Voor telers die vooruit kijken

‘Telen van komkommers op perliet vraagt om anders watergeven’

Pleun Struijk heeft tien jaar ervaring met substraat
171 0
‘Telen van komkommers op perliet vraagt om anders watergeven’

Pleun Struijk teelt alweer tien jaar komkommers op perliet. Hij koos voor dit medium omdat andere leden van zijn excursiegroep hem voor waren gegaan. Het teeltmedium vraagt om een andere manier van watergeven. Inmiddels weet hij er aardig mee om te gaan op zijn 2 ha grote komkommerkwekerij De Kade in Nootdorp.

De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot zijn overgrootvader, die aan ieder van zijn drie zoons een bedrijf aan de Dwarskade in Nootdorp schonk. De opa van Pleun begon er een tuinbouwbedrijf. Zijn vader en oom volgden. Op dit moment leiden Pleun en zijn zoon Johan het bedrijf al drie jaar in firmaverband. Per 1 januari aanstaande neemt zoon Johan het stokje over van zijn vader die in dat jaar 65 wordt. Dat wordt de vijfde generatie aan de Dwarskade.

De komkommerteler heeft net als de meeste collega’s drie teelten per jaar. Hij houdt een plantdichtheid aan van 1,4 plant per m2. De eerste teelt heeft hij Proloog RZ geplant, de andere twee teelten Uniformico RZ. “Ik teel inmiddels tien jaar Proloog. Ik plant pas vanaf 5 januari. Daarvoor is het nog te donker en de energie is te duur. Bij de tweede en derde teelt heb ik vaker gewisseld van ras. Ik kijk voortdurend naar rassen die beter zijn qua productie, kwaliteit, kleur en groeikracht en die bovendien niet te veel werk opleveren.”

Zijn productie is 80 tot 90 kg/m2 per jaar. Tachtig procent van de komkommers gaat naar het buitenland: de meeste naar Duitsland en verder naar de Scandinavische landen en Groot-Brittannië.

Extra gietbeurt nodig

Struijk stapte over van steenwol op perliet nadat zeven of acht telers uit zijn excursiegroep hem voor waren gegaan. Het teeltmedium zit in zakken van wit folie die op goten liggen. Bovenop zitten twee H-vormige plantgaten voor de steenwol potten.

De teelt is anders dan op steenwol, vindt de komkommerteler. “Perliet is nooit zo droog. Wel heeft steenwol meer beschikbaar water, dat wil zeggen per liter substraat is meer waterberging mogelijk. We moeten daarom korter achter de vraag naar water zitten en ‘s nachts een extra gietbeurt geven. Een nadeel is dat er veel fijnstof van het substraat af komt, dat in het recirculatiesysteem terecht komt.”

De start van de teelt is gemakkelijker. “In het begin moet je steenwol 24 uur volzetten. Bij perliet hoef je maar een paar liter water te geven. Daarna moet je regelmatig druppelen en niet draineren.” Daarentegen is het slot van de teelt lastiger. Hij moet het afval scheiden en daarom de steenwol potten van de zakken halen. Bij hem betekent dat aan het einde van de teelt 56.000 potten eraf. En na de eerste teelt 28.000 potten.”

Generatiever

“Doordat er minder water beschikbaar is, geeft het medium een generatieve sturing aan het gewas. Daarom kiezen vegetatieve telers juist voor perliet.” Vocht meten gaat lastiger dan in steenwol. Struijk weegt de vochttoestand met behulp van een weegschaal. Hij laat wekelijks het drainwater analyseren in plaats van voorheen het water vanuit het substraat. Op basis van de analysecijfers past hij zijn bemesting aan.

Recirculeren ziet hij niet als probleem. Daarom heeft hij geen speciale ontsmetter aangeschaft die ook gewasbeschermingsmiddelen uit het te lozen water kan halen. Wél heeft hij een abonnement afgesloten met een bedrijf dat met een mobiele ontsmetter zorgt voor de benodigde reiniging in het geval van een calamiteit.

Ziektedruk

Met een nieuwe woonwijk voor de deur in plaats van kassen, valt de ziektedruk van buitenaf aardig mee. Dat betekent aanzienlijk minder last van wittevlieg en trips, maar nog wel van luis en spanrupsjes die vanaf het nabijgelegen recreatiegebied naar binnen komen vliegen.

Een lastig probleem binnen de komkommerteelt is het komkommerbontvirus. In het verleden had Struijk hier vrij veel last van. Doordat hij in 2012 een sabbatical van een half jaar hield, is hij van dit virus afgeraakt. “Bovendien scheelt het dat we twee maanden leeg liggen in de winter. Dit in tegenstelling tot telers die jaarrond doorgaan.”

Een goede bedrijfshygiëne vindt de komkommerteler erg belangrijk. “In de zes weken van de teeltwisseling halen we alles uit de kas: we vervangen het teeltmedium, de buizen gaan omhoog en het folie eruit. Vervolgens laten we het dek en het glas door een schoonmaakbedrijf reinigen met glasreiniger Flusol Forte. Daarna spuiten ze het met veel schoon water onder druk af. Vervolgens leggen we er weer nieuwe folie in, laten de buizen zakken en er gaan weer nieuwe substraatzakken op de goten. We gebruiken ons substraat nooit langer dan een jaar. In jaren met te grote problemen, hebben we wel eens tussentijds nieuw substraat gehad: een klein herfstmatje.”

Hij kiest niet speciaal voor rassen met een resistentie tegen komkommerbontvirus. “Een resistent ras geeft vaak niet de meeste kilo’s. Dus zolang we geen problemen hebben, kiezen we voor uniforme rassen met een hoge productie. Wel kijk ik of ze gevoelig zijn voor Mycosphaerella.”

Rassenproeven

Op het komkommerbedrijf is 2.000 m2 ingeruimd voor rassenproeven voor zaadveredelingsbedrijf Rijk Zwaan: de helft voor selectieproeven en de helft als demo van nieuwe rassen. Marcel van Koppen, cropcoördinator komkommer, begeleidt de proeven. Hij kwam bij kwekerij De Kade terecht omdat hij zocht naar een goede komkommerteler in de buurt van de hoofdvestiging in De Lier en het Trial Center Tomato in Kwintsheul. Hij koos niet specifiek voor een teler met perliet.

“De planten krijgen dezelfde verzorging als de rest van het bedrijf. In de selectieproeven zorgt een van onze medewerkers voor het tellen en wegen van de oogst van tachtig nieuwe rassen en nummers. Van ieder nummer hebben we 10 tot 12 planten in tweevoud opgeplant.”

Diversificatie

Belangrijke selectiecriteria behalve de productie zijn vruchtkwaliteit en ziekteresistentie. In de demo staan 20 tot 25 rassen opgeplant, waaronder ook mini’s, midi’s en een Aziatische komkommer met stekels. “We proberen met meer typen wat diversificatie in de teelt te krijgen, zoals dat nu al wel het geval is bij tomaat en paprika.” Jaarlijks komen er 800 tot 1.000 bezoekers langs, overal vandaan. Het zaadveredelingsbedrijf zorgt voor de pakken, jassen, handschoenen en begeleiding. “Wij zijn te gast en houden ons aan de regels.”

De komkommerteler doet overigens ook zelf proeven. Hij zet dan 1.000 m2 of een goot van 120 planten met een ander ras. De komende teelt met het ras ‘24-268 RZ’. Hij laat zich daarbij adviseren door degene die de rassenproeven bijhoudt. “Doordat de rassenproeven hier liggen, zitten we dichter op de informatie”, besluit hij.

Samenvatting

Komkommerteler Pleun Struijk uit Nootdorp teelt al tien jaar op perliet. Dat vergt een aanpassing van zijn manier van watergeven, maar geeft een vergelijkbare productie als voorheen. De teler is eerder van zijn problemen met komkommerbontvirus af gekomen toen het bedrijf een paar maanden leeg lag. Door een goede bedrijfshygiëne aan te houden en het geluk dat hij naast een woonwijk zit in plaats van een druk tuinbouwgebied, houdt hij het ziekteprobleem zoveel mogelijk buiten de deur.

Tekst en beeld: Marleen Arkesteijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd