebben betrekking op wateropslag, waterzuivering en -ontsmetting, infrastructuur en management van water en nutriënten en end-of-pipe solutions. De vijf hoofdcategorieën in de databank zijn:

• Categorie 1: Waterbronnen, -opslag en beschikbaarheid
• Categorie 2: Verbetering waterkwaliteit
• Categorie 3: Irrigatie/fertigatie infrastructuur
• Categorie 4: Irrigatie/fertigatie management
• Categorie 5: Beperken van de milieu-impact

Sinds 4 juli zijn de categorieën 1, 2 en 5 beschikbaar. De overige categorieën zullen in de loop van juli 2017 beschikbaar komen.

Workshop in Demokwekerij

Sinds het voorjaar van 2017 worden technologieën uitgewisseld tussen Europese partners, waaronder proeftuin Zwaagdijk, TNO en Priva. Deze uitwisseling heeft tot doel enkele van de in een enquête aangehaalde knelpunten rond fertigatie op korte termijn te verhelpen. In het najaar van 2017 zullen de resultaten van de Europese telersenquête rond fertigatie worden gepresenteerd. Hiervoor zullen in heel Europa workshops worden georganiseerd. Op 15 november 2017 is een workshop gepland in de nieuwe vestiging van Demokwekerij.

Bron: Fertinnowa. Foto: Mario Bentvelsen.

,
315 0

Uit vrees dat glastuinbouwbedrijven straks onvoldoende keuze hebben voor een waterzuiveringsinstallatie, doen TNO, NWP en LTO een oproep tot meer innovatie. Toeleveranciers worden aangemoedigd deel te nemen aan een Technologie Cluster waarin ze kennis van TNO en financiële ondersteuning ontvangen. Op die manier moeten de ruim 4000 glastuinbouwbedrijven in Nederland per 1 januari 2018 aan de nieuwe verplichting tot waterzuivering kunnen voldoen.

Vanaf 1 januari 2018 is het verplicht om het drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater te zuiveren. Hoewel de glastuinbouwsector en overheid al flink wat publiciteit rondom deze komende verplichting besteden, hebben op dit moment nog maar enkele technologieleveranciers een goedgekeurd systeem beschikbaar.

Specifieke eisen

TNO, LTO en het NWP (Netherlands Water Partnership) willen MKB-bedrijven helpen om via dit Technologie Cluster, met kennis van TNO en financiële ondersteuning van de overheid, meer systemen te ontwikkelen. Want hoewel hier een gat in de markt lijkt te liggen voor leveranciers van watertechnologie, blijkt het ontwerpen en leveren van geschikte zuiveringsinstallaties voor de glastuinbouw nog niet zo eenvoudig. De glastuinbouw heeft specifieke eisen en randvoorwaarden, lage marges en ook de bedrijfsvoering van een installatie moet passen in een kwekersbedrijf. Daarnaast is er een certificeringsplicht voor de installaties.

Bezorgde geluiden

In de tuinbouwsector is men dan ook bezorgd of er op 1 januari 2018 wel voldoende systemen en installaties beschikbaar zijn om aan de komende verplichting te voldoen. Ook in andere Europese landen komen steeds meer vergelijkbare eisen en randvoorwaarden aan de watersystemen van tuinbouwbedrijven op het gebied van efficiëntie en behandeling.

Kennis beschikbaar stellen

TNO, beschikt over een brede kennis van de sector zowel wat betreft de specifieke eisen en randvoorwaarden van de sector, de wetgeving en ook met betrekking tot de inzetbaarheid van watertechnologie in de sector. Zij willen dit samen met NWP en LTO graag beschikbaar stellen aan de technologieleveranciers. Daarom zoekt TNO bedrijven die actief zijn in de watertechnologie en denken een markt te vinden in de glastuinbouw met hun kennis en producten.

Onderzoek en bijeenkomsten

Het kennisinstituut biedt hen kennisoverdracht over de branche-specifieke aspecten rondom het watermanagement in de glastuinbouw, eerder uitgevoerd onderzoek en de huidige state of the art. Daarnaast wordt de kennis over de producten van de bedrijven verspreid naar de sector via bijeenkomsten en het Europese Fertinnowa Netwerk waarin TNO, LTO en NWP deelnemen. Specifieke onderwerpen kunnen bijvoorbeeld de huidige certificeringsplicht zijn voor de Nederlandse glastuinbouwbedrijven en het EU programma voor Milieutechnologieverificatie (ETV).

Eigen investering

Deelnemende bedrijven moeten zelf 2.000 euro investeren. Het project zal starten als minstens vijf bedrijven zich aanmelden. Vanuit interne middelen via het ministerie van EZ wordt het bedrag van 10.000 euro aangevuld tot 50.000 euro zodat er een aanzienlijk budget beschikbaar is voor deze kennisoverdracht, waarvan alle deelnemende bedrijven kunnen profiteren. Deelnemers helpen zelf mee om tot de juiste invulling te komen van het project. Voor meer informatie kan men contact opnemen met Peter Prins (p.prins@nwp.nl) of Wilfred Appelman (TNO) (+31 (0)88 866 20 03 / wilfred.appelman@tno.nl).

Bron: NWP.

,
310 0

Proeftuin Zwaagdijk en Greenport Noord-Holland Noord hebben zich aangesloten bij Fertinnowa, een Europees kennisnetwerk voor duurzaam watergebruik in de groente-, fruit- en sierteelt.

In Fertinnowa (‘Transfer of Innovative techniques for sustainable Water use in Fertigated crops’) werken 23 onderzoeksinstituten samen, waaronder proeftuin Zwaagdijk. Het netwerk beoogt beschikbare technologieën en kennis samen te brengen, uit te wisselen én te implementeren op bedrijfsniveau om zo duurzaam watergebruik in de groente-, fruit- en sierteelt te bevorderen. Fertinnowa wordt gefinancierd uit het Horizon 2020 Research and development programma van de Europese Unie. Het betreft een driejarig project, dat loopt van 2016 tot 2019.

Kennisplatform watertechnologie

De aangesloten bedrijven willen een kennisplatform creëren om bestaande en nieuwe watertechnologieën te evalueren en indien mogelijk breder toe te passen. Het streven is alle belanghebbenden over verschillende teelten, teeltsystemen en landen op de hoogte te houden van de verzamelde technologieën en behaalde resultaten, ook wel de ‘multi-actor approach’ genoemd. Proeftuin Zwaagdijk, kenniscentrum voor de tuin- en akkerbouw, brengt kennis in over een groot aantal onderzoekstrajecten in watertechnologie, waaronder waterzuivering, beluchting en hydroponic teeltsystemen. Uit Nederland zijn ook Priva en TNO partner.

Conferentie Bretagne

Onlangs zijn bij onderzoeksbedrijf CATE in Bretagne de eerste resultaten in het project gedeeld met ruim 200 belanghebbenden. Ook GreenPort NHN was aanwezig als lid van de ‘External Advisory Board’. Rian van Dam: ‘In Noord-Holland Noord gebruiken we als grootschalige tuinbouwsector veel water. De laatste jaren hebben we mooie stappen gezet richting duurzaam watergebruik. Bijvoorbeeld in het project Agrivizier waar we gezocht hebben naar de optimale manier van waterzuivering in de tulpenbroei. GreenPort NHN adviseert de projectgroep en behartigt de belangen van Noord-Holland Noord in het netwerk’.
In het eerste projectjaar zijn ruim 400 interviews gehouden met telers en stakeholders in Europa. Beschikbaarheid en kwaliteit van irrigatiewater blijkt de grootste uitdaging, met name in de Zuid-Europese tuinbouw. Andere uitdagingen zijn er bij het hergebruik van drainwater. De toepassing van sensortechnologie en het optimaliseren van het nutriënt management bij irrigatie werden als grote kansen gezien om watergebruik te verduurzamen. Komende periode worden watertechnologieën uit de verschillende tuinbouwregio’s in Europa in kaart gebracht. Opnieuw zullen telers en stakeholders betrokken worden om kennis hierover te delen. In het najaar van 2017 zal de tweede Fertinowwa conferentie worden georganiseerd bij Demokwekerij Westland.

Bron: Greenport Noord-Holland Noord.

,
262 0

TNO gaat onderzoeken of de Extractenbibliotheek van het Kenniscentrum Plantenstoffen kan worden gebruikt om 'clean label' oplossingen voor duurzame voedselproductie te ontwikkelen. De nadruk ligt op het voorkomen van schimmels die voedselbederf veroorzaken.

De trend naar gezonder, duurzamer voedsel met een 'schoon label' biedt nieuwe uitdagingen voor producenten van voedingsmiddelen. Een uitdaging is het vervangen van traditionele chemische conserveringsmiddelen door natuurlijke stoffen. Als onderdeel van een groot internationaal consortium zal TNO plantenextracten uit de Extractenbibliotheek van het Kenniscentrum Plantenstoffen testen op hun vermogen om de groei van schimmels in voedingsmiddelen te remmen.

Clean label

"Consumenten willen steeds meer natuurlijk en gezond voedsel, geproduceerd op een duurzame manier en met een clean label. Dat schept nieuwe uitdagingen voor het remmen van micro-organismen die bederf veroorzaken", zegt Jasper Kieboom, TNO's projectmanager Microbiology & Systems Biology. "Vooral bederf door schimmels is nog een grotendeels onopgelost probleem. Veel voedsel wordt hierdoor verspild. TNO wil hieraan een bijdrage leveren, samen met vijf industriële partners."

Consumenten willen ‘terug naar de basis’ en zijn op zoek naar producten met minder kunstmatige toevoegingen, blijkt uit onderzoek. Op dit moment is er nog geen wettelijke definitie van 'clean label'; de Europese wetgeving geeft alleen regels over etikettering (wat moet, wat mag) en misleiding. Veel genoemde elementen zijn: herkenbaarheid van het ingrediënt vanuit huishoudelijk gebruik, geen chemische benamingen (E-nummers) en een beperkt aantal ingrediënten op het etiket. Voor producenten is het de uitdaging om met clean label-ingrediënten dezelfde kwaliteit, eigenschappen en veiligheid te behouden.

De Extractenbibliotheek is een verzameling van ruim 2.200 extracten van Nederlandse tuinbouwgewassen die geschikt zijn voor diverse marktsegmenten, waaronder de farmaceutische industrie, cosmetica en de geur-, kleur- en smaakstoffenindustrie. Geïnteresseerde afnemers kunnen extracten screenen op bioactieve stoffen en/of gewenste moleculen.

Bron: Kenniscentrum Plantenstoffen.

,
189 0

Je zou denken dat het klimaat in moderne, goed geïsoleerde kassen een stuk homogener is dan in vroeger tijden. Niets is minder waar, stelt Bas Knoll van TNO. In een meerjarig project inventariseert hij oorzaken en remedies en werkt hij aan een klimaatmodel dat telers en systeemontwikkelaars meer houvast moet bieden.

Kassen hebben per definitie een heterogeen klimaat, zowel horizontaal als verticaal. Dat geldt tevens voor moderne, goed geïsoleerde kassen. “De temperatuurverschillen nemen toe naarmate er intensiever wordt gestookt en kunnen horizontaal oplopen tot meer dan 5ºC”, zegt klimaatonderzoeker Bas Knoll. “Als gevolg daarvan kan ook de RV van plaats tot plaats tot wel 15% verschillen. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor het stookgedrag. Juist in sterk geïsoleerde, grote kassen zijn de verschillen het grootste.”

Scherp aan de wind zeilen

Om de interne verschillen te verkleinen zouden telers heel plaatselijk moeten bijsturen. Dat gebeurt nog nauwelijks. Enerzijds omdat installaties zoals luchtramen en verwarmingsgroepen daar onvoldoende op zijn ingericht, anderzijds het gros van de bedrijven te weinig meetpunten heeft om de klimaatverschillen scherp in beeld te krijgen en te volgen.
“Daar moet het op termijn wel naar toe en de meeste telers onderkennen dat ook”, aldus Knoll. “Daar komt bij dat Het Nieuwe Telen sterk in opkomst is. Daarin kun je scherper aan de wind zeilen, dus meer uit het gewas halen en tegelijkertijd energie besparen. Voorwaarde is dat je maximaal grip hebt op het klimaat. Dat kan alleen als de verschillen in temperatuur en RV binnen een kas of afdeling klein blijven.”

Monitoren en modelleren

Initiatieven om de homogenisering van het kasklimaat naar een hoger niveau te tillen hebben tot enige vooruitgang geleid, maar het beeld op wat wel en wat niet werkt is verre van scherp. Voor Kas als Energiebron was dit aanleiding om TNO een kritische evaluatie te laten maken en een simulatiemodel te ontwikkelen dat telers en toeleveranciers meer grip geeft op de klimaatbeheersing en de daarbij betrokken systemen.
Onderzoeker Knoll: “Er doen veel hele en halve waarheden de ronde en iedereen worstelt met de vraag wat we er mee kunnen. Om duidelijkheid te scheppen moesten we over een ruime periode in de praktijk monitoren wanneer en in welke mate klimaatverschillen optreden, verbanden zoeken en invloedsfactoren benoemen. Omdat het voor telers heel lastig is om op elk moment het samenspel van factoren te doorzien, was er ook dringend behoefte aan een simulatiemodel dat wel het gewenste inzicht en begrip biedt. Bovendien moest er een overzicht komen van beschikbare en nog te ontwikkelen remedies om de belangrijkste knelpunten op te lossen.”
Deze stappen zijn nu gezet, blijkt uit het rapport ‘Homogener klimaat in kassen’ dat TNO onlangs uitgebracht. De laatste, nog te zetten stap bestaat uit het verifiëren en aanscherpen van het simulatiemodel, als onderdeel van een ontwerpmodel dat de afkorting SIOM (Systeem Integratie en Optimalisatie Model) heeft gekregen. De voorbereidingen zijn in volle gang.

Oorzaak temperatuurverschillen

Aan de toegenomen horizontale temperatuurverschillen liggen diverse oorzaken ten grondslag. Op de eerste plaats zijn verwarmingsinstallaties voor goed geïsoleerde kassen vaak krapper gedimensioneerd dus trager, is er sprake van hogere temperatuurgradiënten bij delen van laagwaardige verwarmingsnetten en blijft de gevelverwarming bij renovaties van kassen vaak ongewijzigd.
Op de tweede plaats komen wind en luchtramen (zie figuur 1). Wind die over een kas met (deels) geopende luchtramen waait, resulteert door plaatselijke over- en onderdruk altijd in een ongelijke natuurlijke ventilatie. Het verst van de loefzijde komt er relatief veel koude buitenlucht de kas binnen (zie toevoer), terwijl er nabij de lijzijde relatief veel warme kaslucht wordt afgevoerd (zie afvoer). Bovendien wordt er niet of nauwelijks rekening gehouden met de temperatuurgradiënt van het dek.
Een eveneens onderschat punt is volgens Knoll de nauwkeurigheid van wind- en windrichtingsmeters. Niet zelden staan de meters te laag, waardoor de waarneming wordt beïnvloed door nabijgelegen objecten, zoals hoge bedrijfsruimtes of schoorstenen. “En een onnauwkeurige meting leidt tot onnauwkeurige aansturing van de luchtramen”, zegt de onderzoeker ten overvloede.

Kouval

Op de derde plaats doen schermen en het gebruik daarvan eveneens een duit in het zakje. Berucht is de koudeval die optreedt bij het trekken van een kier, maar ook bij een volledig gesloten scherm treedt er via kleine kieren plaatselijk vaak een structurele kouval op, die de motor vormt achter interne luchtstroming en temperatuurgradiënten. “Daarnaast ontstaat er vaak onbalans omdat horizontale schermen dynamisch werken, terwijl het gevelscherm permanent isoleert”, vult Knoll aan.
De lijst met mogelijke oorzaken is moeiteloos uit te breiden met andere, vaak gewas- of bedrijfsspecifieke factoren. Voorbeelden zijn groeilichtinstallaties, die vaak per groep worden in- en uitgeschakeld, variaties in gewassen, beperkingen van kassen en (andere) installaties, ontwerpfouten enzovoort. Bovendien kan het omschakelen op nieuwe teeltstrategieën en het installeren van nieuwe installaties de wankele klimaatbalans in de kas verstoren.

Remedies

Om klimaatverschillen binnen kassen of afdelingen effectief te kunnen verkleinen, zijn twee dingen noodzakelijk, betoogt de TNO’er. Allereerst zijn dat meer meetpunten om die verschillen überhaupt te kunnen waarnemen. “Ik ken een gerberateler die intensief met sensoren aan de slag is gegaan, maar verder niets heeft geïnvesteerd”, vervolgt Knoll. “Door de interne klimaatverschillen beter te volgen en die met beperkte middelen toch zoveel mogelijk op te heffen, zegt hij jaarlijks tienduizenden euro’s te besparen.”
De onderzoeker wijst ook op de wenselijkheid om niet per kas of afdeling, maar fijnmaziger bij te sturen. “Denk bijvoorbeeld aan het variëren van raamstanden in kleinere secties en aan het gerichter inzetten van interne luchtcirculatie”, oppert hij.

Simulatiemodel

Er zijn dus heel wat aspecten en mogelijke interacties die we moeten doorgronden. Die komen samen in een nieuw simulatiemodel dat helpt om de juiste combinaties te vinden. Wanneer zo’n klimaatmodel er eenmaal is én betrouwbaar is gebleken, biedt dat volgens de onderzoeker meerdere voordelen: “Je kunt het benutten om verbeteringen en innovaties te ontwikkelen, om benodigde systemen te optimaliseren in termen van capaciteit, lay-out en energie-efficiëntie. Je kunt ook de output van het model gebruiken als input voor verbeterde controle en aansturing van het klimaat.”
Dit klimaatmodel wordt onderdeel van het ontwerpplatform SIOM. Dat is nadrukkelijk niet bedoeld om op elk terrein het wiel opnieuw uit te vinden, maar om de veelheid aan al bestaande reken- en ontwerpmodellen van verschillende partijen onder één paraplu te brengen en als platform te dienen voor de integratie daarvan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van nieuwe informatiestructuren en beslissingsondersteunende technologieën.
“Het klimaatmodel is nu alleen nog voor onderzoek gebruikt. Het is in verschillende vormen en cases getest en het enthousiasme groeit gestaag”, aldus Knoll. “De volgende stap is dat we externe partijen bij meer praktische exercities gaan betrekken. Het is nog wel steeds ‘work in progress’. Om te zien wat het model echt waard is, zoeken we nu samenwerking met ontwerpers van kassen en kasinstallaties die voorop willen lopen.”

Samenvatting

In een meerjarig project zijn de oorzaken en mogelijke oplossingen van klimaatverschillen in kassen geïnventariseerd. De uitkomsten zijn meegenomen in de ontwikkeling van een ontwerpplatform, waarin veel bestaande ontwerp- en rekenmodellen worden geïntegreerd. Dit moet zowel telers als bouwers van kassen en installaties meer houvast bieden bij het realiseren van een homogener klimaat.

Tekst en beeld: Jan van Staalduinen

,
271 0

Op 10 december vond onder grote belangstelling het IDC Robotica event plaats bij Demokwekerij Westland. Interessante sprekers, workshops en vele discussies tussen kwekers, onderzoekers en leveranciers, waaronder enkele start-ups, zetten de toon. Verschillende robottoepassingen en drones werden er gedemonstreerd, al is het nog wachten op een echte doorbraak in de tuinbouw.

Het Innovation & Demo Centre (IDC) Robotica houdt eind dit jaar op te bestaan, maar een nieuw platform voor robotica is al in oprichting. Met het platform wil Demokwekerij Westland kwekers en toeleveranciers dichter bij elkaar brengen en de ontwikkeling van robotica en automatisering bevorderen. De financiering daarvan is nog niet rond, maar de onderhandelingen met verschillende partijen lopen, aldus woordvoerder Roy Wubben van Demokwekerij.

Het IDC Robotica heeft in de afgelopen twee jaar veertien projecten gedraaid, waaronder een robottoepassing voor het sorteren van aubergines, het automatisch opbinden van Ficus-planten en het met 3D camera's oppotten van Yucca-stammen. De resultaten van deze projecten kwamen tijdens de workshops aan bod. Ook was er aandacht voor onder meer drones, lasertechnologie, röntgentechnologie en PicknPack, de volautomatische tomateninpaklijn van Wageningen UR. Aan het IDC Robotica werken naast Demokwekerij ook TNO en TU Delft mee.

TU Delft robotica hotspot

Volgens Martijn Wisse, professor BioRobotics wil TU Delft de robotica hotspot van de wereld worden. "Er werken momenteel 150 tot 160 onderzoekers aan biorobotics in verschillende labs. Ook zijn er al verschillende startups uit ontstaan, waaronder Delft Robotics en Lacquey." In zijn presentatie ging Wisse onder meer in op 3D vision, lerende systemen, pad planning, handling, quality control en track & trace. Hij zei dat deze nieuwe technologieën er allemaal aankomen, maar de kunst zit in een goede systeemintegratie. Hij adviseerde het aandachtige gehoor goed na te denken over de verdeling tussen mens en machine en per handeling te kijken naar de meerwaarde van een apparaat.

Smart food voor megacities

Tjerk Gorter van Field Lab 'Smartfood' meldde dat er voor de Nederlandse tuinbouw grote kansen liggen in het buitenland. "In 2050 zijn er wereldwijd 9 tot 11 miljard inwoners in 400 tot 600 megacities met elk evenveel of meer inwoners dan in heel Nederland. In die toekomst draait het om voldoende, veilig, gezond, betaalbaar en duurzaam voedsel. Hygiëne wordt een enorm belangrijke factor. Processing van geoogste groenten gaat plaatsvinden onder 4 graden Celsius. Dit kan niet met mensen, dat moet worden geautomatiseerd. Er wordt nu geïnvesteerd in 'clean rooms' in het verre oosten door grote partijen uit de ict en automatisering. We worden - nog - niet gezien als dé food-partner voor het voeden van mega-cities. Er is daarom een krachtenbundeling nodig om te kunnen concurreren tegen deze nieuwe toetreders", aldus Gorter. Field Lab 'Smartfood' wil met Nederlandse bedrijven ketens vormen - van 'seed to eat' - die deze kansen willen oppakken.

Tekst/foto: Mario Bentvelsen.