Voor telers die vooruit kijken

Home Posts Tagged "wortelmilieu"

wortelmilieu

,
335 0

Volgens Arie Draaijer van Sendot Research BV uit Bunnik valt er met hun sensortechnologie nog heel wat winst te behalen in het wortelmilieu. "Wij denken dat een productiestijging van 3 tot 5% in bedekte teelten mogelijk is. Maar minstens even belangrijk, zal ook de gevoeligheid voor ziekten afnemen. Het wortelmilieu was tot nu toe in de tuinbouw een beetje blinde vlek."

Arie Draaijer is de CTO en business manager van Sendot Research BV, dat op 16 januari 2015 is opgericht. Zijn jullie nog een start-up? "We voelen ons nog wel zo. Het eerste jaar is vooral gewerkt aan de ontwikkeling van ons platform, en dat is nog lang niet klaar. Wel zijn we zo langzamerhand onze producten in de markt aan het zetten. Dan heb ik het vooral over onze zuurstofsensor. Die is het verst in de ontwikkeling en die zijn we nu bij verschillende bedrijven in de praktijk aan het testen. Eigenlijk zijn we een scale-up, want we hebben net twee nieuwe mensen aangenomen: een voor de verdere ontwikkeling van onze software en een voor de hardware-kant."

Sensorspecialist

Arie Draaijer is een van de oprichters van Sendot. Investeerder is de Delft Research Groep, algemeen directeur is Bert van Tol van Groen Agro Control. "Die heeft mij leren kennen toen ik nog bij een ander bedrijf werkte. Toen dat failliet ging zei hij: die technologie, daar geloof ik wel in. Wij zagen en zien dat er in de tuinbouw meer sensoren en minder analyseapparatuur gebruikt zullen worden voor het on site meten van chemische parameters. Daar wilde ik bij zijn."
Wij zijn een analyseclub, vervolgt Arie. "Ik ben eigenlijk een sensorspecialist, maar ben hier CTO en heb zo'n beetje de dagelijkse leiding. Bert van Tol is de echte directeur. Alles wat we op het gebied van strategie en markt beslissen doen we samen. Daarnaast hebben we ook nog wat adviseurs rondlopen, die ons helpen om van het bedrijf een succes te maken. Hiervoor was ik ontwikkelaar bij TNO."

Businessmodel

Sensortechnologie is sterk in opkomst, bevestigt Arie. "De elektronica wordt steeds kleiner en slimmer en de behoefte aan allerlei directe meettechnieken wordt groter en groter, of dat nou op het lichaam is, in de medische sfeer, in auto's of bij planten... Je kunt het zo gek niet bedenken of sensortechnologie krijgt steeds meer voet aan de grond."
Hij vervolgt: "Ons businessmodel bestaat uit twee delen: wij ontwikkelen onze eigen sensoren en verkopen die ook, maar wij doen ook ontwikkeling voor derde partijen. Wij werken op dit moment voor twee bedrijven, het gaat ons voornamelijk om de sensorplatforms. Wij werken niet alleen voor de agrosector, maar ook voor de industrie, voor de milieumarkt zeg maar. Voor een bedrijf in Brabant houden wij ons bezig met biomonitoring, waar ze met levende materie - bacteriën in dit geval - een early warning-systeem maken voor de watermarkt. Als de bacteriën dood gaan dan weten ze dat er iets mis is met de waterkwaliteit, vergelijkbaar met het kanariepietje van vroeger in een steenkolenmijn. Voor dat bedrijf hebben wij de detectietechnologie ontwikkeld om e. coli-bacteriën op een laag niveau te detecteren in drinkwater, proceswater et cetera. Dit was eerst een patent van een Oostenrijks bedrijf, dat failliet is gegaan. Dat was niet zo verwonderlijk, want het apparaat dat zij hadden ontwikkeld was te duur en te groot en ze hadden teveel mensen. Wij hebben dat apparaat veel kleiner en een factor 4 goedkoper gemaakt, met dezelfde performance", zegt Arie trots.

Wortelmilieu

Wij kennen de tuinbouw heel goed, vervolgt Arie. "Vanuit TNO, maar ook via Groen Agro Control. Ik heb zelf ook een tijdje - tussen 2007 en 2012 - gewerkt bij Fytagoras, een spin-off van TNO, aan de ontwikkeling van sensortechnologie. Toen zagen wij al dat het wortelmilieu in de hightech tuinbouw een onderontwikkeld gebied is. Wij verwachtten toen al dat er in het wortelmilieu significante verbeteringen mogelijk waren, niet alleen qua productie, maar ook qua ziektegevoeligheid."
Wij maken zuurstofmetingen in het wortelmilieu mogelijk, zegt Arie. "Toen ik 15 jaar geleden begon met sensoren waren er nog geen bedrijven bezig met zuurstofsensoren die zijn gebaseerd op het optochemische principe. Dat zijn sensoren met een speciale coating die “van kleur veranderen” als gevolg van je meting. Wij hebben nu een zuurstofsensor die met ditzelfde principe ook temperatuur meet. Die temperatuur moet je meten voor een nauwkeurige zuurstofmeting. De meeste sensoren die volgens dit principe werken hebben een temperatuurcompensatie met een 'ouderwetse' elektronische sensor. Wij hebben die twee functies dus gecombineerd in een coating, daar zit onze knowhow in."

Watergeefstrategie

Maar voor wie is zo'n zuurstofsensor nou interessant? Arie: "Wij weten dat er in het wortelmilieu nog veel winst valt te halen. Wortels vragen veel zuurstof, maar ook de bacteriën en het hele bodemleven er omheen. Op het moment dat je zuurstofloos bent, krijgen anaerobe bacteriën een kans te gaan groeien. Die veroorzaken wortelziektes, dat is wetenschappelijk breed onderzocht en bekend. Maar een zuurstoftekort in het wortelmilieu constateren en er iets aan doen zijn wel twee verschillende dingen. Maar zolang je het niet kan constateren kan je er ook niets aan doen, meten is weten."
Op het gebied van watergeefstrategie kun je al belangrijke stappen maken, vervolgt Arie. "Bijvoorbeeld door het aanpassen van watergeefbeurten. Ook het moment van watergeven heeft invloed: stel dat de zon schijnt, het is buiten 35 graden en de plant is volwassen en groeit. Dan dendert de hoeveelheid zuurstof bij de wortels overdag gewoon naar nul. Er zijn ongetwijfeld tuinders die het wortelmilieu op dit moment redelijk goed voor elkaar hebben, maar niet onder alle omstandigheden. Er zijn ook tuinders die het waarschijnlijk niet goed voor elkaar hebben, maar dat zelf niet weten. Puur omdat ze dat zuurstofdeel niet meten of niet goed kunnen meten."

Teeltmaatregelen

Als ik een specifiek gewas teel, geven jullie daar dan ook teeltadvies bij? "Wij zijn geen teeltadviseur, maar een sensorbedrijf. Wij hebben wel wat algemene richtlijnen. Er zijn ook adviseurs bij Groen Agro die daarbij kunnen helpen. We zijn ook mensen om ons heen aan het verzamelen die ervan overtuigd zijn dat dit invloed heeft en tot verbeteringen willen komen bij de individuele tuinder. Een aantal van die dingen moeten gewoon nog uitgezocht worden. Wij willen aan de ene kant tuinders bewust maken van het feit dat er mogelijkheden zitten, dat hij kan signaleren: hier gaat wat mis, ik roep een adviseur erbij, we gaan er samen naar kijken en langzaam proberen bij te sturen. Bijvoorbeeld: moeten we grotere of kleinere beurten geven, dichter op elkaar of juist niet, moeten we naar een hogere EC et cetera", aldus Arie.
Welke algemene richtlijnen hanteren jullie? "Als je een mat bekijkt en je hebt daar 5 cm water in staan en dat water gaat niet weg... In zo'n steenwolmat is alle zuurstoftransport zoals dat heet 'diffusiebeperkt', er is geen stroming. Op het moment dat de diffusie beperkt wordt in dat water gaat het zuurstoftransport tergend langzaam. Je moet dan het water verdringen, want dan breng je nieuwe zuurstof in. Maar in water zit maar heel weinig zuurstof. Algemeen gesteld kun je met de watergeefbeurten maar 20% van de zuurstofbehoefte van een volwassen plant dekken. Dus als je voldoende water geeft met voldoende EC en nutriënten, dan nog geef je maar 20% van de zuurstofbehoefte van het wortelsysteem. Extra zuurstof toevoegen aan het gietwater zou een strategie kunnen zijn, maar als je 100% O2 in het water gaat bijmengen is dat een extra kostenpost." Is dat financieel interessant? "Dat moet je dus uitrekenen. Wij vinden dat moeilijk in te schatten, maar er zijn getallen van 3 tot 5% productiewinst in de tomaat. Dat is de worst die wij tuinders voorhouden. Ook zouden steenwolleveranciers een andere mat kunnen ontwikkelen die voorkomt dat er een zuurstoftekort ontstaat."

Real-time sturen

Hoe staat het met de belangstelling tot nu toe? "Wij hebben al zuurstofsensors verkocht aan plantenkwekerij Gitzels en aan veredelaar Anthura. We hebben het Max Planck Instituut in Duitsland als klant, en ook contacten met Engelse bedrijven, maar dat zijn vaak Nederlandse telers die daar achter zitten."
Hoeveel sensoren heb je eigenlijk nodig? "Wij beginnen altijd met een sensor, en zeggen: prik die op een representatieve plaats en ga daar eens meten. Maar als je het goed wil doen adviseren wij 2 tot 3 sensoren per hectare. Voor een standaard zuurstofsensor betaal je al gauw 3.000 tot 3.500 euro. Voor een gemiddelde tuin van 5 hectare kostte dat vroeger al gauw 50.000 euro. Wij hebben die een factor 2 goedkoper gemaakt."
Hij vervolgt: "Je begint natuurlijk met meten en kijken, maar uiteindelijk wil je ook de sturing er op gaan baseren. Dan moeten de sensoren op de klimaatcomputer worden aangesloten, dat is sinds kort mogelijk. Dan kun je real-time gaan meten en sturen."
Wat zijn de resultaten van tuinders die er mee werken? "Wat wij al verwachtten, namelijk: dat het zuurstofgehalte in het wortelmilieu regelmatig te laag is, al varieert dat per substraat. Als er veel microbieel leven is en het substraat lang nat blijft, bijvoorbeeld bij plantenkwekers, kun je al heel gauw last hebben van een zuurstoftekort."

Marketingstrategie

Wat is jullie marketingstrategie? "Wij zien de Nederlandse markt niet als een proeftuin, maar als een launching markt. Alles wat Nederland doet daar wordt goed naar gekeken door het buitenland. Als een Nederlandse teler zegt: dit gaan we doen en in onze teeltstrategie inbedden, dan volgt een aantal landen daarna vanzelf. Dat is onze insteek. De agrarische markt ontwikkelen wij als eerste, maar wij kijken ook naar de laboratoriummarkt, de biochemiemarkt, de food-industrie... Daar zijn zuurstof- en pH-metingen heel belangrijk. Er is eigenlijk nog geen sensor waarmee je in een voedselstroom pH kan meten. Een bedrijf als Masterfoods die dagelijks grote hoeveelheden sauzen en dergelijke produceert, die willen eigenlijk in line - tijdens de productie dus - de pH kunnen meten. Dat kan nu niet, want in een conventionele pH-meter zit een glaselektrode. En glas en voedsel is een no-go. Dus wat doen ze nu: de proces operators klimmen een trap op, nemen een monster, laten dat afkoelen en bepalen handmatig de pH-waarde en sturen daarna het proces bij. Veel te ingewikkeld. Eigenlijk is onze pH-sensor - die nog in ontwikkeling is - daar zeer voor geschikt. Die kan de pH goedkoop, snel en zonder glas continu en betrouwbaar meten."
Is Vertical Farming voor jullie een interessante markt? "Ik denk het wel. Ik denk dat VF en de digitale kas ontzettend goed bij elkaar passen en ik denk dat wij daar ook een rol in kunnen gaan spelen. We hebben daar nog geen contacten in. Wij denken wel al internationaal en zijn op zoek naar netwerken in sales die ons met de verkoop willen helpen."

Toekomstplannen

Wat zijn jullie toekomstplannen? "We willen een groot sensorbedrijf worden. De behoefte aan sensortechnologie is groot. Wij willen nieuwe producten blijven ontwikkelen, kleinere en goedkopere zuurstofsensoren, idem voor chlorofyl fluorescentie. De eerstvolgende sensor die wij gaan maken wordt waarschijnlijk een sensor voor het meten van CO2 in water, een hele belangrijke parameter. Maar ook in de kas zijn CO2 en de CO2-verdeling belangrijk. Ik heb zelf low cost CO2-sensoren voor de ventilatiemarkt ontwikkeld. Die hoeven niet zo duur te zijn als nu vaak in de tuinbouw het geval is. Er zijn heel veel sensoren die nu voor de CO2-sturing van gebouwen zijn ontwikkeld. Zo'n ding kost maar 35 euro. De tuinbouw is met dat zwavel en heel veel vocht in de lucht misschien een beetje ingewikkelder, maar ik denk dat er door heel veel spelers nog op safe wordt gespeeld. Daar worden gewoon de dure sensoren die al lang geleden zijn ontwikkeld, nog steeds gebruikt. Daarna gaan we ons richten op het ontwikkelen van sensors voor het meten van macronutriënten."
Waar staan jullie over vijf jaar? "Wij verwachten dat wij dan in een ander pand zitten met fors meer medewerkers, niet meer op een industrieterrein in Bunnik - op zich niks mis mee want ik woon nu op fietsafstand van mijn werk - en een redelijke productie van sensoren draaien en meer markten bestrijken..", aldus Arie Draaijer.

Tekst en foto's: Mario Bentvelsen.

,
152 0

Voldoende zuurstof in het wortelmilieu is een voorwaarde voor een sterk en gezond gewas. Meer zuurstof maakt het gewas sterker en leidt tot hogere producties. Dat is de ervaring van Van der Voort Tomaten in Vierpolders. Het bedrijf gebruikt een waterbehandelingssysteem dat het zuurstofniveau in de mat permanent optimaal houdt.

Het bedrijf produceert op 8 ha minipruim- en cocktailtomaten. Op 3 van de 8 ha is belichting aangelegd. Het bedrijf aan de Tuindersweg is de tweede vestiging, de hoofdvestiging van de bij Prominent aangesloten onderneming staat in ‘s-Gravenzande.
Enkele jaren geleden kocht Van der Voort het bedrijf in Vierpolders aan. De waterbassins daar werden al belucht met het Oxybull waterbehandelingssysteem van fabrikant Agrona. “Het hoorde bij de bedrijfsinrichting en wij bleven het gebruiken”, vertelt Joost van der Voort. “Pas toen het systeem een keer uitviel, zagen wij het verschil. De toevoer van voldoende zuurstof naar de wortels stokte, het gewas werd minder vitaal, de koppen zagen er niet fris meer uit.”

Meer groei, hogere producties

Het systeem maakt gebruik van platen die in het bassin liggen. Een pomp zorgt ervoor dat lucht door een doek met talloze kleine membranen wordt geperst. Zo voegt het miljoenen minuscule luchtbelletjes toe aan het water. Het systeem is geen grote investering, maar heeft volgens Van der Voort een goed effect. “De storing maakte duidelijk wat de toegevoegde waarde is. We hadden drie units in gebruik, recent hebben wij in een vierde unit geïnvesteerd en zijn we ook de metingen gaan gebruiken.”
Directeur Nadir Laaguili van de fabrikant legt het belang van voldoende zuurstof uit. “Onderzoek heeft aangetoond dat meer zuurstof in het wortelmilieu voor meer groei en hogere producties zorgt. Een tekort bij de wortels leidt altijd en onvermijdelijk tot een beperking van de groei.”

Oppepper voor micro-organismen

Een gehalte van tien milligram per liter is overigens het maximum. Daarboven heeft extra zuurstof voor de plant geen nut, want het gewas weet niets te beginnen met een overaanbod. Ook het water kan een groter volume zuurstof niet vasthouden. Vandaar die bovengrens van tien milligram per liter.
Een hoger niveau leidt volgens Laaguili ook tot een betere opname van nutriënten. Zuurstof is essentieel voor gunstige, aërobe bacteriën. “Als de teler vanuit de dagvoorraad extra zuurstof de kas in stuurt, ziet hij de gevolgen in het gewas terug. De plant kan zich beter voeden waardoor het gewas aan vitaliteit wint en beter groeit. Ook de nuttige micro-organismen in het medium krijgen een oppepper. Het bodemvoedselweb wordt dus sterker. En dat zie je weer terug in onder meer een grotere plantweerbaarheid.”

Steeds natuurlijker telen

Van der Voort gebruikt het waterbehandelingssysteem in combinatie met AG-Stim van Agrona. Het voedt en activeert de aanwezige nuttige bacteriën, waardoor de opname van nutriënten wordt versneld. Een bijwerking van dit product is dat organische materialen worden afgebroken en omgezet in anorganisch materiaal, waardoor de leidingen schoon blijven. Laaguili: “Het volume is verwaarloosbaar, maar niettemin: het anorganisch materiaal is voeding voor de plant en het wordt mooi in de kringloop opgenomen.”
De teler: “Een behandeling met chloor of waterstofperoxide is niet meer nodig. En dat is precies wat wij willen: steeds natuurlijker telen, steeds minder chemie. In het verleden werkten wij met ECA-water, oftewel elektrochemisch actief water. Maar ook dat paste niet meer in een zo natuurlijk mogelijke teelt. Daar zijn we dus mee gestopt. En chloor of waterstofperoxide staat ook haaks op een duurzame en natuurlijke teelt, want je doodt het bodemvoedselweb.”

Pover aanbod

Omdat AG-Stim de nutriëntenopname versnelt, kan de teler de EC hoger instellen, met gunstige gevolgen voor groei, vitaliteit en productie.
Het middel past in een tuinbouw die naar meer kwaliteit zoekt, zegt Laaguili. “Tegenwoordig ontvangt de plant nog slechts de belangrijke elementen stikstof, fosfaat, kali en calcium, en nog enkele spoorelementen. Dat is een heel pover aanbod. Dat zie je terug: als het gaat om de inhoudsstoffen en de voedingswaarde is de huidige, conventioneel geteelde tomaat minder gezond dan de biologische tomaat.”
Het middel bevat volgens de leverancier 47 belangrijke minerale grondstoffen, waaronder essentiële aminozuren. Dat het product de plant versterkt en de kwaliteit verbetert, bleek op de Westlandse vestiging. Daar werd de gift even gestopt. Van der Voort: “Vrijwel meteen kwamen er reacties uit de markt: ‘Jullie tomaten smaken opeens minder goed. Hebben jullie iets veranderd in de teelt?’”

Meetgegevens controle

De leverancier garandeert een optimaal zuurstofniveau, dus van 10 milligram per liter, als het waterbehandelingssysteem elke dag tenminste twaalf uur draait. Het systeem kan worden aangesloten op de klimaatcomputer. Om de vijf minuten wordt dan het zuurstofgehalte gemeten, zowel in de dagvoorraad als bij de druppelleidingen.
De meetgegevens komen in een grafiek te staan en in een oogopslag kan de teler zien of alles nog goed gaat. Van der Voort: “Het meten zorgt dus voor een controle op het systeem. Als de metingen aangeven dat er onvoldoende zuurstof is, zit er blijkbaar in het systeem iets niet goed. Dan kun je de fout gaan herstellen. Er kan bijvoorbeeld ergens een verstopping zijn, zodat je de leidingen door moet gaan spoelen.”

Het vuil in de filters

Volgens beide informanten is de kans op een storing echter niet groot. Want dankzij het rondpompen van miljoenen luchtbelletjes in de wateropslag worden vuildeeltjes afgebroken, waardoor deze niet in de leidingen kunnen neerslaan. “Dat werkt perfect”, aldus de teler. “Wij hoeven de silo’s daardoor niet meer schoon te maken.”
Hij is niet de enige gebruiker van het Oxybull-systeem. In Nederland is het op een veertigtal bedrijven geïnstalleerd, waaronder bij collega-bedrijven binnen Prominent, 4Evergreen en Red Star Trading. Daarnaast zijn er telers in Spanje en Canada, landen waar het bedrijf ook een vestiging heeft, die het systeem gebruiken. Daaronder de grote tomatenproducenten NatureFresh en Mucci in Canada en Cualin Quality in Spanje.

Samenvatting

Voldoende zuurstof in het wortelmilieu is onontbeerlijk voor een goede groei en hoge producties van het gewas. Een waterbehandelingssysteem brengt miljoenen luchtbelletjes in de watervoorraad. Dat zorgt voor een zuurstofgehalte van 10 milligram per liter, precies op de grens van verzadiging. Van der Voort Tomaten heeft goede ervaringen met dit systeem. De onderneming gebruikt het in combinatie met een middel, dat onder meer zorgt dat de leidingen schoon blijven.

Tekst en foto’s: Jos Bezemer.

,
249 0

Stukje bij beetje ontvouwt de natuur haar geheimen. Na de opkomst van biologische bestrijding bovengronds is het nu de beurt aan het wortelmilieu. De samenwerking tussen wortels en de organismen daar omheen is een uiterst complexe materie. De microbiële wereld komt alleen tot bloei als alle omstandigheden gunstig zijn. De zoektocht naar bodemweerbaarheid is een flinke ontdekkingsreis.

Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.

,
159 0

Filosoferend over het wortelmilieu, het thema van de augustus-editie van Onder Glas, maakte een gerespecteerde relatie onlangs de vergelijking met Dafne Schippers. Waar de atlete, mede vanwege het succesvolle WK atletiek, weer volop in de belangstelling stond, mag het wortelmilieu zich gelukkig prijzen met groeiende aandacht binnen de sector. Maar de vergelijking was veel specifieker.

‘De wortels van de plant zijn te vergelijken met de voeten van Dafne; iedereen kijkt naar haar benen, maar die kunnen haar alleen naar de overwinning brengen als de schoenen niet knellen en ze geen last heeft van fysieke ongemakken aan tenen, nagels of zool. Voetverzorging is een voorwaarde voor prestatie. Daar zal de atlete zelf ongetwijfeld de nodige aandacht aan besteden, maar wij als toeschouwers weten daar niets van en kunnen het ook niet zien. Zo is het ook met planten; we kijken naar wat we zien, maar wat we niet zien is zeker zo belangrijk.’

Spijsvertering

Uiteraard gaat de vergelijking tussen mens en plant maar ten dele op. Een plant voedt zich immers ook nog eens via de wortels. Wortels zijn dus voet en mond tegelijk en dat is weer complexer dan de werking van het menselijk lichaam. Feit is dat het lastig waar te nemen is of het wortelmilieu in orde is. Daar dringt de vergelijking met onze spijsvertering zich op. Alles wat zich in dat proces afspeelt, is grotendeels onzichtbaar en slecht te monitoren.

Sensoren

Dat geldt ook voor het wortelmilieu, maar technische vernieuwingen dienen zich meer en meer aan. Essentieel daarbij is de opmars van sensoren. De waterkwaliteit kan steeds beter worden gemeten. Middels sensoren kunnen substraattelers nauwgezet volgen wat er in de mat gebeurt en daar hun watergift op afstemmen, zo is in diverse artikelen van de nieuwe Onder Glas te lezen. Daarnaast hebben de eerste potplantentelers de meerwaarde van metingen ontdekt. Watergift op gevoel, gaat de komende jaren plaatsmaken voor automatisch en objectief water geven.
Op het moment dat sensoren ook inzicht geven in de overige processen die zich afspelen in het wortelmilieu en de mogelijke aanwezigheid van organismen, kunnen telers weer nieuwe, belangrijke stappen zetten richting Olympische roem.
De augustus editie van Onder Glas met als thema Wortelmilieu verschijnt op donderdag 17 augustus.

Tekst: Roger Abbenhuijs.

In de jaren ’80 en ’90 is er veel onderzoek gedaan naar effecten van zoutophoping bij substraatteelten. Eerst was dit vooral bedoeld voor de teelt in steenwol met vrije drainage, maar later vooral ook voor systemen met hergebruik van drainage (gesloten teeltsysteem).

Hieruit zijn normen voor de waterkwaliteit en grenswaarden voor het wortelmilieu afgeleid voor EC, Na en Cl. Daarboven zou doorspoeling of spui nodig zijn. Echter inmiddels zijn de teeltwijzen veranderd, productieniveaus liggen hoger en er wordt bij hogere EC-waarden geteeld. Omdat drainlozing op dit moment volop in discussie is en emissieloos telen steeds belangrijker wordt, is er alle reden voor om deze grenzen opnieuw te bekijken.

Om deze reden zijn we een onderzoeksproject gestart naar de effecten van Na en hoe we de effecten van oplopend Na in het recirculerende water kunnen beperken. Het net gestarte onderzoek is een teeltproef met paprika met Na trappen tot 10 mmol/l, bij gelijkblijvende EC. Een van de behandelingen is het aanpassen van de K/Ca verhouding. In een ander onderzoek deze zomer wordt geprobeerd via een restgoot de Na ophoping tegen te gaan.

Foto: Wageningen University & Research.

,
134 0

Teeltsubstraten dienen een gezonde plantontwikkeling mogelijk te maken vanaf het oppotten tot in de huiskamer. De juiste zuurgraad (pH) in het wortelmilieu is daarvoor essentieel. Dit aspect verdient extra aandacht bij veranderingen in substraatrecepturen en voedingsschema’s. Ook tijdens de teelt loont het om de pH te blijven volgen en indien nodig vroegtijdig bij te sturen.

Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.

,
298 0

Meer dan tien jaar is de toepassing van Trichoderma schimmels een begrip in de tuinbouw. Zij helpen om cultuurgewassen beter te laten groeien en weerbaar te maken tegen ziekten. Hoe deze symbiose precies werkt is een ingewikkeld onderzoeksgebied. Toch staan de ontwikkelingen niet stil. Dit jaar komt er een nieuwe stam op de markt.

Voor het bekijken van deze content heeft u een lidmaatschap nodig, of log in als u al een lidmaatschap heeft.

,
504 0

De schade door Fusarium in amaryllis is behoorlijk groot en wordt jaarlijks nog groter. De ziekteverwekker kan latent aanwezig zijn. Zo'n drie tot vier maanden na het planten zakt het gewas in elkaar. Nader onderzoek laat zien dat er dan veel Fusarium in de bol zit. Het chemische middelenpakket tegen schimmelziektes neemt af en is niet afdoende. Telers willen graag alternatieven om de ziekte beter in de hand te kunnen houden.

Bij de teelt van amaryllis kan het gaan om de bol of de bloem. De bollenteelt richt zich op de teelt van bollen bestemd voor de snijbloementeelt, of voor de consument als droge bol of bol op pot. Deze bollen groeien in de grond.
De bloementeelt is een jaarcyclus, waarbij de bol drie tot vier jaar meegaat. Deze bollen groeien in volle grond, perliet of kleikorrels. De bloementelers krijgen hun bol door hergebruik van de eigen bollen of ze kopen deze bij bollentelers. De bollen zijn het kapitaal van de bloementeler.
Het onderzoek naar Fusarium wordt uitgevoerd op verzoek van amaryllistelers en in nauwe samenwerking met die telers en adviseur Jan Overkleeft. Het is gericht op de problemen zowel bij de bollen- als de bloementeelt.

Ziekteverwekker

De eerste vraag waarmee wetenschapper André van der Wurff en gewasonderzoeker Arca Kromwijk van Wageningen University & Research in Bleiswijk aan de slag gingen, was om welke soorten het gaat. Ze kregen zieke bollen vanuit de praktijk van zelfstandig adviseur Overkleeft. Hij verzamelde anoniem 'zieke' bollen bij vijf bedrijven, bij ieder vijf bollen.
De onderzoekers isoleerden de ziekte uit verdacht weefsel. “Bij onze locatie in Wageningen hebben we een databank voor schimmels. Met behulp van een DNA-techniek is het mogelijk om te bepalen om wélke soort het gaat. Deze methode is zeer nauwkeurig en betrouwbaar. Het gaat om F.solani, F.oxysporum en F.proliferatum”, vertelt Van der Wurff.

Antagonisten

De volgende stap, die de onderzoekers gelijk meenamen, is kijken naar mogelijke antagonisten. Daarvoor gebruikten ze meerdere monsters van gebruikte perliet en kleikorrels uit de praktijk. Op deze substraten wordt normaal gesproken drie tot vijf jaar geteeld.
“Via een zelf ontwikkelde methode hebben we de antagonistische bacteriën uit het substraat gehaald”, vervolgt Van der Wurff. “In het laboratorium hebben we ze vervolgens getest op een mogelijk antagonistische werking tegen twee soorten: F.solani en F.oxysporum. Ons criterium was dat ze het probleem op labniveau voor zeker 50 procent moeten kunnen onderdrukken. Van de beste acht hebben we laten bepalen om welke bacterie het gaat. Het blijkt te gaan om algemeen voorkomende soorten, die ervoor zorgen dat het probleem in het wortelmilieu afneemt.”

Ziek maken

Een eerste voorwaarde voor het doen van een (kas)proef naar een bestrijdingsmethode, is dat het mogelijk moet zijn om eerst zélf de planten via een standaardmethode ziek te kunnen maken met de drie ziekteverwekkende schimmelsoorten. Dit is soms lastiger dan op het eerste oog gedacht. Uiteindelijk leidde dit tot een proef met heel veel variabelen. Er waren sowieso vijf mogelijke besmettingsopties: besmetting met de drie genoemde soorten afzonderlijk, met een mengsel van de drie en een blanco ter vergelijking. De ziekteverwekkers zijn in drie verschillende concentraties toegediend en de proeven zijn zowel in kleikorrels als perliet gedaan.
En dan was het nog belangrijk om een goede manier van besmetten te vinden. Hiervoor keek Kromwijk naar de praktijk. “Daar worden de amaryllisbollen voor het herplanten in het nieuwe seizoen 'verjongd' door de oude wortellaag onder de bol weg te snijden. Dit heet zolen. In de praktijk krijgen bollen drie weken de tijd om te drogen. Wij hebben de verse wond gebruikt om de bol te besmetten en dit vergeleken met besmetting van bollen waar de zool nog onder zat.” Dit leidde uiteindelijk tot een uitgebreide kasproef met circa 700 potten om een statistisch betrouwbaar resultaat te krijgen.
Uit het onderzoek bleek dat het mogelijk is om planten ziek te maken. Dus groen licht om met het onderzoek verder te gaan. Alleen duurde dit langer dan verwacht: elf in plaats van zes weken. Bovendien bleek uit deze proef dat er geen uniek ziektebeeld per schimmel ontstond. Bij ieder van de soorten was er een breed scala aan symptomen in de bol te vinden.

Beste aanpak

Met de verworven kennis werd het mogelijk om de volgende stap te zetten. Vanuit verschillende bronnen haalden de onderzoekers hun bestrijdingsmethodes. Bij elkaar zijn dat achttien verschillende behandelingen om te checken. Bij deze proef is alleen met F.solani gewerkt.
Van der Wurff: “We hebben fifty/fifty commerciële middelen en antagonisten getest. Deels zijn dit 'groene' middelen die rechtstreeks werken tegen Fusarium. Daarbij zitten middelen die we ook kennen vanuit onderzoek bij andere teelten, waaronder experimentele middelen die nog wachten op een toelating. Voor een deel zijn het plantversterkers, die we uit eigen ervaring kennen of via amaryllistelers. Zo gebruikte een teler een algenpreparaat dat we nu gelijk in dit onderzoek meenemen. En dan onze beste acht antagonisten.”
Deze proef is half augustus gestopt. De belanghebbende telers zijn na afloop uitgenodigd. De eindresultaten zijn nog niet bekend. Doel is de behandeling uit te kiezen, die het minste schadebeeld oplevert. De beide onderzoekers hopen dat de oplossing komt vanuit de antagonisten. “We hebben een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd bij biologische groentetelers. Er waren biologische groenten die veel last hadden van aaltjes. Daar hebben we toen effectieve antagonisten gevonden.”

Symptomen

Het bracht een schok teweeg bij de amaryllistelers dat de symptomen door elkaar liepen. Daarom is besloten om hier nog eens extra aandacht aan te besteden. Bij eerdere proeven is niet achteraf gecheckt of het symptoom inderdaad toe te schrijven is aan de desbetreffende schimmel.
Op dit moment kijken de onderzoekers daarom nog eens in het lab naar het materiaal vanuit eerdere proeven. Per type symptoom laten ze nieuw DNA-onderzoek doen. Pas als uit een check achteraf blijkt dat in bepaalde ziektebeelden maar één schimmel wordt teruggevonden, kan een direct verband worden aangetoond.

Masterplan

Veel meer gewassen hebben problemen met Fusarium, zoals chrysant, lisianthus, gerbera, amaryllis en phalaenopsis. Van der Wurff heeft daarom een masterplan geschreven dat breed over de verschillende gewassen heen kijkt en dit ingediend bij de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Vanuit het bedrijfsleven betalen vooral de gewascoöperaties van de verschillende bloemisterijgewassen mee, maar ook veredelingsbedrijven van chrysant en Bejo Zaden.
Het beoogde project gaat bestaan uit een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek. “De collega's van PRI kunnen de ziekte met een fluorescerend middel labelen en dan volgen hoe het de plant binnengaat”, noemt Van der Wurff als voorbeeld. Hij denkt dat er met zo'n groot project veel meer slagkracht is en er kansen zijn om veel van elkaar te leren vanuit de ervaringen in de verschillende gewassen.

Samenvatting

Het afgelopen jaar hebben onderzoekers in Bleiswijk een serie afzonderlijke onderzoeken gedaan naar Fusarium bij amaryllis. Er blijken drie soorten een rol te spelen. De symptomen zijn (nog) niet exclusief toe te schrijven aan een van de drie schimmels. Op dit moment worden de resultaten verwerkt van een onderzoek naar de meest geschikte natuurlijke bestrijdingsmethode met behulp van 'groene' middelen, plantversterkers en antagonisten. Er is een plan ingediend om een breed gewasoverstijgend onderzoeksproject op te zetten om grip te krijgen op het probleem.

Tekst en foto's: Marleen Arkesteijn.

,
302 0

Een van de voorwaarden voor succes met een goede teelt is de gelijkheid van omstandigheden voor alle planten. Dat geldt voor het kasklimaat en voor het wortelmilieu. Een goed ontworpen substraatteeltsysteem voldoet aan deze voorwaarde, of dat nu een teelt op water, in substraat of een potgrond betreft. Naast gelijkheid is stuurbaarheid een factor van belang. Als een teler iets wil bijsturen of veranderen, dan moet dat liefst vlot en ook weer gelijkmatig plaatsvinden.

De systemen waarmee je stuurt moeten dat ook kunnen. Voor het kasklimaat is dat al een uitdaging voor de ontwerpers van kassen, zowel wat betreft de ventilatie als van de energiesystemen in de kas. Terecht is daar veel aandacht voor. Voor het wortelmilieu geldt hetzelfde. Bij de keuze van het substraat wordt zeker aandacht gegeven aan de mogelijkheid van gelijkmatig bijsturen. Fabrikanten perfectioneren hun substraten steeds verder zodat de juiste omstandigheden, gelijkheid en sturing mogelijk zijn.

Irrigatiesysteem

Aansturen en het aanbrengen van veranderingen in het wortelmilieu vinden vooral plaats via het geven van water en de voedingsoplossing. Daar gebruiken we het irrigatiesysteem voor. Het is echter vaak een systeem van kilometerslange leidingen. Het is daardoor traag en – ongewild – ook ongelijkmatig. Aansturen van de voedingsoplossing is daardoor moeilijk en het beïnvloeden van het bioleven in het wortelmilieu gecompliceerd. Bij grotere kassen en grotere systemen wordt het nog trager en ongelijkmatiger. Het ontwerpen van een goed irrigatiesysteem is een vak apart. Als u de kans hebt: aandacht daarvoor is op zijn plaats.

Geerten van der Lugt
Adviseur gewas, water en plantenvoeding