Voor telers die vooruit kijken

UV-ionisatietechniek bestrijdt micro-organismen in de lucht

Slechts 1% uitval in opkweek jonge phalaenopsisplanten
96 0
UV-ionisatietechniek bestrijdt micro-organismen in de lucht

Phalaenopsis is dé trots van familiebedrijf Aardse Orchids. Ruim vijftien jaar kweekt dit Groningse bedrijf deze potorchideeën zelf op vanuit eigen uniek plantmateriaal. Efficiënt werken, maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid zijn belangrijke eigenschappen. Plagen worden zoveel mogelijk biologisch aangepakt. Om ziekten als Fusarium te bestrijden, kwamen ze uit bij de UV-deken. Deze werkt op basis van UV-ionisatietechniek. De units, die in een van de afdelingen worden uitgetest, geven een azuurblauwe gloed af.

Aardse Orchids heeft twee vestigingen: in Zuidbroek en Sappemeer. De jaarlijkse productie is 7,5 miljoen planten en dit aantal groeit nog steeds met ongeveer 10% per jaar. Het bedrijf groeide mee qua oppervlak van 3,5 ha 15 jaar geleden naar ongeveer 12 ha nu. De planten worden afgezet via een eigen verkoopapparaat. Ze richten zich op de retail in Europa, maar ook daarbuiten. Dat betekent dat ze grote partijen tegen een scherpe prijs moeten kunnen leveren.

Eigen opkweek

Het uitgangsmateriaal komt uit Thailand. “De ondernemers waren destijds op zoek naar een goede invulling van hun bedrijf. De orchidee kwam in beeld. Het plantmateriaal was beperkt. Er was zelfs een wachtlijst. Ze gingen op zoek naar alternatieven en kwamen in contact met een veredelingsbedrijf in Thailand. Nu zijn we de enige afnemer vanuit Nederland wat betreft phalaenopsis. Toen waren het nog geen strakke selecties, maar zo'n tweeduizend verschillende nummers”, vertelt Jan de Ruyter, die verantwoordelijk is voor de teelt op de verschillende locaties.
Het uitgangsmateriaal vanuit weefselkweek uit Thailand komt in flessen. Na een korte gewenningsperiode, nog in de fles, worden de jonge plantjes verspeend in pluggen of bakken, waar ze zich in 25 weken ontwikkelen tot het stadium waarin de meeste telers hun planten van de plantenkweker krijgen om op te potten. Daarna volgt de teelt van circa 39 weken in verschillende fasen: de relatief warme opkweek van 27-28ºC, een koelfase van 19ºC om de aanleg van bloeitakken te stimuleren en een afkweekfase.

Aanpak schimmelziekten

In de brede pool aan rassen zaten relatief veel ziektegevoelige rassen. “Fusarium en Acidovorax – voorheen Pseudomonas facilis – waren twee hoofdoorzaken van ziekten en uitval in de phalaenopsisteelt. We hebben een selectie gemaakt van ongeveer tweehonderd nummers en daarbij onder andere op ziektegevoeligheid gelet.” Daarnaast volgen ze de ontwikkelingen bij andere veredelaars om een gemêleerd eindproduct te kunnen leveren aan de verschillende klanten.
“We zijn ook op zoek gegaan naar middelen om de schimmelziekten te onderdrukken”, vertelt De Ruyter. Hij probeerde van alles uit, preventief en curatief, om van de schimmels af te komen. Niets hielp afdoende. Bovendien wilde hij de biologische bestrijding van potwormen in stand houden. Een artikel over de UV-deken van Aquamar uit Urk trok de aandacht. Dit bedrijf richt zich op desinfectie van water, lucht en oppervlakken in verschillende sectoren. Het apparaat bestrijdt in verschillende sectoren micro-organismen in de lucht. Bijvoorbeeld in stallen, in de eierindustrie, bij GGD's, in verwerkingsruimtes en sinds 2015 ook in de glastuinbouw.

Combinatie

Lub Kramer is eigenaar van dit bedrijf en uitvinder van de verschillende ontsmettingsmethoden. Hij richtte zich vanaf 1994 in eerste instantie op het zuiveren van drinkwater voor in de binnenvaart. Vanaf 1998 ging hij met luchtontsmetting aan de slag. Hij ontwikkelde technieken om virussen, schimmels en bacteriën die door de lucht zweven te doden.
In het geval van de deken gaat het om units met daarin een combinatie van UV- en ioniserende lampen. In een unit van 65 bij 65 cm passen twee tot zes lampen. Bijvoorbeeld een ioniserende lamp en vijf gewone UV-lampen, respectievelijk twee en vier UV-lampen, enzovoort. Deze lampen kunnen ook nog eens verschillen in capaciteit. Parabolisch gevormde lamellen zorgen ervoor dat werknemers niet direct in het UV-licht kunnen kijken.
“De energie van de UV-ionisatielamp tast de DNA-structuur van de micro-organismen dusdanig aan dat ze direct doodgaan, of zich niet meer kunnen vermenigvuldigen”, vertelt de leverancier.

Gunstig neveneffect

De lampen hangen bovenin de ruimte, iets onder het dak. Op deze plaats wordt optimaal gebruikgemaakt van de natuurlijke luchtstromen en is er geen direct contact met mensen, biologische bestrijders of het gewas. Bij Aardse Orchids hangen ze op ongeveer 2,30 meter hoogte in de kas.
Een gunstig neveneffect is het extra zuurstof bij het gewas. “Door de ionisatie krijgen passerende zuurstofmoleculen een elektrische lading mee. Deze zijn iets zwaarder en zakken naar beneden. De iets hogere zuurstofconcentratie bij de plant bevoordeelt zuurstofminnende schimmels en bacteriën. Dit zijn vaak de 'goede', antagonistische micro-organismen.” Hij benadrukt dat de waarden van geïoniseerde lucht onder de wettelijke norm van 60 ppb liggen, waarin een mens twaalf uur mag werken.

Maatwerk

Het berekenen van de capaciteit en het ophangen van de UV-ionisatielampen is maatwerk. “Aan de hand van een berekeningsmethode stellen we vast wat de gewenste UV-capaciteit is. Dit is inherent aan het gewas en de afmetingen van de kas”, geeft Kramer aan. Zoon Maarten gaat de bedrijven langs om de benodigde gegevens te verzamelen voor in het rekenprogramma.
De eerste testen waren bij een biologische teler van tomaat, aubergine en paprika. De leverancier zegt inmiddels meer dan 100 apparaten te hebben geplaatst in een breed scala aan gewassen. Begin 2017 werd het systeem bij Aardse Orchids geïnstalleerd. Hier ging het om vier units in 1 ha en een in de kleine verspeenruimte van 250 m2. De unit in de verspeenruimte bevat een lagere capaciteit UV-lampen dan die in de kas.

Lage kosten en praktisch

“Wij hebben gekozen voor deze manier van bestrijden vanwege de praktische toepasbaarheid en relatief lage kosten en omdat we weinig tot geen alternatieven hebben in de chemie”, geeft De Ruyter als argumenten.
Het aantonen van het resultaat in de kas vindt hij lastig. Bij aanvang en tussentijds zijn er tweemaal luchtmonsters genomen. Die gaven geen duidelijk beeld. “Maar dat is ook heel lastig. Niet alle schimmels die je vindt, zijn ziekteverwekkers. De ziektedruk is van meer factoren afhankelijk zoals het seizoen en het weer. Ook in de andere afdelingen hadden we dit jaar een lagere ziektedruk.”
De Ruyter voegt hieraan toe dat ze sinds begin 2017 meer maatregelen hebben genomen die eveneens van invloed kunnen zijn op de ziektedruk, zoals de selectie van minder ziektegevoelige rassen en de keuze voor een ander substraat. Wel duidelijk positief is het effect in de opkweek- en verspeenruimte. “Hier hebben we een significante afname tot nog maar één procent uitval.” De Ruyter geeft aan dat ze nog zeker een jaar doorgaan om te zien of de positieve trend aanhoudt.

Samenvatting

Probleem in de phalaenopsisteelt bij Aardse Orchids is onder andere een aantasting met Fusarium. Omdat er onvoldoende andere middelen zijn om het probleem aan te pakken en de biologische bestrijding van potwormen in stand te houden, kozen de ondernemers voor de UV-ionisatietechniek. De resultaten in de kas zijn nog lastig te zien, aangezien er meer maatregelen tegen schimmels zijn genomen. In de verspeen- en opkweekruimte is de uitval afgenomen tot nog maar 1%.

Tekst en foto’s: Marleen Arkesteijn.

Geef commentaar

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd