Voor telers die vooruit kijken

‘Telers beseffen onvoldoende de kracht van beschikbaarheid van product’

Wim Grootscholten over twintig jaar telersvereniging Rainbow
230 0
‘Telers beseffen onvoldoende de kracht van beschikbaarheid van product’

Aan het begin van de zomer, op zaterdag 17 juni, vierden medewerkers en relaties van Rainbow International dat twintig jaar geleden formeel de eerste Nederlandse telersvereniging werd opgericht. Ter gelegenheid daarvan werd een speciaal magazine gemaakt. Voor Onder Glas kijkt oprichter en pionier Wim Grootscholten terug op de laatste jaren van de vorige eeuw, aangevuld met een nuchtere kijk op heden en toekomst van de glasgroentesector.

“Wij zagen geen toekomst in een ‘mammoettanker’ van de Nederlandse glastuinbouw, maar geloofden in onze eigen kracht.” Dat rotsvaste vertrouwen in eigen kunnen, vormde in 1997 feitelijk de basis van onze telersvereniging, zegt oprichter Wim Grootscholten. “En als ik kijk waar we nu – 20 jaar later – staan, dan ben ik hartstikke trots.”

Anders en beter

Hij hoeft maar heel even na te denken. Als de dag van gisteren komt het denken en doen vanaf 1997 terug in zijn herinnering. Grootscholten (67 jaar inmiddels) straalt nog steeds de vastberadenheid uit van het eind van de twintigste eeuw. “Telers vonden dat ze te weinig voor hun product kregen. The Greenery was de oplossing en we zouden de internationale retail wel even laten zien wie we waren. Maar ik zag geen toekomst in die grootschaligheid. Ik vond dat het anders kon, beter vooral.”
Samen met collega-paprikateler Karel Vromans ging hij van start. Dat resulteerde in de eerste erkende telersvereniging: Coöperatieve Telersvereniging Rainbow. Saillant detail, die erkenning van het productschap had The Greenery op dat moment nog niet. “Uitgangspunten waren: het verder ontwikkelen van de segmentering, inzet op super kwaliteit en een maximaal natuurlijke productie”, somt de paprikateler op. “We werkten nauw samen met Koppert Biological Systems en koppelden onze natuurlijke teeltwijze ook aan ons logo.”

Direct from the grower

Het was een fantastisch mooie periode, zo vervolgt hij. “We moesten iets nieuws leren in de praktijk. Drijfveer was om de houding van de exporteurs te logenstraffen.” Onderscheidend was dat de telersvereniging van begin af aan een aanzienlijk deel van de keten vertegenwoordigde, hetgeen met name de grote klanten aansprak. “We hadden een telerscoöperatie, een eigen verpakkingsbedrijf en contacten met Spaanse telers, waardoor we jaarrond product konden aanbieden.”
Samen met rechterhand Caroline van Staalduinen en een koffer met een bedrijfsfilm, maakte de vooruitstrevende teler in die periode een uitgebreide tour langs de internationale retail, tot aan Amerika toe. “Ons motto: ‘Direct from the grower’ werd overal enthousiast ontvangen.”
Vervolgens kwamen de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Rond 2000 werd CRPT (Coöperatieve Rainbow Paprika Telers) opgericht. Na de aansluiting van andere telersgroepen resulteerde dit in 2003 in FresQ. “Feitelijk zit daar de enige grote teleurstelling van de afgelopen twintig jaar. Door de problemen met GMO is FresQ uiteengevallen in Harvest House en DOOR.”

Rechtstreeks contact

Grootscholten kijkt met voldoening terug op de jaren dat zijn initiatief als ‘muis’ moest opboksen tegen ‘olifant’ The Greenery. “Als vereniging van meest innovatieve glasgroentetelers beschikten we blijkbaar over de gewenste aantrekkingskracht. Vandaag de dag is dat ook de kracht van het nieuwe collectief: de bundeling van de voorlopers in de sector.”
In alle bescheidenheid stelt hij dat die coöperatie van nu veel gelijkenissen vertoont met het Rainbow van toen. “Met 900 ha is het gezamenlijke areaal natuurlijk een stuk groter, maar ook nu hebben we eigen verpakkingsfaciliteiten en internationale productiebedrijven: Spanje, Tunesië, Marokko.” Thanet Earth in Engeland noemt hij echter de eerste en ultieme vorm van internationalisering, omdat het is ontstaan door vanuit de klant te denken. “Een teeltlocatie in het land van afzet zorgt voor rechtstreeks contact met de eindklant. Je kunt de conclusie trekken dat wij beter weten wat er in de keten speelt dan de handelsbedrijven. Die zijn slechts in een deel van de keten actief.”
Specialisme loont, dat is zijn belangrijkste constatering na twintig jaar eigen koers. “Je kunt beter op één gebied heel erg goed zijn, dan alle productgroepen willen vertegenwoordigen. Iedereen had het twintig jaar terug over one-stop-shopping, maar daar geloofde ik niet in en ik kreeg gelijk.”

Strakke regie

Over de huidige gang van zaken in de agf-sector is Grootscholten sceptisch. “Er is zoveel afgunst, zowel tussen producenten als afnemers, dat heeft een negatieve invloed op de prijsvorming. Iedereen probeert de slimste van de klas te zijn, maar het niveau om echt vanuit de klant te denken en de waarde van ons product te optimaliseren is vaak ondermaats. Er zit zoveel meer in wanneer het beter wordt geregisseerd, maar eigen belangen zitten die samenwerking in de weg.”
Die conclusie verleidt hem tot een opvallende constatering: “Het veelbesproken model van eind vorige eeuw zou feitelijk best goed kunnen functioneren, maar dat vereist wel een optimale, strakke regie en een internationale focus.”
Binnen de vereniging van toen, maar ook binnen de huidige coöperatie, hebben telers veel geleerd van directe levering. “Dat is toch een compleet andere tak van sport dan een vrachtauto tomaten of paprika’s aan een exporteur leveren. Flexibiliteit, service verlenen, het is eenvoudiger gezegd dan gedaan. We zijn beslist op de goede weg, hebben een voorsprong ten opzichte van andere partijen, maar ook wij hebben nog een hoop te leren. Discipline is daarbij het kernwoord.”
Volume geeft kracht, zo is de overtuiging van Grootscholten. “Nederlandse telers hebben niet in de gaten hoeveel kracht zij in de keten hebben door de beschikbaarheid van product. Wij, de telers, zijn eigenaar van het product. Alleen door samenwerking kun je dat product tot waarde maken, maar het is een bekend feit: als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen.”


Subsidieperikelen

Rainbow speelde als toonaangevende telersvereniging een belangrijke rol bij de totstandkoming van topcoöperatie FresQ. Een collectief primair gericht op subsidie, want verschillen in strategie stonden de vorming van zes verkoopbedrijven tot één organisatie in de weg.
Het waren echter dezelfde subsidieperikelen die ook het einde van het collectief inluidden. Samen met de telersgroepen Fresteem en Paprika XL zijn toen gesprekken gestart om te komen tot één organisatie, met één strategie: Harvest House. Het was meedoen of niet. Noemenswaardig is dat dit proces zich voltrok in een periode dat de glastuinbouw werd geconfronteerd met economisch zwaar weer.

Binnen dat collectief heeft TNI voor 100% de verkoopfocus op de Europese retail, Global Green Team op de overzeese markten, zoals Noord-Amerika, het Midden- en Verre Oosten en Rainbow International richt zich primair op de handel binnen Europa, waaronder groothandel, catering en foodservice.


Samenvatting

Twintig jaar geleden – in de periode dat groenteveilingen grotendeels verdwenen en The Greenery werd opgericht – was Rainbow de eerste erkende Nederlandse telersvereniging. De onderscheidende kenmerken van toen vertonen een opvallende parallel met de uitgangspunten van de huidige coöperatie Harvest House. Volgens pionier Wim Grootscholten zijn de Nederlandse glastelers zich nog steeds onvoldoende bewust van de kracht van eigendom van het product.

Tekst: Roger Abbenhuijs. Foto’s: Leo Duijvestijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd