Voor telers die vooruit kijken

Tussenbelichting bij braam geeft betere scheutuitgroei en forse meerproductie

Direct licht op rustende knoppen van doorslaggevend belang
182 0
Tussenbelichting bij braam geeft betere scheutuitgroei en forse meerproductie

In de eerste proef met tussenbelichting bij braam ooit nam de productie sterk toe. Verrassend was een na-effect in de herfst. De toename aan assimilaten in de lente zorgde in de herfst nog steeds voor een grotere productie.

De productie van bramen onder glas neemt toe. Teelt onder glas maakt een betere beheersing van de productie en kwaliteit mogelijk en bovendien is onder glas zowel een voorjaars- als een najaarsoogst aan dezelfde planten mogelijk. Het blijft evenwel nog steeds een kleine teelt en gevolg daarvan is dat maar weinig onderzoek is uitgevoerd. Deels gefinancierd door Driscoll’s en uitgevoerd met een ras van dit veredelings- en afzetbedrijf, hebben studenten van Wageningen Universiteit voor het eerst de meerwaarde van tussenbelichting onderzocht.
Braam is een bijzonder dicht gewas. Licht vanaf de top wordt snel gedempt en daardoor is het lichtniveau onder in het gewas laag. Bovendien is er onderin relatief veel verrood ten opzichte van rood licht. Beide aspecten remmen de knopuitloop, waarbij het lage lichtniveau het meest doortikt.
Bij vruchtgroenten is het topmeristeem erg belangrijk. Braam kent echter wel 20 tot 25 actieve meristemen over de hele stengel heen. Die zijn allemaal in staat uit te lopen en vruchten te produceren, mits ze voldoende licht krijgen. Tussenbelichting is bij dit gewas dan ook nog veel meer voor de hand liggend dan bij andere gewassen.

Meer zijscheuten

De planten werden vanaf half februari 2017 belicht met twee of vier LED-modules (95% rood, 5% blauw). Het lichtniveau, berekend op basis van lampoutput, was respectievelijk 93 en 185 µmol/m2/s. Het effect werd vergeleken met de productie van onbelichte planten.
De planten met twee strengen LED’s produceerden 79% meer vruchtgewicht, die met vier strengen 122% vergeleken met de onbelichte exemplaren. De belangrijkste verklaring hiervoor was dat er meer zijscheuten uitgroeiden onder de hogere lichtniveaus. Verder lag de bladfotosynthese de helft hoger.
Bij twee strengen gaf 1% extra licht 3,5% extra productie, bij vier strengen was dat 2,7% extra productie per procent licht. Het effect van belichting is dus ongekend groot.
De conclusie is dat de hoeveelheid uitlopende scheuten de beperkende factor is bij een laag lichtniveau en dat twee strengen LED’s voldoende zijn om de productie aanmerkelijk te verhogen. Bij vier strengen LED’s nam de productiviteit van zijscheuten aan de top van de plant namelijk later in het seizoen af.

Positief effect

In deze proef is geen topbelichting uitgeprobeerd en er kan dus geen vergelijking worden gemaakt. Toch valt er wel iets over te zeggen. Topbelichting zou ook voor meer assimilaten zorgen, die de plant naar de groeiende delen stuurt, dus ook naar de uitlopende scheuten onderin. Maar lokaal licht werkt toch beter. Uit onderzoek bij roos was al eerder bekend dat direct licht op rustende knoppen ervoor kan zorgen dat deze uitlopen. Dat was ook hier het geval.
De proef is in het najaar voortgezet. De planten zijn, zoals gebruikelijk in de praktijk, half juli teruggesnoeid. Dit prikkelt de plant om opnieuw zijscheuten uit te laten groeien, zodat vanaf half oktober opnieuw kan worden geoogst. Alle planten, ook die voorheen niet werden belicht, kregen nu tussenbelichting met twee LED-modules (93 µmol/m2/s).
De vraag was of er nog een na-effect van de voorjaarsbehandelingen zou zijn. Hetzij een voortgezette meerproductie, hetzij een dip door ‘uitputting’ als gevolg van de hogere lenteproductie. Het gewas dat in de lente het hoogste lichtniveau had gehad, bleek nog steeds beduidend meer te produceren. Dus geen uitputting, maar juist een positief effect.

Tekst: Anabel Rivas, Kang Liu, Ep Heuvelink (Wageningen University & Research) en Tijs Kierkels. Foto’s: WUR en Wilma Slegers.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd